[De kamer,
constaterende dat Nederland in 2026 opnieuw 6,7 miljard euro uittrekt
voor ODA;
overwegende dat:
• Nederland geen pinautomaat is voor de rest van de wereld;
• ontwikkelingshulp vaak leidt tot afhankelijkheid, corruptie en verspilling;
• het geld van hardwerkende Nederlanders beter besteed kan worden
aan koopkracht, veiligheid en zorg;
verzoekt de regering direct te stoppen met alle vormen van ontwikkelingshulp.] ››
[De kamer,
constaterende dat in humanitaire crisissituaties, met name in conflictgebieden, miljoenen kinderen langdurig verstoken blijven van onderwijs,
terwijl toegang tot veilig en kwalitatief onderwijs aantoonbaar bijdraagt
aan bescherming van kinderen, psychosociaal herstel en het voorkomen
van een verloren generatie;
overwegende dat onderwijs in noodsituaties een essentiële pijler is van
een effectieve humanitaire respons en vanaf het begin structureel moet
worden meegenomen naast voedsel, water en gezondheidszorg;
verzoekt de regering om onderwijs waar mogelijk onderdeel te maken van
de humanitaire respons in humanitaire crisissituaties.] ››
[De kamer,
constaterende dat de aanhoudende gewapende conflicten in het Grote
Merengebied, met name in het oosten van de Democratische Republiek
Congo, leiden tot grote humanitaire noden en grote migratiestromen;
overwegende dat duurzame vrede en ontwikkeling in het Grote Merengebied vragen om continuïteit van bewezen effectieve langetermijnprogramma’s in samenhang met flexibele inzet van humanitaire hulp en
adequate parlementaire informatievoorziening;
verzoekt de regering succesvolle programma’s in het Grote Merengebied,
bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, rechtsstaat, handel en
grondstoffen, zo veel mogelijk voort te zetten, in kaart te brengen wat er in
het Grote Merengebied nodig is op het gebied van humanitaire hulp, en
de Kamer hierover jaarlijks te informeren.] ››
Aangenomen op 20 januari: 108 - 42
DENK
Volt
CDA
PvdD
VVD
SGP
50PLUS
D66
CU
SP
GL-PVDA
BBB
JA21
PVV
G-Markus
FVD
15 januari, Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (36800-XXII) voortzetting
De regering moet voor eind februari opties presenteren om huurstijgingen te beperken en huurders te compenseren. Dit is nodig vanwege de opeenvolgende recordverhogingen en het wegvallen van huurtoeslag op servicekosten voor bewoners van appartementen. ››
De regering moet een programma opstellen voor veilige en betaalbare woningen voor Groningse jongeren via nieuwbouw en herbestemming, omdat zij dubbel worden geraakt door de landelijke wooncrisis en de onveilige staat van woningen in hun regio door aardbevingen. ››
Het volgende kabinet moet de leiding over het Nationaal Actieplan Dakloosheid bij de minister van Volkshuisvesting leggen. Het aantal daklozen stijgt en het doel van nul daklozen in 2030 raakt uit zicht. Omdat het aanpakken van dakloosheid vooral een kwestie van wonen is, moet de verantwoordelijkheid verschuiven van Volksgezondheid naar Volkshuisvesting. ››
De regering moet gemeenten aanmoedigen om woningbouw sneller te laten verlopen. Als een bouwplan al past binnen de regels van het Omgevingsplan, hoeven gemeenten alleen nog te kijken naar techniek en uiterlijk. Nu duren procedures vaak te lang door bezwaren. Door deze extra stappen over te slaan, kunnen woningen sneller worden gebouwd voor mensen die een huis zoeken. ››
De regering moet onderzoeken hoe extra budget voor de Woningbouwimpuls specifiek kan worden ingezet voor de bouw van starterswoningen. Dit kan door voorwaarden of criteria aan te passen, omdat het financiële tekort bij deze projecten vaak hoog is. ››
De regering moet schimmel en vocht in sociale huurwoningen aanwijzen als een acuut gevaar voor de gezondheid. Verplichte renovatie of tijdelijke verhuizing van bewoners moet direct worden afgedwongen. De huidige plannen duren te lang, terwijl gezinnen en kinderen nu dagelijks ziekmakende lucht inademen. ››
[De kamer,
constaterende dat per 1 juli 2026 de maximale huurverhoging in de
sociale huursector wordt vastgesteld op het gemiddelde inflatiecijfer over
drie jaar vermeerderd met 0,5 procentpunt, wat uitkomt op 4,1%;
overwegende dat het hanteren van het meerjarig inflatiegemiddelde reeds
zorgt voor voorspelbaarheid en stabiliteit;
overwegende dat de extra opslag van 0,5% leidt tot hogere woonlasten
voor sociale huurders en niet noodzakelijk is voor voorspelbaarheid;
verzoekt de regering de maximale huurverhoging in de sociale huursector
per 1 juli 2026 vast te stellen op uitsluitend het gemiddelde inflatiecijfer,
3,6%, en de opslag van 0,5 procentpunt te laten vervallen.] ››
De regering mag de sloop van sociale huurwoningen alleen toestaan als er in dezelfde wijk evenveel betaalbare huizen terugkomen. Jaarlijks verdwijnen er tienduizenden van deze woningen door sloop. Dit zorgt voor het verlies van betaalbare woonruimte. Ook moeten bewoners de garantie krijgen dat zij kunnen terugvorderen naar de nieuwe woningen. ››
De regering moet een registratiesysteem voor woonfraude maken als onderdeel van het nieuwe verhuurregister. Er is nu te weinig zicht op sociale huurwoningen die illegaal worden onderverhuurd. Ook zijn er signalen dat statushouders betrokken zijn bij deze fraude. Het systeem moet laten zien welke verschillende groepen mensen de regels overtreden. ››
De regering moet samen met gemeentes en woningcorporaties een plan maken om woonfraude harder aan te pakken. Er staan genoeg woningen op de planning voor dit plan. Op dit moment worden zeker 100.000 sociale huurwoningen illegaal onderverhuurd. Dat is onacceptabel tijdens de huidige woningnood. ››
Het kabinet moet een programma opzetten dat gemeenten en woningcorporaties helpt bij het bouwen van studentenkamers. Nu is er een groot tekort aan woonruimte. Door kennis te delen over regels en bouwplannen kunnen ook steden buiten de grote Randstad sneller extra kamers bouwen. ››
De regering moet regelen dat de prijs van bouwgrond wordt bepaald door de huidige waarde van de grond, en niet door de toekomstige waarde. Nu wordt grond vaak veel duurder zodra er huizen op mogen komen. Door de prijs van het huidige gebruik aan te houden, dalen de kosten voor de overheid. Hierdoor kunnen nieuwe woningen sneller en goedkoper worden gebouwd. ››
[De kamer,
constaterende dat de regering de inrichting van een grondfaciliteit verkent
en een landelijke integrale grondbank word onderzocht om gemeenten te
ondersteunen bij woningbouw;
constaterende dat wooncoöperaties in de praktijk vaak moeilijk toegang
hebben tot grond;
overwegende dat wooncoöperaties bijdragen aan betaalbaar wonen,
alternatieve woonvormen en uitvoering van de woningbouwopgave;
overwegende dat toegang tot rijksinstrumenten essentieel is om deze
coöperatieve initiatieven een reële positie te geven binnen de
woningbouwopgave;
verzoekt de regering te verkennen hoe de rijksgrondfaciliteit wooncoöperaties kan ondersteunen bij de risicodeling van grondaankopen en
wooncoöperaties te betrekken bij een op te richten grondbank, en de
Kamer hierover voor de zomer te informeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat huurders in de sociale huursector vanaf 1 juli 2026 een
huurverhoging tegemoet kunnen zien van maximaal 4,1%;
overwegende dat het van belang blijft om de woonlasten van alle sociale
huurders te verlichten;
overwegende dat corporaties geen winstoogmerk hebben en de vennootschapsbelasting voor corporaties de sector jaarlijks ongeveer 1,5 miljard
euro kost;
verzoekt de regering om de huren voor 2026 te bevriezen en corporaties
tegemoet te komen door de vennootschapsbelasting te schrappen.] ››
[De kamer,
constaterende dat na uitgebreid overleg met betrokken partijen in de NTA
8061 minimale eisen aan het uniform biedproces en biedlogboek zijn
vastgelegd, maar niet alle partijen zich hieraan hebben gecommitteerd;
overwegende dat het noodzakelijk is om met de relevante partijen in
gesprek te blijven om de transparantie in het biedproces te verbeteren;
verzoekt de regering om binnen twee maanden met de Vereniging Eigen
Huis, Vastgoed Nederland, de NVM en andere relevante partners in
gesprek te gaan om de knelpunten te adresseren met als doel alsnog te
komen tot een uniform biedproces dat voor iedere koper inzichtelijk en
controleerbaar is, en de Kamer te informeren over de uitkomsten;
verzoekt de regering tevens als alternatief een eerste inventarisatie te
maken van passende wet- en regelgeving teneinde het biedproces te
uniformeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat de provincie Zuid-Holland in november 2025 liet weten
niet akkoord te kunnen gaan met het Plan Park Weidevogel te Koudekerk
in de gemeente Alphen aan den Rijn, omdat het gaat om bouw buiten
bestaand stads- en dorpsgebied;
overwegende dat er lokaal veel draagvlak is voor woningbouw en de
opstelling van de provincie Zuid-Holland niet bijdraagt aan het oplossen
van de woningnood in het dorp Koudekerk;
verzoekt de regering om met de provincie Zuid-Holland in gesprek te gaan
en de provincie te bewegen om woningbouw in Koudekerk doorgang te
laten vinden en hiertoe zo nodig instrumentarium in te zetten.] ››
[De kamer,
constaterende dat de regering verspreid over Nederland tientallen
doorbraaklocaties en regionale grootschalige woningbouwlocaties heeft
aangewezen waar de woningbouw moet worden versneld;
overwegende dat er tot op heden nog niet voor alle aangewezen locaties
concrete plannen tot ondersteuning zijn gepresenteerd;
verzoekt de regering per locatie met concrete voorstellen te komen in een
plan van aanpak om alle aangewezen doorbraaklocaties en regionale
grootschalige woningbouwlocaties van ondersteuning te voorzien.] ››