15 januari, Begroting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (36800-XVII) voortzetting
[Motie van de leden Markuszower en Wilders over direct stoppen met alle vormen van ontwikkelingshulp]
15 januari, PVV, PVV
[De kamer, constaterende dat Nederland in 2026 opnieuw 6,7 miljard euro uittrekt voor ODA; overwegende dat: • Nederland geen pinautomaat is voor de rest van de wereld; • ontwikkelingshulp vaak leidt tot afhankelijkheid, corruptie en verspilling; • het geld van hardwerkende Nederlanders beter besteed kan worden aan koopkracht, veiligheid en zorg; verzoekt de regering direct te stoppen met alle vormen van ontwikkelingshulp.] ›› 
Verworpen op 20 januari: 33 - 117
PVV
FVD
G-Markus
D66
50PLUS
CU
SP
GL-PVDA
Volt
SGP
PvdD
VVD
JA21
DENK
BBB
CDA
Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat Nederland in 2026 opnieuw 6,7 miljard euro uittrekt voor ODA; overwegende dat: • Nederland geen pinautomaat is voor de rest van de wereld; • ontwikkelingshulp vaak leidt tot afhankelijkheid, corruptie en verspilling; • het geld van hardwerkende Nederlanders beter besteed kan worden aan koopkracht, veiligheid en zorg; verzoekt de regering direct te stoppen met alle vormen van ontwikkelingshulp.
[Motie van het lid Bamenga c.s. over onderwijs onderdeel maken van de respons in humanitaire crisissituaties ]
15 januari, D66, DENK, Volt, SP, GroenLinks-PvdA, CDA, ChristenUnie, SGP, VVD
[De kamer, constaterende dat in humanitaire crisissituaties, met name in conflictgebieden, miljoenen kinderen langdurig verstoken blijven van onderwijs, terwijl toegang tot veilig en kwalitatief onderwijs aantoonbaar bijdraagt aan bescherming van kinderen, psychosociaal herstel en het voorkomen van een verloren generatie; overwegende dat onderwijs in noodsituaties een essentiële pijler is van een effectieve humanitaire respons en vanaf het begin structureel moet worden meegenomen naast voedsel, water en gezondheidszorg; verzoekt de regering om onderwijs waar mogelijk onderdeel te maken van de humanitaire respons in humanitaire crisissituaties.] ›› 
Aangenomen op 20 januari: 108 - 42
CDA
VVD
GL-PVDA
PvdD
SGP
DENK
SP
BBB
50PLUS
D66
Volt
CU
FVD
JA21
G-Markus
PVV
Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat in humanitaire crisissituaties, met name in conflictgebieden, miljoenen kinderen langdurig verstoken blijven van onderwijs, terwijl toegang tot veilig en kwalitatief onderwijs aantoonbaar bijdraagt aan bescherming van kinderen, psychosociaal herstel en het voorkomen van een verloren generatie; overwegende dat onderwijs in noodsituaties een essentiële pijler is van een effectieve humanitaire respons en vanaf het begin structureel moet worden meegenomen naast voedsel, water en gezondheidszorg; verzoekt de regering om onderwijs waar mogelijk onderdeel te maken van de humanitaire respons in humanitaire crisissituaties.
[Motie van het lid Bamenga c.s. over succesvolle programma's in het Grote Merengebied zo veel mogelijk voortzetten ]
15 januari, D66, Volt, VVD, CDA, DENK, GroenLinks-PvdA, SP, SGP, ChristenUnie
[De kamer, constaterende dat de aanhoudende gewapende conflicten in het Grote Merengebied, met name in het oosten van de Democratische Republiek Congo, leiden tot grote humanitaire noden en grote migratiestromen; overwegende dat duurzame vrede en ontwikkeling in het Grote Merengebied vragen om continuïteit van bewezen effectieve langetermijnprogramma’s in samenhang met flexibele inzet van humanitaire hulp en adequate parlementaire informatievoorziening; verzoekt de regering succesvolle programma’s in het Grote Merengebied, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, rechtsstaat, handel en grondstoffen, zo veel mogelijk voort te zetten, in kaart te brengen wat er in het Grote Merengebied nodig is op het gebied van humanitaire hulp, en de Kamer hierover jaarlijks te informeren.] ›› 
Aangenomen op 20 januari: 108 - 42
DENK
Volt
CDA
PvdD
VVD
SGP
50PLUS
D66
CU
SP
GL-PVDA
BBB
JA21
PVV
G-Markus
FVD
Vaststelling van de begrotingsstaat voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp (XVII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de aanhoudende gewapende conflicten in het Grote Merengebied, met name in het oosten van de Democratische Republiek Congo, leiden tot grote humanitaire noden en grote migratiestromen; overwegende dat duurzame vrede en ontwikkeling in het Grote Merengebied vragen om continuïteit van bewezen effectieve langetermijnprogramma’s in samenhang met flexibele inzet van humanitaire hulp en adequate parlementaire informatievoorziening; verzoekt de regering succesvolle programma’s in het Grote Merengebied, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid, rechtsstaat, handel en grondstoffen, zo veel mogelijk voort te zetten, in kaart te brengen wat er in het Grote Merengebied nodig is op het gebied van humanitaire hulp, en de Kamer hierover jaarlijks te informeren.
15 januari, Begroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (36800-XXII) voortzetting
Huurstijging beperken en compenseren
15 januari, SP, GroenLinks-PvdA
De regering moet voor eind februari opties presenteren om huurstijgingen te beperken en huurders te compenseren. Dit is nodig vanwege de opeenvolgende recordverhogingen en het wegvallen van huurtoeslag op servicekosten voor bewoners van appartementen. ›› 
Verworpen op 20 januari: 57 - 93
GL-PVDA
50PLUS
G-Markus
SP
DENK
PvdD
PVV
BBB
D66
Volt
JA21
FVD
VVD
CDA
CU
SGP
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat huurders in 2024 zijn geconfronteerd met een recordhoge huurverhoging, gevolgd door opnieuw een substantiële huurverhoging in 2025; constaterende dat huurders in flats en appartementen daarbovenop worden geraakt door het vervallen van huurtoeslag over servicekosten; gelet op de aangenomen motie-Beckerman/De Hoop (36 725-XXII, nr. 12) waarin de regering is verzocht een voorstel te doen voor structurele compensatie voor gestegen huur- en woonlasten; spreekt uit dat de stapeling van hoge huurverhogingen en het wegvallen van huurtoeslag op servicekosten problematisch is; verzoekt de regering om uiterlijk eind februari alle mogelijkheden voor te leggen waarmee de huurverhoging kan worden beperkt en/of huurders kunnen worden gecompenseerd voor gestegen huren en het wegvallen van huurtoeslag op servicekosten.
Huisvesting voor Groningse jongeren
15 januari, SP, GroenLinks-PvdA
De regering moet een programma opstellen voor veilige en betaalbare woningen voor Groningse jongeren via nieuwbouw en herbestemming, omdat zij dubbel worden geraakt door de landelijke wooncrisis en de onveilige staat van woningen in hun regio door aardbevingen. ›› 
Verworpen op 20 januari: 68 - 82
DENK
G-Markus
50PLUS
CU
SP
Volt
PVV
PvdD
FVD
GL-PVDA
JA21
VVD
BBB
CDA
D66
SGP
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat jongeren in Groningen naast door de landelijke wooncrisis ook worden geraakt doordat veel woningen in de regio (nog altijd) beschadigd en/of onveilig zijn; constaterende dat deze jongeren niet opnieuw gedupeerd mogen raken wanneer zij het ouderlijk huis verlaten; verzoekt de regering om in samenwerking met jongeren en de regio een concreet programma op te stellen voor het realiseren van veilige en betaalbare woningen voor Groningse jongeren door zowel nieuwbouw als herbestemming van leegstaande panden.
Regie over aanpak dakloosheid naar Wonen
15 januari, ChristenUnie, SGP, SP
Het volgende kabinet moet de leiding over het Nationaal Actieplan Dakloosheid bij de minister van Volkshuisvesting leggen. Het aantal daklozen stijgt en het doel van nul daklozen in 2030 raakt uit zicht. Omdat het aanpakken van dakloosheid vooral een kwestie van wonen is, moet de verantwoordelijkheid verschuiven van Volksgezondheid naar Volkshuisvesting. ›› 
Verworpen op 20 januari: 45 - 105
DENK
50PLUS
SP
SGP
CU
PvdD
Volt
GL-PVDA
FVD
PVV
JA21
CDA
G-Markus
D66
BBB
VVD
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat het aantal mensen dat dakloos is de afgelopen jaren niet is gedaald, maar is gestegen; overwegende dat het doel van nul daklozen in 2030, zoals geformuleerd in het Nationaal Actieplan Dakloosheid, uit zicht raakt; overwegende dat de coördinatie van het nationaal actieplan nu bij het Ministerie van VWS ligt, maar het aanpakken van dakloosheid primair een huisvestingsopgave is; spreekt uit dat in het volgende kabinet de eerste verantwoordelijkheid voor de coördinatie van de bestrijding van dakloosheid, en daarmee voor het Nationaal Actieplan Dakloosheid, wordt neergelegd bij de Minister van c.q. het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening; verzoekt de Kamervoorzitter dit verzoek door te geleiden aan de informateur.
Snellere woningbouw door minder regels
15 januari, ChristenUnie, D66, CDA, VVD
De regering moet gemeenten aanmoedigen om woningbouw sneller te laten verlopen. Als een bouwplan al past binnen de regels van het Omgevingsplan, hoeven gemeenten alleen nog te kijken naar techniek en uiterlijk. Nu duren procedures vaak te lang door bezwaren. Door deze extra stappen over te slaan, kunnen woningen sneller worden gebouwd voor mensen die een huis zoeken. ›› 
Aangenomen op 20 januari: 144 - 6
SP
GL-PVDA
BBB
PVV
Volt
FVD
CDA
D66
VVD
JA21
DENK
50PLUS
G-Markus
CU
SGP
PvdD
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, overwegende dat goede en tijdige participatie bij woningbouwprojecten van groot belang is, maar geen garantie biedt dat bezwaar- en beroepsprocedures uitblijven; constaterende dat langdurige bezwaar- en beroepsprocedures woningbouwprojecten aanzienlijk vertragen en daarmee woningzoekenden raken; overwegende dat onder de Omgevingswet de ruimtelijke afweging primair plaatsvindt bij de vaststelling van het omgevingsplan, waarbij participatie en rechtsbescherming zijn geborgd, en dat derhalve woningbouwprojecten die volledig passen binnen het geldende omgevingsplan planologisch al zijn beoordeeld; constaterende dat de Omgevingswet gemeenten de ruimte biedt om in die gevallen de uitvoeringsfase te beperken tot toetsing aan technische bouwregels en welstand; verzoekt de regering om samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en marktpartijen actief te stimuleren dat gemeenten deze mogelijkheden benutten, zodat woningbouw die past binnen het omgevingsplan sneller kan worden gerealiseerd en onnodige procedurele vertraging wordt voorkomen, en tevens te bezien of verruiming van deze mogelijkheid nodig en mogelijk is, en de Kamer over de toepassing in de gemeentelijke praktijk en mogelijkheden voor verruiming voor de zomer te informeren.
Budget voor starterswoningen
15 januari, SGP, SGP
De regering moet onderzoeken hoe extra budget voor de Woningbouwimpuls specifiek kan worden ingezet voor de bouw van starterswoningen. Dit kan door voorwaarden of criteria aan te passen, omdat het financiële tekort bij deze projecten vaak hoog is. ›› 
Aangenomen op 20 januari: 119 - 31
CU
PvdD
FVD
PVV
Volt
50PLUS
D66
GL-PVDA
SP
VVD
G-Markus
SGP
DENK
CDA
BBB
JA21
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat met het amendement-Flach c.s. (36 850-XXII, nr. 8) 57 miljoen euro is toegevoegd aan de Woningbouwimpuls en dat ook na eventuele aanname van twee amendementen op de voorliggende begroting (36 800-XXII, nrs. 13 en 14) extra middelen beschikbaar blijven; overwegende dat hiermee de bouw van starterswoningen gestimuleerd moet worden, waarbij het publieke financiële tekort vaak hoog is; verzoekt de regering te bezien hoe dit budget zo veel mogelijk specifiek besteed kan worden aan de bouw van woningen voor starters, bijvoorbeeld middels aanpassing van de voorwaarden of toetsingscriteria, en de Kamer daarover te informeren.
Aanpak schimmel in huurwoningen
15 januari, DENK
De regering moet schimmel en vocht in sociale huurwoningen aanwijzen als een acuut gevaar voor de gezondheid. Verplichte renovatie of tijdelijke verhuizing van bewoners moet direct worden afgedwongen. De huidige plannen duren te lang, terwijl gezinnen en kinderen nu dagelijks ziekmakende lucht inademen. ›› 
Verworpen op 20 januari: 61 - 89
PvdD
50PLUS
PVV
GL-PVDA
G-Markus
Volt
SP
CU
DENK
JA21
CDA
VVD
BBB
D66
SGP
FVD
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de doelstelling was om uiterlijk in 2026 geen corporatiewoningen meer te hebben met een slechte onderhoudskwaliteit, waaronder woningen met vocht- en schimmelproblemen; constaterende dat de Minister stelt dat ook in 2027–2028 nog duizenden woningen gerenoveerd of gesloopt moeten worden en de doelstelling daarmee niet wordt gehaald; overwegende dat in deze woningen gezinnen en kinderen dag in, dag uit schimmel inademen, met ernstige gevolgen voor hun gezondheid; verzoekt de regering om schimmel- en vochtproblematiek aan te merken als acute gezondheidsdreiging en onmiddellijk in te grijpen met verplichte renovatie of tijdelijke herhuisvesting waar nodig.
[Motie van het lid El Abassi over de maximale huurverhoging in de sociale huursector vaststellen op uitsluitend het gemiddelde inflatiecijfer ]
15 januari, DENK
[De kamer, constaterende dat per 1 juli 2026 de maximale huurverhoging in de sociale huursector wordt vastgesteld op het gemiddelde inflatiecijfer over drie jaar vermeerderd met 0,5 procentpunt, wat uitkomt op 4,1%; overwegende dat het hanteren van het meerjarig inflatiegemiddelde reeds zorgt voor voorspelbaarheid en stabiliteit; overwegende dat de extra opslag van 0,5% leidt tot hogere woonlasten voor sociale huurders en niet noodzakelijk is voor voorspelbaarheid; verzoekt de regering de maximale huurverhoging in de sociale huursector per 1 juli 2026 vast te stellen op uitsluitend het gemiddelde inflatiecijfer, 3,6%, en de opslag van 0,5 procentpunt te laten vervallen.] ›› 
Verworpen op 20 januari: 3 - 147
DENK
VVD
50PLUS
CU
D66
JA21
PvdD
GL-PVDA
Volt
CDA
FVD
SGP
PVV
SP
BBB
G-Markus
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat per 1 juli 2026 de maximale huurverhoging in de sociale huursector wordt vastgesteld op het gemiddelde inflatiecijfer over drie jaar vermeerderd met 0,5 procentpunt, wat uitkomt op 4,1%; overwegende dat het hanteren van het meerjarig inflatiegemiddelde reeds zorgt voor voorspelbaarheid en stabiliteit; overwegende dat de extra opslag van 0,5% leidt tot hogere woonlasten voor sociale huurders en niet noodzakelijk is voor voorspelbaarheid; verzoekt de regering de maximale huurverhoging in de sociale huursector per 1 juli 2026 vast te stellen op uitsluitend het gemiddelde inflatiecijfer, 3,6%, en de opslag van 0,5 procentpunt te laten vervallen.
Strengere regels bij sloop sociale huurhuizen
15 januari, DENK
De regering mag de sloop van sociale huurwoningen alleen toestaan als er in dezelfde wijk evenveel betaalbare huizen terugkomen. Jaarlijks verdwijnen er tienduizenden van deze woningen door sloop. Dit zorgt voor het verlies van betaalbare woonruimte. Ook moeten bewoners de garantie krijgen dat zij kunnen terugvorderen naar de nieuwe woningen. ›› 
Verworpen op 20 januari: 32 - 118
PvdD
DENK
GL-PVDA
CU
SP
JA21
50PLUS
CDA
VVD
PVV
Volt
D66
BBB
FVD
SGP
G-Markus
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat jaarlijks tienduizenden sociale huurwoningen worden gesloopt; overwegende dat sloop leidt tot verdringing van bewoners en verlies van betaalbare woningen; verzoekt de regering om sloop van sociale huurwoningen alleen toe te staan indien gelijkwaardige, betaalbare sociale huur in dezelfde wijk wordt teruggebouwd, met terugkeergarantie voor bewoners.
Registratie van fraude met sociale huurwoningen
15 januari, JA21
De regering moet een registratiesysteem voor woonfraude maken als onderdeel van het nieuwe verhuurregister. Er is nu te weinig zicht op sociale huurwoningen die illegaal worden onderverhuurd. Ook zijn er signalen dat statushouders betrokken zijn bij deze fraude. Het systeem moet laten zien welke verschillende groepen mensen de regels overtreden. ›› 
Verworpen op 20 januari: 44 - 106
JA21
50PLUS
FVD
G-Markus
PVV
SP
VVD
CDA
GL-PVDA
PvdD
BBB
DENK
SGP
D66
CU
Volt
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat een duidelijk, feitelijk zicht op het aantal sociale huurwoningen dat illegaal wordt onderverhuurd, ontbreekt; overwegende dat onderzoek van het AD uit 2025 uitwijst dat er signalen zijn dat bij het plegen van woonfraude ook statushouders zijn betrokken; verzoekt het kabinet om bij het ontwikkelen van het verhuurregister ook een registratiesysteem woonfraude in te stellen, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen verschillende groepen verhuurders.
Aanpak illegale onderhuur van sociale woningen
15 januari, JA21
De regering moet samen met gemeentes en woningcorporaties een plan maken om woonfraude harder aan te pakken. Er staan genoeg woningen op de planning voor dit plan. Op dit moment worden zeker 100.000 sociale huurwoningen illegaal onderverhuurd. Dat is onacceptabel tijdens de huidige woningnood. ›› 
Verworpen op 20 januari: 73 - 77
GL-PVDA
FVD
G-Markus
PVV
50PLUS
SGP
SP
PvdD
JA21
BBB
Volt
CDA
DENK
VVD
CU
D66
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat volgens inschattingen minstens 100.000 sociale huurwoningen illegaal worden onderverhuurd; overwegende dat in tijden van woningnood misbruik onacceptabel is; overwegende dat de aanpak van deze woonfraude door woningbouwcorporaties en gemeentes veel strikter moet dan nu het geval is; verzoekt het kabinet om samen met woningbouwcorporaties en gemeentes een actieplan woonfraude op te stellen en hiervoor voldoende middelen te reserveren.
Extra hulp voor bouw studentenkamers
15 januari, CDA, ChristenUnie, VVD, D66, GroenLinks-PvdA
Het kabinet moet een programma opzetten dat gemeenten en woningcorporaties helpt bij het bouwen van studentenkamers. Nu is er een groot tekort aan woonruimte. Door kennis te delen over regels en bouwplannen kunnen ook steden buiten de grote Randstad sneller extra kamers bouwen. ›› 
Aangenomen op 20 januari: 150 - 0
CDA
SP
PvdD
BBB
D66
SGP
JA21
VVD
G-Markus
Volt
50PLUS
CU
DENK
GL-PVDA
PVV
FVD
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, overwegende dat het tekort aan onzelfstandige woonruimten voor studenten groot is, ook in middelgrote steden; overwegende dat de bouw van studentenkamers in veel gemeenten wordt belemmerd door eisen, grondbeleid en regels rond verkamering en splitsing; overwegende dat gespecialiseerde studentenhuisvesters vaak niet actief zijn buiten de grote studentensteden, terwijl woningcorporaties in middelgrote steden niet altijd beschikken over de specifieke kennis en ervaring die nodig is voor studentenhuisvesting en de regie nu versnipperd is; overwegende dat de samenwerking en kennisuitwisseling tussen gespecialiseerde studentenhuisvesters en corporaties een vliegwieleffect kunnen creëren voor de bouw van studentenkamers op een manier die aansluit bij de lokale omstandigheden; verzoekt het kabinet een ondersteuningsprogramma studentenhuisvesting in te richten, gericht op gemeenten buiten de G4, waarin gespecialiseerde huisvesters en gemeenten structureel kennis en expertise delen met gemeenten en woningbouwcorporaties die minder ervaring hebben met studentenhuisvesting, met als doel de bouw van onzelfstandige woonruimte voor studenten te versnellen; verzoekt het kabinet deze aanpak te verankeren in de actualisering van het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting.
Lagere grondprijs voor snellere woningbouw
15 januari, GroenLinks-PvdA
De regering moet regelen dat de prijs van bouwgrond wordt bepaald door de huidige waarde van de grond, en niet door de toekomstige waarde. Nu wordt grond vaak veel duurder zodra er huizen op mogen komen. Door de prijs van het huidige gebruik aan te houden, dalen de kosten voor de overheid. Hierdoor kunnen nieuwe woningen sneller en goedkoper worden gebouwd. ›› 
Verworpen op 20 januari: 33 - 117
BBB
SP
PvdD
50PLUS
Volt
GL-PVDA
CU
CDA
DENK
G-Markus
FVD
VVD
PVV
SGP
JA21
D66
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat bij gebiedsontwikkeling de inbrengwaarde van grond wordt vastgesteld op basis van de verwachtingswaarde, waarbij bestemmingswijzigingen een prijsopdrijvend effect hebben; overwegende dat deze praktijk leidt tot hogere publieke kosten, verminderde betaalbaarheid van wonen, een onevenwichtige verdeling van waardestijgingen en vertraging van woningbouwprojecten; overwegende dat het hanteren van de gebruikswaarde van grond, gebaseerd op het feitelijk en planologisch toegestane huidige gebruik, beter aansluit bij het uitgangspunt dat door de overheid gecreëerde waardestijgingen ten goede komen aan de samenleving en publieke kosten drukken; verzoekt de regering om het toepassen van de gebruikswaarde zo spoedig mogelijk juridisch te borgen, met het oog op het versnellen van woningbouw en betaalbaar bouwen, en de Kamer voor de zomer te informeren over de daarvoor benodigde wettelijke en beleidsmatige stappen.
[Motie van de leden Zalinyan en Beckerman over verkennen hoe de rijksgrondfaciliteit wooncoöperaties kan ondersteunen bij de risicodeling van grondaankopen]
15 januari, GroenLinks-PvdA, SP
[De kamer, constaterende dat de regering de inrichting van een grondfaciliteit verkent en een landelijke integrale grondbank word onderzocht om gemeenten te ondersteunen bij woningbouw; constaterende dat wooncoöperaties in de praktijk vaak moeilijk toegang hebben tot grond; overwegende dat wooncoöperaties bijdragen aan betaalbaar wonen, alternatieve woonvormen en uitvoering van de woningbouwopgave; overwegende dat toegang tot rijksinstrumenten essentieel is om deze coöperatieve initiatieven een reële positie te geven binnen de woningbouwopgave; verzoekt de regering te verkennen hoe de rijksgrondfaciliteit wooncoöperaties kan ondersteunen bij de risicodeling van grondaankopen en wooncoöperaties te betrekken bij een op te richten grondbank, en de Kamer hierover voor de zomer te informeren.] ›› 
Aangenomen op 20 januari: 94 - 56
SGP
50PLUS
G-Markus
CU
D66
PVV
PvdD
SP
BBB
GL-PVDA
DENK
Volt
JA21
FVD
CDA
VVD
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de regering de inrichting van een grondfaciliteit verkent en een landelijke integrale grondbank word onderzocht om gemeenten te ondersteunen bij woningbouw; constaterende dat wooncoöperaties in de praktijk vaak moeilijk toegang hebben tot grond; overwegende dat wooncoöperaties bijdragen aan betaalbaar wonen, alternatieve woonvormen en uitvoering van de woningbouwopgave; overwegende dat toegang tot rijksinstrumenten essentieel is om deze coöperatieve initiatieven een reële positie te geven binnen de woningbouwopgave; verzoekt de regering te verkennen hoe de rijksgrondfaciliteit wooncoöperaties kan ondersteunen bij de risicodeling van grondaankopen en wooncoöperaties te betrekken bij een op te richten grondbank, en de Kamer hierover voor de zomer te informeren.
[Motie van het lid Mooiman over de huren voor 2026 bevriezen en corporaties tegemoetkomen door de vennootschapsbelasting te schrappen ]
15 januari, PVV
[De kamer, constaterende dat huurders in de sociale huursector vanaf 1 juli 2026 een huurverhoging tegemoet kunnen zien van maximaal 4,1%; overwegende dat het van belang blijft om de woonlasten van alle sociale huurders te verlichten; overwegende dat corporaties geen winstoogmerk hebben en de vennootschapsbelasting voor corporaties de sector jaarlijks ongeveer 1,5 miljard euro kost; verzoekt de regering om de huren voor 2026 te bevriezen en corporaties tegemoet te komen door de vennootschapsbelasting te schrappen.] ›› 
Verworpen op 20 januari: 35 - 115
G-Markus
PVV
DENK
PvdD
SP
GL-PVDA
FVD
CU
JA21
VVD
CDA
SGP
Volt
50PLUS
D66
BBB
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat huurders in de sociale huursector vanaf 1 juli 2026 een huurverhoging tegemoet kunnen zien van maximaal 4,1%; overwegende dat het van belang blijft om de woonlasten van alle sociale huurders te verlichten; overwegende dat corporaties geen winstoogmerk hebben en de vennootschapsbelasting voor corporaties de sector jaarlijks ongeveer 1,5 miljard euro kost; verzoekt de regering om de huren voor 2026 te bevriezen en corporaties tegemoet te komen door de vennootschapsbelasting te schrappen.
[Motie van het lid Mooiman over binnen twee maanden met relevante partners in gesprek te gaan om tot een inzichtelijk, uniform en controleerbaar biedproces te komen]
15 januari, PVV
[De kamer, constaterende dat na uitgebreid overleg met betrokken partijen in de NTA 8061 minimale eisen aan het uniform biedproces en biedlogboek zijn vastgelegd, maar niet alle partijen zich hieraan hebben gecommitteerd; overwegende dat het noodzakelijk is om met de relevante partijen in gesprek te blijven om de transparantie in het biedproces te verbeteren; verzoekt de regering om binnen twee maanden met de Vereniging Eigen Huis, Vastgoed Nederland, de NVM en andere relevante partners in gesprek te gaan om de knelpunten te adresseren met als doel alsnog te komen tot een uniform biedproces dat voor iedere koper inzichtelijk en controleerbaar is, en de Kamer te informeren over de uitkomsten; verzoekt de regering tevens als alternatief een eerste inventarisatie te maken van passende wet- en regelgeving teneinde het biedproces te uniformeren.] ›› 
Aangenomen op 20 januari: 150 - 0
VVD
G-Markus
PvdD
FVD
D66
DENK
Volt
CDA
PVV
CU
SGP
50PLUS
JA21
GL-PVDA
BBB
SP
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat na uitgebreid overleg met betrokken partijen in de NTA 8061 minimale eisen aan het uniform biedproces en biedlogboek zijn vastgelegd, maar niet alle partijen zich hieraan hebben gecommitteerd; overwegende dat het noodzakelijk is om met de relevante partijen in gesprek te blijven om de transparantie in het biedproces te verbeteren; verzoekt de regering om binnen twee maanden met de Vereniging Eigen Huis, Vastgoed Nederland, de NVM en andere relevante partners in gesprek te gaan om de knelpunten te adresseren met als doel alsnog te komen tot een uniform biedproces dat voor iedere koper inzichtelijk en controleerbaar is, en de Kamer te informeren over de uitkomsten; verzoekt de regering tevens als alternatief een eerste inventarisatie te maken van passende wet- en regelgeving teneinde het biedproces te uniformeren.
[Motie van het lid Mooiman over de provincie Zuid-Holland bewegen om de woningbouw in Koudekerk doorgang te laten vinden ]
15 januari, PVV
[De kamer, constaterende dat de provincie Zuid-Holland in november 2025 liet weten niet akkoord te kunnen gaan met het Plan Park Weidevogel te Koudekerk in de gemeente Alphen aan den Rijn, omdat het gaat om bouw buiten bestaand stads- en dorpsgebied; overwegende dat er lokaal veel draagvlak is voor woningbouw en de opstelling van de provincie Zuid-Holland niet bijdraagt aan het oplossen van de woningnood in het dorp Koudekerk; verzoekt de regering om met de provincie Zuid-Holland in gesprek te gaan en de provincie te bewegen om woningbouw in Koudekerk doorgang te laten vinden en hiertoe zo nodig instrumentarium in te zetten.] ›› 
Aangenomen op 20 januari: 124 - 26
CDA
50PLUS
PVV
JA21
BBB
DENK
CU
G-Markus
FVD
VVD
D66
SGP
Volt
SP
GL-PVDA
PvdD
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de provincie Zuid-Holland in november 2025 liet weten niet akkoord te kunnen gaan met het Plan Park Weidevogel te Koudekerk in de gemeente Alphen aan den Rijn, omdat het gaat om bouw buiten bestaand stads- en dorpsgebied; overwegende dat er lokaal veel draagvlak is voor woningbouw en de opstelling van de provincie Zuid-Holland niet bijdraagt aan het oplossen van de woningnood in het dorp Koudekerk; verzoekt de regering om met de provincie Zuid-Holland in gesprek te gaan en de provincie te bewegen om woningbouw in Koudekerk doorgang te laten vinden en hiertoe zo nodig instrumentarium in te zetten.
[Motie van het lid Mooiman over een plan van aanpak om alle doorbraaklocaties en regionale grootschalige woningbouwlocaties van ondersteuning te voorzien]
15 januari, PVV
[De kamer, constaterende dat de regering verspreid over Nederland tientallen doorbraaklocaties en regionale grootschalige woningbouwlocaties heeft aangewezen waar de woningbouw moet worden versneld; overwegende dat er tot op heden nog niet voor alle aangewezen locaties concrete plannen tot ondersteuning zijn gepresenteerd; verzoekt de regering per locatie met concrete voorstellen te komen in een plan van aanpak om alle aangewezen doorbraaklocaties en regionale grootschalige woningbouwlocaties van ondersteuning te voorzien.] ›› 
Aangenomen op 20 januari: 76 - 74
G-Markus
CU
50PLUS
JA21
SP
DENK
SGP
GL-PVDA
FVD
PVV
CDA
BBB
Volt
PvdD
D66
VVD
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de regering verspreid over Nederland tientallen doorbraaklocaties en regionale grootschalige woningbouwlocaties heeft aangewezen waar de woningbouw moet worden versneld; overwegende dat er tot op heden nog niet voor alle aangewezen locaties concrete plannen tot ondersteuning zijn gepresenteerd; verzoekt de regering per locatie met concrete voorstellen te komen in een plan van aanpak om alle aangewezen doorbraaklocaties en regionale grootschalige woningbouwlocaties van ondersteuning te voorzien.