12 februari, Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (36800-VIII) (antwoord 1e termijn + rest)
Versterken academische vrijheid op universiteiten
12 februari, Groep Markuszower
De regering moet met universiteiten afspraken maken om de academische vrijheid beter te beschermen. Er zijn meldingen dat de open discussie in het hoger onderwijs onder druk staat. Er moeten meldpunten komen en meer ruimte voor wetenschappelijk debat en verschillende meningen in het onderwijs en onderzoek. ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat signalen van studenten, wetenschappers en internationale waarnemers erop wijzen dat open academisch debat en diversiteit van perspectieven in delen van het hoger onderwijs onder druk staan; overwegende dat academische vrijheid en intellectueel pluralisme essentiële voorwaarden zijn voor hoogwaardige wetenschap en democratische kennisontwikkeling; overwegende dat publiek gefinancierde hogeronderwijsinstellingen de verantwoordelijkheid hebben om academische vrijheid en open debat actief te waarborgen; verzoekt de regering om met universiteiten concrete afspraken te maken ter versterking van de praktische borging van academische vrijheid, waaronder transparante rapportage, toegankelijke onafhankelijke meldstructuren en aantoonbare structurele ruimte voor wetenschappelijk debat en tegenspraak in onderwijs, onderzoek en academische cultuur, en de Kamer periodiek te informeren over voortgang en resultaten.
Veiligheid op universiteiten verbeteren
12 februari, Groep Markuszower, SGP
De regering moet landelijke regels maken voor de veiligheid op universiteiten. Er zijn nu te veel incidenten met geweld, intimidatie en bezettingen. Universiteitsbesturen hebben duidelijke normen nodig om sneller en effectiever in te grijpen. Op die manier blijven universiteiten een veilige plek om te leren en te werken. ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat er meldingen zijn van bezettingen, intimidatie, bedreigingen en gewelddadige incidenten die studenten en medewerkers aan universiteiten treffen; overwegende dat fysieke en sociale veiligheid fundamentele voorwaarden vormen voor onderwijs, onderzoek en academische ontwikkeling; overwegende dat universiteitsbesturen vroegtijdig en effectief moeten kunnen ingrijpen om escalatie te voorkomen, met waarborging van constitutionele rechten op vrijheid van meningsuiting en vreedzaam protest; verzoekt de regering om duidelijke nationale basisnormen vast te stellen voor preventie, handhaving en crisisinterventie bij onveilige situaties op universiteiten, inclusief heldere verantwoordelijkheden voor instellingsbesturen en effectieve samenwerking met lokale autoriteiten, en de Kamer te informeren over implementatie en effectiviteit.
[Motie van het lid Claassen]
12 februari, Groep Markuszower
[De kamer, constaterende dat de internationale positie van Nederlandse universiteiten in de afgelopen jaren onder druk is komen te staan, waardoor vragen ontstaan over de langetermijnconcurrentiekracht en onderzoeksprestaties; overwegende dat sterke kwaliteitsborging, heldere prestatieverwachtingen en transparantie noodzakelijk zijn om de internationaal leidende positie van de Nederlandse wetenschap en kenniseconomie te behouden; overwegende dat publieke investeringen in het hoger onderwijs gepaard moeten gaan met aantoonbare resultaten en transparante verantwoording op basis van een breed palet aan kwaliteitsindicatoren; verzoekt de regering om nationale, meetbare kwaliteitsstandaarden voor onderwijs en onderzoek te presenteren, de internationale positie van Nederlandse universiteiten structureel te monitoren met behulp van meerdere indicatoren, en uiteen te zetten hoe aanhoudende structurele kwaliteitsdaling wordt aangepakt binnen bekostigings- en toezichtskaders.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de internationale positie van Nederlandse universiteiten in de afgelopen jaren onder druk is komen te staan, waardoor vragen ontstaan over de langetermijnconcurrentiekracht en onderzoeksprestaties; overwegende dat sterke kwaliteitsborging, heldere prestatieverwachtingen en transparantie noodzakelijk zijn om de internationaal leidende positie van de Nederlandse wetenschap en kenniseconomie te behouden; overwegende dat publieke investeringen in het hoger onderwijs gepaard moeten gaan met aantoonbare resultaten en transparante verantwoording op basis van een breed palet aan kwaliteitsindicatoren; verzoekt de regering om nationale, meetbare kwaliteitsstandaarden voor onderwijs en onderzoek te presenteren, de internationale positie van Nederlandse universiteiten structureel te monitoren met behulp van meerdere indicatoren, en uiteen te zetten hoe aanhoudende structurele kwaliteitsdaling wordt aangepakt binnen bekostigings- en toezichtskaders.
[Motie van de leden Claassen en Stoffer]
12 februari, Groep Markuszower, SGP
[De kamer, constaterende dat in toenemende mate (specialistische) zorgopleidingen moeten voldoen aan meerdere kwaliteitskaders, waaronder het accreditatiestelsel van de NVAO in het hoger onderwijs en het kader van het CZO; constaterende dat de stelselverantwoordelijkheid is verdeeld over het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; overwegende dat de afstemming tussen deze kwaliteitseisen, toetsingskaders en toezichtprocessen ontoereikend is, wat leidt tot overlap, onnodige administratieve lasten en vertragingen in de praktijk; overwegende dat deze problemen innovatie en flexibilisering in zorgopleidingen belemmeren; verzoekt de regering een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar de organisatorische vervlechting of structurele integratie van de kwaliteitstoetsing door de NVAO en het CZO; verzoekt de regering tevens te komen tot één samenhangende structuur voor kwaliteitseisen en toezicht op zorgopleidingen, met als doel innovatie en responsiviteit in het onderwijs te bevorderen en administratieve lasten te verminderen.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat in toenemende mate (specialistische) zorgopleidingen moeten voldoen aan meerdere kwaliteitskaders, waaronder het accreditatiestelsel van de NVAO in het hoger onderwijs en het kader van het CZO; constaterende dat de stelselverantwoordelijkheid is verdeeld over het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport; overwegende dat de afstemming tussen deze kwaliteitseisen, toetsingskaders en toezichtprocessen ontoereikend is, wat leidt tot overlap, onnodige administratieve lasten en vertragingen in de praktijk; overwegende dat deze problemen innovatie en flexibilisering in zorgopleidingen belemmeren; verzoekt de regering een haalbaarheidsonderzoek uit te voeren naar de organisatorische vervlechting of structurele integratie van de kwaliteitstoetsing door de NVAO en het CZO; verzoekt de regering tevens te komen tot één samenhangende structuur voor kwaliteitseisen en toezicht op zorgopleidingen, met als doel innovatie en responsiviteit in het onderwijs te bevorderen en administratieve lasten te verminderen.
[Motie van het lid Beckerman]
12 februari, SP
[12 februari 2026 36800-VIII-121 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 MOTIE VAN HET LID BECKERMAN Plenair debat (wetgeving) - Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (36800-VIII) (antwoord 1e termijn + rest) De kamer, sehoord de beraadslaging, constaterende dat er al jaren grote problemen zijn met het leerlingenvervoer, waaronderte lange ritten, ongeschikte vervoersmiddelen, en kinderen die überhaupt niet worden opgehaald; overwegende dat leerlingenvervoer voor een grote groep leerlingen van met name het speciaal onderwijs een essentiële voorwaarde is voor het kunnen volgen van onderwijs; overwegende dat veel problemen voortkomen uit het commercieel aanbesteden van leerlingenvervoer; verzoekt de regering om samen met gemeenten een plan op te stellen ter verbetering van het leerlingenvervoer, daarbij verschillende opties uit te werken waaronder het stoppen met aanbesteden, en de Kamer voor de zomer van 2026 te rapporteren over de voortgang.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
12 februari 2026 36800-VIII-121 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 MOTIE VAN HET LID BECKERMAN Plenair debat (wetgeving) - Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (36800-VIII) (antwoord 1e termijn + rest) De kamer, sehoord de beraadslaging, constaterende dat er al jaren grote problemen zijn met het leerlingenvervoer, waaronderte lange ritten, ongeschikte vervoersmiddelen, en kinderen die überhaupt niet worden opgehaald; overwegende dat leerlingenvervoer voor een grote groep leerlingen van met name het speciaal onderwijs een essentiële voorwaarde is voor het kunnen volgen van onderwijs; overwegende dat veel problemen voortkomen uit het commercieel aanbesteden van leerlingenvervoer; verzoekt de regering om samen met gemeenten een plan op te stellen ter verbetering van het leerlingenvervoer, daarbij verschillende opties uit te werken waaronder het stoppen met aanbesteden, en de Kamer voor de zomer van 2026 te rapporteren over de voortgang.
[Motie van het lid Ceder]
12 februari, ChristenUnie
[De kamer, constaterende dat de Kamer met ruime meerderheid de regering heeft verzocht tot het wettelijk verankeren van digitale toegankelijkheid in het onderwijsdomein, maar dat er nog geen wetsvoorstel naar de Kamer is gekomen, constaterende dat uit de monitor VN-verdrag Handicap 2025 blijkt dat minder dan de helft van de onderwijsinstellingen digitale toegankelijkheid noemt als thema waarop gefocust is afgelopen jaar; verzoekt de regering om, voorafgaand aan de wettelijke verplichting, in gesprek te gaan met het onderwijsveld en (organisaties voor) studenten met een beperking om als eerste stap de normen van WCAG en inclusief digitaal ontwerpen op te laten nemen leermiddelen, in de inkoopvoorwaarden voor digitale leerlingvolgsystemen en leeromgevingen, websites en apps.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de Kamer met ruime meerderheid de regering heeft verzocht tot het wettelijk verankeren van digitale toegankelijkheid in het onderwijsdomein, maar dat er nog geen wetsvoorstel naar de Kamer is gekomen, constaterende dat uit de monitor VN-verdrag Handicap 2025 blijkt dat minder dan de helft van de onderwijsinstellingen digitale toegankelijkheid noemt als thema waarop gefocust is afgelopen jaar; verzoekt de regering om, voorafgaand aan de wettelijke verplichting, in gesprek te gaan met het onderwijsveld en (organisaties voor) studenten met een beperking om als eerste stap de normen van WCAG en inclusief digitaal ontwerpen op te laten nemen leermiddelen, in de inkoopvoorwaarden voor digitale leerlingvolgsystemen en leeromgevingen, websites en apps.
[Motie van het lid Ceder c.s.]
12 februari, ChristenUnie, BBB, CDA, VVD
[De kamer, constaterende dat de Taskforce Antisemitismebestrijding stelt dat de sociale veiligheid van de Joodse studenten en medewerkers onder druk staat en diverse voorstellen doet om deze te versterken; overwegende dat één van de adviezen hoger onderwijsinstellingen vraagt “te onderzoeken of er voldoende laagdrempelige faciliteiten zijn voor geestelijke ondersteuning bij zorgen en problemen onder Joodse studenten en medewerkers” en stelt dat “waar er behoefte is aan pastorale ondersteuning, zal moeten worden [bezien] hoe deze het beste gefaciliteerd kan worden”; verzoekt de regering om in overleg met de onderwijskoepels, het Nederlands Joods Studenten Overleg, de landelijke studentenrabbijn en andere experts, voortvarend aan de slag te gaan met bovenstaand advies om zo het (geestelijk) welzijn van Joodse studenten en medewerkers te verbeteren en de Kamer voor het zomerreces over de uitkomsten te informeren.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de Taskforce Antisemitismebestrijding stelt dat de sociale veiligheid van de Joodse studenten en medewerkers onder druk staat en diverse voorstellen doet om deze te versterken; overwegende dat één van de adviezen hoger onderwijsinstellingen vraagt “te onderzoeken of er voldoende laagdrempelige faciliteiten zijn voor geestelijke ondersteuning bij zorgen en problemen onder Joodse studenten en medewerkers” en stelt dat “waar er behoefte is aan pastorale ondersteuning, zal moeten worden [bezien] hoe deze het beste gefaciliteerd kan worden”; verzoekt de regering om in overleg met de onderwijskoepels, het Nederlands Joods Studenten Overleg, de landelijke studentenrabbijn en andere experts, voortvarend aan de slag te gaan met bovenstaand advies om zo het (geestelijk) welzijn van Joodse studenten en medewerkers te verbeteren en de Kamer voor het zomerreces over de uitkomsten te informeren.
[Motie van de leden Ceder en Armut]
12 februari, ChristenUnie, CDA
[De kamer, overwegende dat de maatschappelijke diensttijd (MDT)} bijdraagt aan het burgerschap en de maatschappelijke weerbaarheid van jongeren; overwegende dat het van belang is om met de middelen voor maatschappelijke diensttijd zoveel mogelijk jongeren te bereiken en dat hiertoe de samenwerking met maatschappelijke partners en andere departementen als defensie dient te worden versterkt, op basis van gelijkwaardigheid; verzoekt de regering om, interdepartementaal en in samenwerking met maatschappelijke partners, waaronder het bestaande MDT-netwerk, gezamenlijke ambities voor verdere uitvoering, bestendiging en versterking van maatschappelijke diensttijd op te stellen en de Kamer hier voorafgaand aan de begrotingsbehandeling van 2027 middels een concrete MDT-agenda over te informeren.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, overwegende dat de maatschappelijke diensttijd (MDT)} bijdraagt aan het burgerschap en de maatschappelijke weerbaarheid van jongeren; overwegende dat het van belang is om met de middelen voor maatschappelijke diensttijd zoveel mogelijk jongeren te bereiken en dat hiertoe de samenwerking met maatschappelijke partners en andere departementen als defensie dient te worden versterkt, op basis van gelijkwaardigheid; verzoekt de regering om, interdepartementaal en in samenwerking met maatschappelijke partners, waaronder het bestaande MDT-netwerk, gezamenlijke ambities voor verdere uitvoering, bestendiging en versterking van maatschappelijke diensttijd op te stellen en de Kamer hier voorafgaand aan de begrotingsbehandeling van 2027 middels een concrete MDT-agenda over te informeren.
[Motie van het lid Stoffer]
12 februari, SGP
[De kamer, overwegende, dat scholen volgens de Onderwijsinspectie teveel taken op hun bord krijgen van de politiek en dat wettelijke kerntaken elkaar kanibaliseren; constaterende, dat de Onderwijsraad en de Raad van State zeer kritisch hebben geadviseerd over het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid; verzoekt de regering, het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid in te trekken.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, overwegende, dat scholen volgens de Onderwijsinspectie teveel taken op hun bord krijgen van de politiek en dat wettelijke kerntaken elkaar kanibaliseren; constaterende, dat de Onderwijsraad en de Raad van State zeer kritisch hebben geadviseerd over het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid; verzoekt de regering, het wetsvoorstel strategisch personeelsbeleid in te trekken.
[Motie van het lid Stoffer c.s.]
12 februari, SGP, ChristenUnie, BBB, Groep Markuszower
[De kamer, constaterende, dat 38 procent van de leerkrachten in het voortgezet onderwijs te maken heeft met Holocaustbagatellisering of -verdraaiing, maar dat de inspectie nauwelijks meldingen krijgt over antisemitisme; verzoekt de regering, de inspectie te verzoeken actief aandacht besteden aan antisemitisme in het kader van onderzoeken naar veiligheid en waar nodig handhavend.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende, dat 38 procent van de leerkrachten in het voortgezet onderwijs te maken heeft met Holocaustbagatellisering of -verdraaiing, maar dat de inspectie nauwelijks meldingen krijgt over antisemitisme; verzoekt de regering, de inspectie te verzoeken actief aandacht besteden aan antisemitisme in het kader van onderzoeken naar veiligheid en waar nodig handhavend.
[Motie van het lid Ergin]
12 februari, DENK
[De kamer, constaterende dat op circa 180 middelbare scholen beleid bestaat waarbij het verrichten van gebed tijdens schooltijd wordt verboden of feitelijk onmogelijk wordt gemaakt; overwegende dat de wetgeving rond openbaar onderwijs uitgaat van respect en ruimte voor ieders godsdienst of levensovertuiging; verzoekt de regering om duidelijk richting schoolbesturen ujt te spreken dat een algemeen gebedsyerbod niet verenigbaar is met de wet en waar nodig passende stappen te zetten om naleving van de wet te waarborgen.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat op circa 180 middelbare scholen beleid bestaat waarbij het verrichten van gebed tijdens schooltijd wordt verboden of feitelijk onmogelijk wordt gemaakt; overwegende dat de wetgeving rond openbaar onderwijs uitgaat van respect en ruimte voor ieders godsdienst of levensovertuiging; verzoekt de regering om duidelijk richting schoolbesturen ujt te spreken dat een algemeen gebedsyerbod niet verenigbaar is met de wet en waar nodig passende stappen te zetten om naleving van de wet te waarborgen.
[Motie van het lid Ergin]
12 februari, DENK
[De kamer, constaterende dat uit de Monitor Werkagenda en Stagepact mbo 2025 blijkt dat basisafspraken binnen het Stagepact mbo nog onvoldoende worden nageleefd, waaronder het realiseren van minimaal drie contactmomenten, een effectieve aanpak van stagediscriminatie, hogere tevredenheid over stagebegeleiding, goed functionerende en voldoende bekende meldpunten op alle scholen en duidelijkheid over de definitie van kansengelijkheid; verzoekt de regering om concrete, resultaatgerichte en afdwingbare maatregelen te treffen om de uitvoering van het Stagepact mbo aantoonbaar te verbeteren.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat uit de Monitor Werkagenda en Stagepact mbo 2025 blijkt dat basisafspraken binnen het Stagepact mbo nog onvoldoende worden nageleefd, waaronder het realiseren van minimaal drie contactmomenten, een effectieve aanpak van stagediscriminatie, hogere tevredenheid over stagebegeleiding, goed functionerende en voldoende bekende meldpunten op alle scholen en duidelijkheid over de definitie van kansengelijkheid; verzoekt de regering om concrete, resultaatgerichte en afdwingbare maatregelen te treffen om de uitvoering van het Stagepact mbo aantoonbaar te verbeteren.
[Motie van het lid Ergin]
12 februari, DENK
[De kamer, constaterende dat de behandeling van de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting binnenkort plaatsvindt; constaterende dat het inlopen van achterstanden in de onderwijshuisvesting een investeringsopgaye van meerdere miljarden euro’s betreft en gemeenten aangeven dat daarvoor structureel onvoldoende middelen beschikbaar zijn; overwegende dat middelen die via het gemeentefonds beschikbaar worden gesteld niet geoormerkt zijn en daardoor niet altijd aantoonbaar worden ingezet voor onderwijshuisvesting; verzoekt de regering om vóór de behandeling van de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting inzichtelijk te maken: « welke mogelijkheden er zijn om middelen voor onderwijshuisvesting (deels) te oormerken; e wat de juridische en financiële consequenties daarvan zijn; «e en hoe dit kan bijdragen aan het versneld terugdringen van de huisvestingsachterstanden.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de behandeling van de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting binnenkort plaatsvindt; constaterende dat het inlopen van achterstanden in de onderwijshuisvesting een investeringsopgaye van meerdere miljarden euro’s betreft en gemeenten aangeven dat daarvoor structureel onvoldoende middelen beschikbaar zijn; overwegende dat middelen die via het gemeentefonds beschikbaar worden gesteld niet geoormerkt zijn en daardoor niet altijd aantoonbaar worden ingezet voor onderwijshuisvesting; verzoekt de regering om vóór de behandeling van de Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting inzichtelijk te maken: « welke mogelijkheden er zijn om middelen voor onderwijshuisvesting (deels) te oormerken; e wat de juridische en financiële consequenties daarvan zijn; «e en hoe dit kan bijdragen aan het versneld terugdringen van de huisvestingsachterstanden.
[Motie van het lid Russcher]
12 februari, FVD
[De kamer, constaterende dat studenten tussen 2015 en 2023 door het leenstelsel geen aanspraak hadden op een basisbeurs en inmiddels is besloten deze beurs te herinvoeren; overwegende dat de huidige tegemoetkoming voor deze groep niet in verhouding staat tot de misgelopen aanspraken en er daarmee verschil in behandeling bestaat tussen cohorten; verzoekt de regering te bezien hoe kan worden gekomen tot een ruimhartigercompensatie voor studenten die tussen 2015 en 2023 onder het leenstelsel vielen, en de Kamer hierover te informeren.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat studenten tussen 2015 en 2023 door het leenstelsel geen aanspraak hadden op een basisbeurs en inmiddels is besloten deze beurs te herinvoeren; overwegende dat de huidige tegemoetkoming voor deze groep niet in verhouding staat tot de misgelopen aanspraken en er daarmee verschil in behandeling bestaat tussen cohorten; verzoekt de regering te bezien hoe kan worden gekomen tot een ruimhartigercompensatie voor studenten die tussen 2015 en 2023 onder het leenstelsel vielen, en de Kamer hierover te informeren.
[Motie van het lid Russcher]
12 februari, FVD
[De kamer, constaterende dat: è het leenstelsel ertoe heeft geleid dat studenten tussen 2015 en e 2023 geen aanspraak konden maken op een basisbeurs veel van deze studenten hierdoor een aanzienlijke studieschuld hebben opgebouwd ə de rente op studieschulden de afgelopen jaren is gestegen overwegende dat: e tijdens de invoering van het leenstelsel sprake was van langdurig zeer lage rentes e veel (oud-)studenten hun financiële keuzes mede op basis daarvan hebben gemaakt verzoekt de regering: e te onderzoeken op welke wijze voor de groep die onder het leenstelsel viel de rentelast structureel kan worden beperkt, waaronder het scenario van een rente van 0%.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat: è het leenstelsel ertoe heeft geleid dat studenten tussen 2015 en e 2023 geen aanspraak konden maken op een basisbeurs veel van deze studenten hierdoor een aanzienlijke studieschuld hebben opgebouwd ə de rente op studieschulden de afgelopen jaren is gestegen overwegende dat: e tijdens de invoering van het leenstelsel sprake was van langdurig zeer lage rentes e veel (oud-)studenten hun financiële keuzes mede op basis daarvan hebben gemaakt verzoekt de regering: e te onderzoeken op welke wijze voor de groep die onder het leenstelsel viel de rentelast structureel kan worden beperkt, waaronder het scenario van een rente van 0%.
[Motie van het lid Boomsma]
12 februari, JA21
[De kamer, overwegende dat er in de academische wereld al geruime tijd zorgen worden geuit over een gebrek aan pluriformiteit aan perspectieven in met name de sociale en de geesteswetenschappen; overwegende dat aan de doelen inclusie en diversiteit niet is voldaan wanneer perspectieven ontbreken die afwijken van het dominante narratief; overwegende dat eenzijdigheid in invalshoeken een risico is voor de wetenschappelijke vitaliteit en kan leiden tot ideologische disciplinering van wetenschappers; verzoekt de regering te verkennen of en in hoeverre een zorgplicht voor pluriformiteit voor universiteiten en hogescholen een plaats kan krijgen in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, overwegende dat er in de academische wereld al geruime tijd zorgen worden geuit over een gebrek aan pluriformiteit aan perspectieven in met name de sociale en de geesteswetenschappen; overwegende dat aan de doelen inclusie en diversiteit niet is voldaan wanneer perspectieven ontbreken die afwijken van het dominante narratief; overwegende dat eenzijdigheid in invalshoeken een risico is voor de wetenschappelijke vitaliteit en kan leiden tot ideologische disciplinering van wetenschappers; verzoekt de regering te verkennen of en in hoeverre een zorgplicht voor pluriformiteit voor universiteiten en hogescholen een plaats kan krijgen in de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW).
[Motie van het lid Boomsma]
12 februari, JA21
[De kamer, Overwegende dat er in de academische wereld al geruime tijd zorgen worden geuit over een gebrek aan pluriformiteit, met name in de sociale en geesteswetenschappen; Overwegende dat het voor de academische vrijheid die is verankerd in artikel 1.6 van de Wet op het Hoger Onderwijs, van groot belang is dat er voldoende ruimte blijft voor ongebonden onderzoek, met ook voldoende vrijheid om de consensus te bevragen; Van mening dat academische vrijheid gebaat is bij wetenschap zonder taboes, omdat het gevaar altijd op de loer ligt dat dominante opvattingen onvoldoende worden uitgedaagd; Overwegende dat het gepresenteerde coalitieakkoord voorstelt om de budgetten voor onderwijs en onderzoek te verhogen; Verzoekt het kabinet, Bij de voorjaarsnota met een de academische vrijheid door een deel van het budget voor aan onderzoek dat dominante voorstel te komen over het vergroten en waarborgen van meer ruimte te bieden voor ongebonden onderzoek, en wetenschappelijk onderzoek ten goede te laten komen invalshoeken of narratieven onderzoekt en/of bevraagt.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, Overwegende dat er in de academische wereld al geruime tijd zorgen worden geuit over een gebrek aan pluriformiteit, met name in de sociale en geesteswetenschappen; Overwegende dat het voor de academische vrijheid die is verankerd in artikel 1.6 van de Wet op het Hoger Onderwijs, van groot belang is dat er voldoende ruimte blijft voor ongebonden onderzoek, met ook voldoende vrijheid om de consensus te bevragen; Van mening dat academische vrijheid gebaat is bij wetenschap zonder taboes, omdat het gevaar altijd op de loer ligt dat dominante opvattingen onvoldoende worden uitgedaagd; Overwegende dat het gepresenteerde coalitieakkoord voorstelt om de budgetten voor onderwijs en onderzoek te verhogen; Verzoekt het kabinet, Bij de voorjaarsnota met een de academische vrijheid door een deel van het budget voor aan onderzoek dat dominante voorstel te komen over het vergroten en waarborgen van meer ruimte te bieden voor ongebonden onderzoek, en wetenschappelijk onderzoek ten goede te laten komen invalshoeken of narratieven onderzoekt en/of bevraagt.
[Motie van het lid Boomsma]
12 februari, JA21
[De kamer, Overwegende dat instellingen van hoger onderwijs kampen met dalende studentenaantallen door demografische ontwikkelingen, Overwegende dat de manier waarop instellingen nu worden gefinancierd betekent dat het in standhouden van kleinere studies met weinig studenten, zoals bijvoorbeeld kleine talen, onder druk staat als ook de grotere opleidingen moeten bezuinigen door dalende aantallen, Overwegende dat juist kleine opleidingen op universiteiten en hogescholen, van grote waarde zijn om te behouden en het van groot cultureel en maatschappelijk belang is dat ook kleine opleidingen in Nederland behouden blijven Verzoekt het kabinet, Met een voorstel te komen om de modellen en regels voor de financiering van het hoger onderwijs zo te wijzigen dat instellingen een solide aanbod aan kleinere opleidingen in stand (kunnen) houden. 2 geod ogutA da ade uon da 2a Ko Smem ~.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, Overwegende dat instellingen van hoger onderwijs kampen met dalende studentenaantallen door demografische ontwikkelingen, Overwegende dat de manier waarop instellingen nu worden gefinancierd betekent dat het in standhouden van kleinere studies met weinig studenten, zoals bijvoorbeeld kleine talen, onder druk staat als ook de grotere opleidingen moeten bezuinigen door dalende aantallen, Overwegende dat juist kleine opleidingen op universiteiten en hogescholen, van grote waarde zijn om te behouden en het van groot cultureel en maatschappelijk belang is dat ook kleine opleidingen in Nederland behouden blijven Verzoekt het kabinet, Met een voorstel te komen om de modellen en regels voor de financiering van het hoger onderwijs zo te wijzigen dat instellingen een solide aanbod aan kleinere opleidingen in stand (kunnen) houden. 2 geod ogutA da ade uon da 2a Ko Smem ~.
[Motie van het lid Straatman c.s.]
12 februari, CDA, JA21, VVD
[De kamer, Constaterende dat de minister van Justitie en Veiligheid onderzoekt welke mogelijkheden er zijn om civielrechtelijke aansprakelijkheid bij vernielingen door demonstranten vaker in te zetten, Overwegende dat civielrechtelijke aansprakelijkheid kan helpen bij het efficiënter verhalen van schade op de individuele relschoppers, zodat zij de door hen aangerichte schade zelf betalen, Overwegende dat deze route ook universiteitsbesturen meer mogelijkheden biedt om op te kunnen treden tegen vernielingen op universiteiten als gevolg van demonstraties, Verzoekt de regering om in pilots over civielrechtelijk schadeverhaal ook expliciet mee te nemen welke mogelijkheden er zijn om dit toe te passen bij vernielingen tijdens demonstraties op universiteiten en hiervoor handvatten voor universiteitsbesturen uit te werken.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, Constaterende dat de minister van Justitie en Veiligheid onderzoekt welke mogelijkheden er zijn om civielrechtelijke aansprakelijkheid bij vernielingen door demonstranten vaker in te zetten, Overwegende dat civielrechtelijke aansprakelijkheid kan helpen bij het efficiënter verhalen van schade op de individuele relschoppers, zodat zij de door hen aangerichte schade zelf betalen, Overwegende dat deze route ook universiteitsbesturen meer mogelijkheden biedt om op te kunnen treden tegen vernielingen op universiteiten als gevolg van demonstraties, Verzoekt de regering om in pilots over civielrechtelijk schadeverhaal ook expliciet mee te nemen welke mogelijkheden er zijn om dit toe te passen bij vernielingen tijdens demonstraties op universiteiten en hiervoor handvatten voor universiteitsbesturen uit te werken.
[Motie van het lid Straatman c.s.]
12 februari, CDA, JA21, D66, Groep Markuszower, VVD, GroenLinks-PvdA
[De kamer, Constaterende dat de huidige onderwijswetgeving ertoe leidt dat hbo-bachelors die een wo-master willen volgen om onduidelijke redenen geen recht hebben op een extra jaar basisbeurs terwijl dit omgekeerd wel het geval is, Overwegende dat de Centrale Raad van Beroep in een uitspraak over deze situatie heeft aangegeven dat sprake is van ‘een onvolmaakt systeem’, maar dat het aan de wetgever is om deze situatie te veranderen, Verzoekt de regering een wetswijzigingte verkennen die deze ongelijkheid wegneemt en ervoor zorgt dat hbo-bachelors die een wo-master willen volgen hetzelfde recht op studiefinanciering krijgen.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, Constaterende dat de huidige onderwijswetgeving ertoe leidt dat hbo-bachelors die een wo-master willen volgen om onduidelijke redenen geen recht hebben op een extra jaar basisbeurs terwijl dit omgekeerd wel het geval is, Overwegende dat de Centrale Raad van Beroep in een uitspraak over deze situatie heeft aangegeven dat sprake is van ‘een onvolmaakt systeem’, maar dat het aan de wetgever is om deze situatie te veranderen, Verzoekt de regering een wetswijzigingte verkennen die deze ongelijkheid wegneemt en ervoor zorgt dat hbo-bachelors die een wo-master willen volgen hetzelfde recht op studiefinanciering krijgen.