[De kamer,
overwegende dat hoge nettarieven een groot obstakel vormen voor de
energietransitie en de verduurzaming van de economie;
constaterende dat het van belang is om doelmatig om te gaan met het
verlagen van de nettarieven;
verzoekt de regering om in kaart te brengen hoe verduurzamingsplannen
van bedrijven, zoals het al dan niet hebben van een klimaatplan in lijn met
het Parijsakkoord, kunnen worden meegenomen in het al dan niet
verlagen van nettarieven, en opties hiervoor eind van het eerste kwartaal
van 2026 met de Kamer te delen.] ››
[De kamer,
constaterende dat er een prioriteringskader voor transportverzoeken van
de ACM komt;
overwegende dat onduidelijk is wat de precieze impact op verschillende
elektriciteitsgebruikers gaat zijn en hoe dit kader precies uit gaat pakken in
de praktijk;
verzoekt de regering snel na de inwerkingtreding van het prioriteringskader een evaluatie uit te voeren, en de resultaten hiervan in het najaar
van 2026 met de Kamer te delen.] ››
[De kamer,
constaterende dat energiebesparing een manier is om ruimte op het net te
vergroten en netcongestie tegen te gaan;
overwegende dat het recente rapport Kantelpunt voor klimaat en industrie
stelt dat actievere handhaving met structurele capaciteit bij de
omgevingsdiensten nodig is om de energiebesparingsplicht te verbeteren;
overwegende dat het kabinet in kaart aan het brengen is hoeveel
bedrijven en instellingen voldoen aan de energiebesparingsplicht en wat
de bijdrage is van gemeenten en provincies aan toezicht en handhaving;
verzoekt de regering hierbij ook met concrete voorstellen te komen voor
verbetering van de handhaving, inclusief de benodigde middelen, en dit
voor de begrotingsbehandeling KGG met de Kamer te delen.] ››
[De kamer,
constaterende dat netcongestie de verduurzaming van bestaande
bedrijven en de ontwikkeling van nieuwe, innovatieve bedrijven die de
economie van morgen zullen vormen ernstig belemmert;
overwegende dat naast investeren in uitbreiding van het elektriciteitsnet
voor de lange termijn, ook het bestaande elektriciteitsnet op korte termijn
slimmer moet worden benut;
overwegende dat dit alleen mogelijk is met voldoende en actueel inzicht
in het netgebruik;
constaterende dat netbeheerders uiterlijk 6 februari 2026 een verbeterplan
bij de ACM moeten indienen waaruit duidelijk wordt wanneer maatregelen tegen netcongestie worden ingevoerd en hoe er gezorgd wordt voor
voldoende inzicht in het netgebruik;
van mening dat bij het zorgen voor voldoende inzicht in het netgebruik
ook regie van de rijksoverheid nodig is;
verzoekt de regering de regie te nemen in het verkrijgen en benutten van
inzicht in relevante data van netbeheerders en energieaanbieders,
teneinde het elektriciteitsnet slimmer te gebruiken en netcongestie op
korte termijn te verminderen.] ››
[De kamer,
overwegende dat volgens TenneT de leveringszekerheid van elektriciteit
na 2030 onder druk komt te staan, mede door het sluiten van de
kolencentrales;
verzoekt de regering de kolencentrales open te houden.] ››
[De kamer,
constaterende dat de problemen rond netcongestie «vooral worden
veroorzaakt door de snelle toename van duurzaam opgewekte energie en
het groeiende duurzame energieverbruik», aldus de Minister van Klimaat
en Groene Groei;
constaterende dat de regering, desondanks, met het Actieplan
windenergie op zee 1 miljard aan subsidies beschikbaar stelt voor nieuwe
windturbineparken op zee;
verzoekt de regering het Actieplan windenergie op zee in te trekken en
géén subsidies te verstrekken.] ››
[De kamer,
constaterende dat besluiten van de ACM, bijvoorbeeld het vaststellen van
de nettarieven en van een prioriteringskader dat bepaalt wie wel en wie
niet prioriteit krijgt bij toekenning van netcapaciteit, verstrekkende
gevolgen hebben voor zaken als woningbouw, economie en ruimtelijke
ontwikkeling, en daarmee ook grote impact hebben op de ruimte die
decentrale overheden hebben om keuzes hierover maken;
overwegende dat EU-lidstaten op verschillende wijze invulling geven aan
de Europese richtlijnen en er in Nederland voor een strikte invulling lijkt te
zijn gekozen met weinig ruimte voor democratische controle en zeggenschap, terwijl het bij bijvoorbeeld prioritering op basis van maatschappelijke waarde om politiek gevoelige keuzes gaat;
verzoekt het presidium de Raad voor het Openbaar Bestuur te verzoeken
een advies uit te brengen over de democratische controle en zeggenschap
bij keuzes rondom netbeheer en over de rolverdeling tussen ACM,
netbeheerders, Rijk en decentrale overheden hierbij.] ››
[De kamer,
overwegende dat netbewuste nieuwbouw systeemkosten bespaart en
meer woningbouw mogelijk maakt, maar dat de randvoorwaarden
hiervoor wel op orde moeten zijn, zoals datastandaarden en -toegang,
flexibiliteitssturing en techniekonafhankelijke prestatienormen;
overwegende dat provincies die werken aan het normeren van netbewuste nieuwbouw te maken hebben met een ongelijk speelveld en
meerkosten voor woningbouw doordat niet overal in ons land netbewust
bouwen een vereiste is;
verzoekt de regering om, in samenspraak met decentrale overheden,
netbeheerders en brancheorganisaties, met oplossingen te komen voor de
knelpunten rond netbewuste nieuwbouw, zodat zo spoedig als mogelijk
netbewust bouwen in heel Nederland brede toepassing vindt, en de
Kamer voor het zomerreces over de voortgang te informeren.] ››
Aangenomen op 18 december: 124 - 26
CU
VVD
SP
PvdD
BBB
DENK
GL-PVDA
SGP
JA21
Volt
50PLUS
CDA
D66
FVD
PVV
18 december, Tweeminutendebat Energiebesparing en betaalbare energierekening voor huishoudens (CD 3/7)
[De kamer,
constaterende dat het verduurzamen van huurwoningen, sociale
huurwoningen en betaalbare koophuizen sociaal én groen is;
constaterende dat niet-commerciële organisaties zoals energiebanken en
FIXbrigades hiervoor een bewezen effectieve en doelmatige aanpak
hebben ontwikkeld;
constaterende dat er ook nog veel gemeenten zijn die kiezen voor
commerciële partijen waarvan de effectiviteit niet bewezen is;
verzoekt de regering om met de VNG en het NPLW in gesprek te gaan,
met als doel dat lokale energiehulporganisaties vaker worden geselecteerd bij de ondersteuning van de verduurzaming van huishoudens met
een lager inkomen, door het opnemen van voorwaarden in aanbestedingen.] ››
[De kamer,
constaterende dat het kabinet heeft aangegeven dat energiebesparende
maatregelen die in het kader van de voorgenomen verlenging van de
termijn voor de energiebesparingsplicht van vijf naar zeven jaar genomen
moeten worden, niet langer gesubsidieerd of fiscaal ondersteund kunnen
worden;
overwegende dat de verlenging van de termijn voor de energiebesparingsplicht voor een deel van de bedrijven aanzienlijke financiële gevolgen
kan hebben, mede omdat andere Europese landen deze aanscherping van
de energiebesparingsplicht niet hebben;
overwegende dat het staatssteunkader ruimte biedt voor genoemde
ondersteuning, zoals aangegeven in onder meer het staatssteunkader
voor de Clean Industrial Deal;
overwegende dat bij ongeveer 40% van de maatregelen sprake is van
voorwaardelijke belemmeringen die ervoor zorgen dat een deel van deze
maatregelen niet uitgevoerd kunnen worden;
verzoekt de regering de verlenging van de termijn voor de energiebesparingsplicht alleen door te voeren als financiële ondersteuning voor
bijbehorende maatregelen mogelijk blijft en de genoemde belemmeringen aangepakt worden.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Kamer meermaals heeft verzocht om deze winter
gerichte inkomensondersteuning te bieden aan huishoudens die hun
energierekening niet kunnen betalen;
constaterende dat de gekozen route via het gemeentefonds volgens de G4
onvoldoende soelaas biedt voor deze groep;
overwegende dat de rechtbank Gelderland op 4 december heeft geoordeeld dat ook volledige financiering van het Tijdelijk Noodfonds Energie
door het Rijk niet automatisch leidt tot de kwalificatie van de uitvoerende
stichting als (buitenwettelijk) bestuursorgaan of tot het ontstaan van een
openeinderegeling;
overwegende dat het Tijdelijk Noodfonds Energie klaarstaat, en daarmee
de enige uitvoeringsroute is die op zeer korte termijn kan zorgen voor
gerichte inkomenssteun;
overwegende dat volgens TNO circa 300.000 kinderen opgroeien in
energiearmoede en hierdoor risico lopen op ernstige gezondheidsproblemen, stress en leerachterstanden;
verzoekt de regering om per direct de heropening van het Tijdelijk
Noodfonds Energie mogelijk te maken door:
– te kiezen voor volledige financiering van het Tijdelijk Noodfonds
Energie door het Rijk middels een subsidiebijdrage;
– daarbij de zelfstandige positie, beleidsruimte en beslissingsvrijheid
van de uitvoerende stichting Tijdelijk Noodfonds Energie expliciet te
borgen, zodat deze niet kwalificeert als (buitenwettelijk) bestuursorgaan;
– eventuele resterende risico’s zo veel mogelijk te mitigeren en waar
volledige mitigatie niet mogelijk is, deze restrisico’s bewust en tijdelijk
kst-29023-605
ISSN 0921 - 7371
’s-Gravenhage 2025
Tweede Kamer, vergaderjaar 2025–2026, 29 023, nr. 605
1
als Rijk te accepteren, waarbij het belang van huishoudens die hun
energierekening niet kunnen betalen voorop wordt gesteld;
verzoekt de regering de Kamer op de kortst mogelijke termijn te informeren over de te nemen stappen, het tijdpad en de wijze waarop de
heropening van het Tijdelijk Noodfonds Energie nog deze winter
gerealiseerd wordt.] ››
Verworpen op 18 december: 60 - 90
50PLUS
PvdD
DENK
SP
GL-PVDA
PVV
SGP
CDA
VVD
FVD
D66
JA21
Volt
BBB
CU
18 december, Tweeminutendebat Leefomgeving en Externe veiligheid (CD 30/9)
[De kamer,
constaterende dat Duitsland plannen heeft voor grote windturbines dicht
bij de Nederlandse grens, wat zorgen oproept bij grensbewoners en
mogelijk schade aan Nederlandse natuur veroorzaakt;
constaterende dat het Verdrag van Espoo voorschrijft dat grensoverschrijdende projecten voorafgaand overleg vereisen om milieueffecten te
beoordelen;
overwegende dat de Kamer in november 2024 unaniem een motie heeft
aangenomen (36 600-XXIII, nr. 41) om in gesprek te gaan met de Duitse
overheid om te komen tot één uniforme procedure voor bouwprojecten in
de grensregio’s, waaronder ook windturbines vallen en waarbij
omwonenden uit het buurland worden betrokken bij procedures;
verzoekt de regering om zorg te dragen dat Nederland geen nadelige
effecten ondervindt van bouwprojecten aan de grens, waaronder
windturbines.] ››
[De kamer,
overwegende dat de Expertgroep Gezondheid IJmond is aangesteld om
de regering te adviseren over de maatwerkafspraak met Tata Steel;
constaterende dat er een joint letter of intent is overeengekomen met
daarin reductiedoelen voor schadelijke stoffen;
verzoekt de regering de Expertgroep Gezondheid IJmond te vragen zo
spoedig mogelijk een advies uit te brengen over de joint letter of intent
met Tata Steel.] ››
[De kamer,
overwegende dat het gebruik van staalslakken een risico vormt voor
schade aan de gezondheid van mensen en het milieu;
constaterende dat in de joint letter of intent met Tata Steel een clausule is
opgenomen waarin staat dat de deal mag worden opgezegd als er
nationale beleidsmaatregelen met betrekking tot staalslakken worden
ingevoerd die een aanzienlijk negatief effect hebben op de financiële
situatie van Tata Steel;
overwegende dat dit artikel toekomstig beleid ten aanzien van staalslakken in de weg kan staan;
verzoekt de regering om te garanderen dat de maatwerkafspraken geen
belemmering vormen om beleid te voeren op staalslakken.] ››
[De kamer,
constaterend dat in de joint letter of intent met Tata Steel een reductiedoel
voor fijnstof is opgenomen van 38% ten opzichte van 2019, en dat de
uitstoot in 2024 41% lager was dan in 2019;
overwegende dat dit betekent dat Tata Steel in 2030 alsnog meer fijnstof
mag uitstoten dan het in 2024 deed;
verzoekt de regering in een eventuele maatwerkafspraak met Tata Steel in
te zetten op aanscherping van de plafonds voor de uitstoot van fijnstof in
2030.] ››
[De kamer,
constaterende dat per 1 januari 2026 de zachte landing voor inhurende
bedrijven van zelfstandigen verloopt;
overwegende dat er nog steeds onrust is onder sommige zzp’ers en
opdrachtgevers die zelfstandigen in dienst hebben;
overwegende dat de verzuimboetes en het direct starten van boekenonderzoek druk kunnen leggen op opdrachtgevers die zelfstandigen in dienst
hebben;
verzoekt de regering bij de Europese Commissie na te gaan of het tijdelijk
niet-opleggen van verzuimboetes en het in beginsel blijven starten met
bedrijfsbezoeken in plaats van onmiddellijk boekenonderzoek, in het jaar
2026 geen gevolgen heeft voor de toekenning van de middelen uit het
Herstel- en Veerkrachtplan;
verzoekt de regering, indien door de Europese Commissie aangegeven
wordt dat dit geen gevolgen heeft voor de uitkering van de HVP-gelden,
om in de periode van 1 januari 2026 tot 1 januari 2027 geen verzuimboetes op te leggen en in beginsel te blijven starten met bedrijfsbezoeken
in plaats van onmiddellijk boekenonderzoek te doen bij opdrachtgevers
die zelfstandigen inhuren.] ››
[De kamer,
constaterende dat het beëindigen van de zachte landing per 1 januari 2026
kan leiden tot opnamestops en zorgafbouw in de gehandicaptenzorg en
de ouderenzorg, en dat instellingen waarschuwen dat hiermee de
continuïteit en veiligheid van zorg voor kwetsbare mensen in het geding
komt;
verzoekt de regering de zachte landing voor de inzet van zzp’ers in de
gehandicaptenzorg en ouderenzorg te verlengen en deze pas te beëindigen nadat in overleg met de sector aantoonbaar is geborgd dat
opnamestops en zorgafbouw worden voorkomen en dat de continuïteit en
veiligheid van zorg zijn verzekerd.] ››
[De kamer,
overwegende dat een risicogerichte handhavingsstrategie zich dient te
richten op sectoren en situaties met een verhoogd risico op schijnzelfstandigheid;
verzoekt de regering het Handhavingsplan arbeidsrelaties aan te passen
zodat handhaving in 2026 specifiek wordt gericht op probleemgevallen
met een verhoogd risico op gedwongen zelfstandigheid, onderbetaling,
evidente schijnzelfstandigen en arbeidsmigratieconstructies.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Kamer op 2 oktober 2025 bij meerderheid de
motie-Ergin c.s. (29 544, nr. 1289) heeft aangenomen, waarin de regering
wordt verzocht de handhavingsstrategie «zachte landing» te verlengen tot
eind 2026;
constaterende dat het kabinet heeft besloten deze motie niet uit te voeren,
terwijl de onrust en rechtsonzekerheid onder zzp’ers en opdrachtgevers
voortduren;
verzoekt de regering om de handhavingsstrategie «zachte landing», met
risicogerichte handhaving en oog voor de menselijke maat, te verlengen
tot ten minste 31 maart 2026;
verzoekt de regering tevens in de tussentijd met de Europese Commissie
in overleg te treden om maximale ruimte te zoeken voor gepaste
handhaving.] ››
[De kamer,
constaterende dat de huidige zzp-regelgeving voor te veel onduidelijkheid
en onzekerheid zorgt;
overwegende dat de huidige onduidelijkheid in de zzp-regelgeving vraagt
om terughoudendheid in de handhaving en om een aanpak die primair is
gericht op voorlichting en begeleiding in plaats van bestraffing;
verzoekt de regering bij de handhaving het opleggen van verzuimboetes
zoveel mogelijk te vermijden en daarbij de voorkeur te geven aan
bedrijfsbezoeken boven boekenonderzoeken, en dit vast te leggen in het
Handhavingsplan arbeidsrelaties 2026.] ››