3 december, Wijziging van de Wet subsidiëring landelijke onderwijsondersteunende activiteiten 2013 en enige andere onderwijswetten in verband met de landelijke borging van de uitvoering van ondersteuning van scholen en instellingen bij het onderwijs aan zieke leerling
[De kamer,
constaterende dat kinderen en jongeren met PAIS/long covid regelmatig
vastlopen in het onderwijs, vanwege onder andere onvoldoende kennis
en erkenning bij scholen en het ontbreken aan structuur en regie;
overwegende dat het ontbreken van duidelijke landelijke richtlijnen leidt
tot onnodige overvraging en voortdurende onzekerheid en dat leerlingen
en ouders gebaat zijn bij één vast aanspreekpunt dat de regie voert en
bijdraagt aan duidelijkheid en rust;
overwegende dat tijdige inzet van deskundigheid en de belastbaarheid
van het kind als uitgangspunt nemen, bijdraagt aan goed en passend
onderwijs voor deze leerlingen;
verzoekt de regering om, in samenspraak met ouders, leerlingen,
deskundigen en het onderwijsveld, landelijke richtlijnen op te stellen voor
scholen over PAIS/long covid, waarin in ieder geval ouder- en leerlingenbetrokkenheid, het betrekken van deskundigheid, mogelijke onderwijsaanpassingen, zoals volwaardig digitaal afstandsonderwijs, en het aanstellen
van één vast aanspreekpunt, aan bod komen;
verzoekt de regering daarnaast in samenspraak met genoemde betrokkenen mogelijke knelpunten uit huidige wet- en regelgeving tegen het
licht te houden, en hierover aan de Kamer te rapporteren.] ››
[De kamer,
overwegende dat elke zieke leerling recht heeft op goed onderwijs en dat
belang voorop moet staan, ongeacht ziektebeeld en of de leerling
bijvoorbeeld lichamelijke of psychische klachten heeft;
overwegende dat met de centralisatie een aantal wijzigingen ten aanzien
van subsidiestromen, centralisering en structuur worden aangebracht;
overwegende dat het belang van het kind bij de vorm van onderwijsondersteuning centraal dient te staan;
verzoekt het kabinet te borgen dat het belang van het kind voorop komt te
staan bij de keuze onder welke regeling een kind valt en de wijze waarop
deze keuzes worden gemaakt inzichtelijk te maken bij de eerstvolgende
rapportage.] ››
Aangenomen op 16 december: 150 - 0
50PLUS
DENK
PVV
SP
SGP
PvdD
CU
GL-PVDA
D66
CDA
BBB
JA21
VVD
Volt
FVD
3 december, Tweeminutendebat Midden- en kleinbedrijf (CD 11/9)
[De kamer,
constaterende dat de fiscale regeling Seed Business Angel in het leven is
geroepen om expertise en praktijkervaring van investeerders te mobiliseren om het durfkapitaalklimaat in Nederland te verbeteren;
constaterende dat de Seed Business Angelregeling verplicht dat de
investeerder via een entiteit investeert, bijvoorbeeld een fonds;
overwegende dat deze verplichting veel angelinvesteerders ontmoedigt,
omdat zij niet de tijd of de investeringsschaal hebben om een renderend
fonds op te richten en te onderhouden, waardoor we in Nederland veel
durfkapitaal mislopen;
verzoekt de regering om deze administratieve verplichting af te schaffen.] ››
[De kamer,
constaterende dat het SEO-onderzoek vaststelt dat de terugverdientijd in
de ambulante handel gemiddeld acht tot elf jaar bedraagt;
constaterende dat door de invoering van de zero-emissiezones de
terugverdientijd gemiddeld ook nog eens met anderhalf jaar toeneemt;
overwegende dat er nu vergunningen worden afgegeven die aanzienlijk
korter lopen, waardoor ondernemers geen financiering kunnen krijgen
en/of hun investering niet kunnen terugverdienen;
verzoekt de regering een landelijke minimale vergunningsduur van tien
jaar vast te leggen voor schaarse vergunningen in de ambulante handel.] ››
[De kamer,
constaterende dat niet-bancaire financiers, zoals crowdfunders en direct
lenders, belemmeringen ervaren in het huidige zekerhedenrecht;
overwegende dat een gelijk speelveld voor bancaire en niet-bancaire
spelers van groot belang is voor toegankelijke mkb-financiering;
verzoekt de regering, in samenwerking met de Stichting MKB Financiering
en met experts, de concrete belemmeringen voor niet-bancaire financiers
in kaart te brengen en per belemmering te verkennen op welke wijze
verbeteringen in het zekerhedenrecht kunnen worden gerealiseerd, en de
Kamer hierover in het tweede kwartaal van 2026 te rapporteren.] ››
[De kamer,
constaterende dat ondernemers grote behoefte hebben aan langjarige
duidelijkheid en stabiliteit in overheidsbeleid;
overwegende dat een nationaal ondernemersakkoord waarin overheid en
bedrijfsleven tot langjarige afspraken komen over belangrijke randvoorwaarden voor het Nederlandse ondernemingsklimaat, zoals belastingklimaat, regeldrukvermindering, financiering, innovatie, verduurzaming,
netcongestie, arbeidskrapte en infrastructuur, hieraan kan bijdragen;
van mening dat een nieuw kabinet werk moet maken van de totstandkoming van een dergelijk nationaal ondernemersakkoord;
verzoekt de regering hiervoor de voorbereidende stappen te zetten en
hierover gesprekken aan te gaan met het bedrijfsleven, zodat een volgend
kabinet een wederkerig en breed ondernemersakkoord kan afsluiten.] ››
Verworpen op 9 december: 45 - 105
SGP
VVD
FVD
BBB
JA21
GL-PVDA
PVV
D66
SP
CDA
CU
DENK
Volt
50PLUS
PvdD
3 december, Tweeminutendebat Verdienvermogen van Nederland (CD 25/9)
[De kamer,
overwegende dat het midden- en kleinbedrijf steeds vaker afhankelijk is
van non-bancaire financiers voor relatief kleine kredieten, terwijl toegang
tot essentiële kredietdata (zoals BKR- en UBO-informatie) voor veel van
deze aanbieders beperkt of niet tijdig beschikbaar is;
constaterende dat hierdoor juist kleine ondernemers, die moeilijk
terechtkunnen bij banken, onnodig worden belemmerd in hun toegang tot
financiering, wat direct raakt aan het verdienvermogen en de economische vitaliteit van Nederland;
verzoekt de regering, in dezen de Minister van Financiën en de Minister
van Economische Zaken, om in samenwerking met de Autoriteit
Persoonsgegevens en relevante financieringsplatformen een voorstel te
verkennen waarmee non-bancaire financiers onder passende waarborgen
en zonder onnodige regeldruk toegang kunnen krijgen tot de noodzakelijke kredietdata, en de Kamer hierover te informeren.] ››
[De kamer,
overwegende dat veel kleine ondernemers met beperkte zekerheden
moeite hebben om financiering te krijgen via banken, terwijl vergelijkbare
instrumenten in buurlanden aantoonbaar bijdragen aan betere krediettoegang voor het mkb;
constaterende dat het Nederlandse financieringslandschap voor kleine
kredieten nog onvoldoende aansluit bij de behoefte van ondernemers
zonder onderpand, ondanks bestaande initiatieven zoals het Nationaal
Convenant MKB-Financiering en de FinancieringsGids;
verzoekt de regering een fiscale stimuleringsmaatregel voor het mkb uit te
werken die inzicht geeft in de fiscale en financiële randvoorwaarden en de
uitvoerbaarheid van de maatregel, en deze uitwerking mee te sturen in de
kabinetsreactie op het Dialogiconderzoek en de motie-Dassen/MartensAmerica.] ››
Aangenomen op 9 december: 124 - 26
Volt
JA21
BBB
D66
CDA
SGP
CU
50PLUS
PVV
FVD
VVD
DENK
GL-PVDA
PvdD
SP
2 december, Debat over het verbod op stroomstootapparatuur in de veehouderij
[De kamer,
overwegende dat nationale regels op Europese regelgeving zorgen voor
een ongelijk speelveld en vaak ook hogere kosten voor Nederlandse
ondernemers;
overwegende dat nationale koppen kunnen leiden tot juridische onduidelijkheid over de verhouding tussen nationale en Europese regels;
overwegende dat nationale regels bovendien tot onduidelijkheid kunnen
leiden bij de uitvoering en handhaving;
verzoekt de regering bij iedere nieuwe voorgestelde nationale regel voor
ondernemers boven op Europese regelgeving, een andere bestaande
nationale regel voor ondernemers te laten vervallen, zodat de totale
regeldruk voor ondernemers in Nederland niet toeneemt.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Kamer al sinds 2021 vraagt om een verbod op
drijfmiddelen die pijn of stress veroorzaken zodat deze dierenmishandeling wordt gestopt;
constaterende dat de toenmalige Minister van Landbouw in juni 2024 een
verbod op stroomstootapparatuur bij het transport van dieren bijna
helemaal af had;
constaterende dat de huidige Minister van LVVN dit verbod aanvankelijk
niet wilde invoeren, en dat een meerderheid van de Kamer in september
2024 heeft afgedwongen dat dat verbod moest worden doorgezet;
constaterende dat de Kamer vroeg alles op alles te zetten om te zorgen
dat het verbod op 1 juli 2025 van kracht kon worden, maar dat de Minister
verschillende onnodige vertragingen heeft veroorzaakt;
constaterende dat recent duidelijk werd dat het verbod mogelijk nog
verder vertraagd zou worden, waardoor een meerderheid van de Kamer
de Minister opnieuw tot actie moest bewegen;
keurt de handelwijze van de Minister van LVVN af.] ››
Verworpen op 9 december: 56 - 94
Volt
SP
GL-PVDA
PvdD
DENK
D66
CDA
50PLUS
SGP
BBB
PVV
JA21
FVD
CU
VVD
2 december, Tweeminutendebat Transportraad d.d. 4 december 2025 (21501-33-1169)
[De kamer,
constaterende dat lidstaten zoals Duitsland en Italië zich openlijk verweren
tegen het verbod op nieuwe brandstofauto’s in 2035;
overwegende dat dit verbod schade toebrengt aan de economie in
Nederland en in Europa;
verzoekt de regering om in de Transportraad tegen het verbod op nieuwe
brandstofauto’s in 2035 te pleiten.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Europese Commissie in het gepresenteerde MFK
2028–2034 fors meer geld heeft uitgetrokken voor internationale (militaire)
mobiliteit en dat de Europese Commissie een annex aan het CEF-voorstel
heeft toegevoegd waarin de lijn Groningen-Oldenburg wordt genoemd;
overwegende dat er geen Europese medefinanciering komt voor de
Lelylijn zolang er nationaal geen voldoende financiële middelen worden
gereserveerd en hierdoor het risico bestaat dat potentiële Europese
middelen uit beeld raken;
verzoekt de regering om in Europees verband te blijven inzetten op het
verbreden van de verbinding Groningen-Oldenburg naar AmsterdamGroningen-Oldenburg en om bij het Masterplan Lelylijn ook nadrukkelijk
de verbinding naar Duitsland te betrekken, en de Kamer voor de begrotingsbehandeling IenW over de vervolgstappen te informeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat toegang tot snel en betaalbaar internet een voorwaarde
is om mee te doen aan de digitale samenleving;
spreekt uit dat internet een basisbehoefte is;
verzoekt de regering om in gesprek met maatschappelijke organisaties,
ervaringsdeskundigen en telecombedrijven vast te stellen wat er nodig is
om internet als een basisbehoefte te behandelen, waar iedereen recht op
heeft.] ››
Verworpen op 9 december: 70 - 80
SP
50PLUS
DENK
JA21
D66
CU
GL-PVDA
Volt
PvdD
CDA
FVD
SGP
BBB
VVD
PVV
2 december, Tweeminutendebat Telecomraad d.d. 5 december (21501-33-1165)
[De kamer,
overwegende dat het Draghirapport oproept tot een andere, meer
werkbare aanpak van Europese wetgeving om de concurrentiekracht en
arbeidsproductiviteit te versterken;
overwegende dat er nu enkele Omnibusvoorstellen zijn gedaan om
bestaande regels te verbeteren en te verlichten, maar dat er tegelijk
alweer nieuwe digitale wetgeving in voorbereiding is;
verzoekt de regering om in Europa te pleiten voor een pas op de plaats bij
nieuwe digitale wetten totdat het Omnibusproces en de Digital Fitness
Check zijn afgerond.] ››
[De kamer,
constaterende dat de verplichtingen die voortvloeien uit de AI Act enorme
administratieve lasten meebrengen die disproportioneel zwaar wegen
voor kleinere bedrijven;
constaterende dat met name deze bedrijven voor innovatie zorgen;
constaterende dat deze verplichtingen significant zwaarder wegen voor
AI-modellen die aangemerkt worden als «high-risk» onder artikel 6 van de
AI Act;
constaterende dat de drempel voor deze classificatie buitengewoon laag
is;
constaterende dat de Digitale Omnibus slechts een klein deel van de
administratiedruk verlicht, maar de drempel voor high-riskclassificatie in
artikel 6 ongewijzigd laat;
overwegende dat bedrijven in de Verenigde Staten niet onderworpen
worden aan dergelijke verplichtingen;
overwegende dat het van belang is een level playing field te creëren om
de concurrentiepositie van Europese bedrijven te bestendigen;
verzoekt de Minister om in het kader van de Digitale Omnibus bij de
Telecomraad van 5 december te pleiten voor een versoepeling van artikel
6 van de AI Act ten behoeve van het verhogen van de drempel voor
high-riskclassificatie.] ››
[De kamer,
overwegende dat de Digitale Omnibus beoogt digitale regelgeving te
versoepelen en vereenvoudigen;
constaterende dat de GDPR op dit moment niet toestaat openbaar
beschikbare data vrijelijk te gebruiken voor modeltraining, maar dat dit
enkel is toegestaan als er sprake is van «legitiem belang»;
constaterende dat «legitiem belang» op dit moment niet duidelijk wordt
gedefinieerd binnen de GDPR en dat dit voor onzekerheid zorgt in het
kader van machine learning training;
constaterende dat in de Digitale Omnibus geen voorstel wordt gedaan tot
het verduidelijken van de GDPR op dit punt;
verzoekt de Minister om in het kader van de Digitale Omnibus bij de
Telecomraad van 5 december te pleiten voor het opnemen van een
expliciete rechtsgrond binnen de GDPR die het trainen van AI-modellen
met openbaar beschikbare data rechtmatig en rechtszeker maakt.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Europese Commissie voornemens is om privacy en
AI-wetgeving te versimpelen in een zogenoemde «Digitale Omnibus»;
overwegende dat het verzwakken van bescherming van burgers en
veiligheidsstandaarden voor AI vooral in het belang van Amerikaanse
techgiganten is en niet van de burgers en Europese bedrijven waar
Nederland voor op hoort te komen;
overwegende dat het legaliseren van de praktijken van Amerikaanse
techgiganten om zonder toestemming data van Europese burgers te
verzamelen om AI te trainen, zoals al is geprobeerd op WhatsApp,
LinkedIn en Instagram, vooral deze bedrijven bevoordeelt;
verzoekt de regering om in Europees verband kenbaar te maken dat
Nederland met betrekking tot de Digitale Omnibus in ieder geval de
volgende voorwaarden stelt, namelijk:
– dat is vastgesteld dat grondrechten van burgers op een gelijk niveau
beschermd blijven;
– dat techbedrijven nooit zonder toestemming Europese burgerdata
mogen verzamelen om AI-modellen te trainen.] ››
[De kamer,
overwegende dat de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)
oorspronkelijk uitging van een risicogebaseerde benadering, maar dat
toezichthouders in de praktijk steeds meer richting een zogeheten
«zero-riskbenadering» zijn opgeschoven;
overwegende dat een aanzienlijk deel van de knelpunten rondom de
toepassing van de AVG voor het bedrijfsleven, verenigingen en individuen
voortvloeit uit deze verschuiving en dat dit kan worden ondervangen door
het expliciet verankeren van verschillende sociaaleconomische belangen
in de opdracht van de toezichthouder, zoals reeds in andere regelgevingsprocessen worden meegewogen;
verzoekt de regering om zich bij vervolggesprekken in Europees verband
over zowel de Omnibuswetgeving als de Digital Fitness Check expliciet in
te zetten voor het vereenvoudigen van de AVG en daarbij nadrukkelijk oog
te hebben voor de risicogebaseerde benadering in artikel 5 AVG en het
meewegen van sociaaleconomische belangen en innovatie door toezichthouders in artikel 51 AVG, en de Kamer over de uitkomsten te informeren.] ››