De regering moet ervoor zorgen dat kinderen in hetzelfde pleeggezin of gezinshuis van hetzelfde geslacht zijn. Een uitzondering geldt alleen voor broers en zussen. Deze maatregel is nodig om het risico op seksueel misbruik in de pleegzorg zo klein mogelijk te maken. ››
[De kamer,
constaterende dat bij een gedwongen uithuisplaatsing niet altijd sprake is
van een contra-expertise,
verzoekt de regering in de Wet versterking rechtsbescherming in de
jeugdbescherming er zorg voor te dragen dat bij de behandeling door de
kinderrechter van een gedwongen uithuisplaatsing er altijd sprake moet
zijn van een contra-expertise.] ››
[De kamer,
constaterende dat de jeugdzorg onder extreme druk staat, mede door
hoge caseloads en administratieve lasten, met uitstroom van professionals tot gevolg;
overwegende dat professionaliteit en continuïteit essentieel zijn voor
effectieve zorg en bescherming;
verzoekt de regering concrete maatregelen te nemen om administratieve
lasten substantieel te verminderen en professionele ruimte te vergroten,
en hierover binnen zes maanden aan de Kamer te rapporteren hoe men
dit gaat aanpakken.] ››
[De kamer,
constaterende dat bij ernstige gevallen van huiselijk geweld en kindermishandeling cruciale informatie vaak versnipperd is over meerdere
instanties;
overwegende dat onduidelijkheid en terughoudendheid rond privacyregels effectieve en tijdige bescherming in de weg kunnen staan;
overwegende dat de veiligheid van slachtoffers en kinderen altijd
zwaarder moet wegen dan procedurele belemmeringen;
verzoekt de regering om concreet in kaart te brengen welke privacyregels
en -interpretaties effectieve informatie-uitwisseling belemmeren, en
uiterlijk binnen zes maanden met voorstellen te komen om deze belemmeringen weg te nemen.] ››
[De kamer,
overwegende dat in onze samenleving groepen minderjarigen onhandelbaar zijn en zich herhaaldelijk onttrekken aan gezag, met ernstige
gevolgen voor henzelf en hun omgeving;
overwegende dat bestaande, vrijwillige vormen van hulpverlening in deze
gevallen onvoldoende effectief blijken;
overwegende dat het in het belang van de jongere én de samenleving kan
zijn om zwaardere en meer dwingende vormen van heropvoeding te
verkennen;
verzoekt de regering te onderzoeken welke zwaardere, dwingende vormen
van heropvoeding juridisch en praktisch mogelijk zijn, waaronder
intensieve heropvoedingsprogramma’s zoals gesloten jeugdzorg en
tuchtscholen, en de Kamer hierover te informeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat in de huidige praktijk slachtoffers regelmatig moeten
verhuizen of onderduiken terwijl daders in de woonomgeving blijven;
overwegende dat de veiligheid en stabiliteit van slachtoffers en kinderen
leidend moeten zijn, en dat dadergerichte maatregelen de dreiging
kunnen verminderen;
verzoekt de regering te onderzoeken wat nodig is om juridisch, financieel
en praktisch werk te maken van afkoelhuizen voor daders, gekoppeld aan
verplichte behandeling en passend toezicht.] ››
[De kamer,
constaterende dat Filomena een belangrijke rol speelt bij ernstige en
herhaaldelijke vormen van huiselijk geweld, stalking en dreigende
femicide;
overwegende dat effectieve bescherming vraagt om tijdige, volledige en
wederkerige informatie-uitwisseling tussen zorg, veiligheid en justitie;
verzoekt de regering te verkennen of een eigenstandige grondslag voor
gegevensdeling van Filomena of soortgelijke organisaties met Openbaar
Ministerie en rechtspraak mogelijk en/of nodig is.] ››
[De kamer,
constaterende dat de uitstroom van pleegouders sinds 2021 groter is dan
de instroom van nieuwe pleegouders;
constaterende dat problemen met het pleegzorgsysteem en te weinig
ondersteuning redenen zijn voor pleegouders om te stoppen als
pleegouders;
constaterende dat er sinds eind 2024 meer dan 900 kinderen op een
wachtlijst staan voor pleegzorg;
constaterende dat de wervingscampagne voor pleegouders eind 2026
afloopt;
overwegende dat het behoud van pleegouders even belangrijk is als het
werven van nieuwe pleegouders;
verzoekt de regering voor 2027 met een plan te komen voor de werving
van nieuwe pleegouders en het behoud van bestaande pleegouders, en
de Tweede Kamer hierover te informeren voor het wetgevingsoverleg van
2026.] ››
[De kamer,
constaterende dat kinderen ondanks bekende signalen van onveiligheid
onbeschermd kunnen blijven doordat verantwoordelijkheden tussen
betrokken instanties niet helder zijn vastgelegd;
overwegende dat effectieve bescherming vereist dat eenduidig vaststaat
wie eindverantwoordelijk is wanneer het systeem faalt;
verzoekt de regering om ondubbelzinnig vast te leggen wie eindverantwoordelijk is wanneer een kind ondanks bekende signalen onveilig blijft,
en deze verantwoordelijkheid zichtbaar en toetsbaar te verankeren in
beleid, begroting en – indien nodig – wetgeving, en de Kamer hierover zo
spoedig mogelijk te informeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat bij ernstige onveiligheid van kinderen signalen bekend
kunnen zijn, maar dat bij falen van jeugdzorginstellingen en hun
bestuurders zelden juridische verantwoording volgt;
overwegende dat effectieve kinderbescherming vereist dat ernstig nalaten
niet zonder consequenties blijft;
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze ernstig falen van
jeugdzorginstellingen en hun bestuurders juridisch kan worden gekwalificeerd en bestraft, en welke aanpassingen in wet- en regelgeving daarvoor
nodig zijn, en de Kamer hierover te informeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Kamer is toegezegd de aanbeveling uit het rapport
Eenzaam gesloten van Jason Bhugwandass over te nemen om onafhankelijk onderzoek te doen naar de ZIKOS-afdelingen;
constaterende dat deze belofte niet waargemaakt kan worden omdat
instellingen geen toegang tot inzage in dossiers willen geven aan
onderzoekers;
overwegende dat het gaat om jongeren die veel hebben meegemaakt,
hun rechten zijn ingeperkt en lang niet serieus zijn genomen, en zij in alle
opzichten erkenning verdienen;
verzoekt de regering te onderzoeken welke juridische instrumenten er zijn
om de benodigde informatie boven water te krijgen.] ››
[De kamer,
constaterende dat per 1 januari 2026 de externe en onafhankelijke
deskundigencommissie voor de Hervormingsagenda Jeugd 2023–2028
opnieuw is geïnstalleerd en het tweede advies van deze commissie begin
2027 wordt verwacht;
constaterende dat ondanks brede steun voor deze deskundigencommissie
de aanbevelingen uit het eerste advies onvoldoende zijn opgevolgd;
verzoekt de regering te voorkomen dat er budgettaire belemmeringen zijn
om de aanbevelingen van het tweede advies van de deskundigencommissie adequaat uit te voeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat de wachtlijsten in de jeugdzorg enorm zijn;
constaterende dat kinderen te vaak niet op tijd de hulp krijgen die ze zo
hard nodig hebben;
constaterende dat een op de zeven kinderen gebruikmaakt van jeugdzorg;
overwegende dat een op de zeven kinderen in de jeugdzorg veel te veel is,
waardoor jeugdzorg niet beschikbaar is voor de kinderen die dit het
hardste nodig hebben;
overwegende dat de reikwijdtewet bepaalt wat wel en geen jeugdzorg is
en ervoor zorgt dat jeugdzorg beschikbaar is voor kinderen die dit het
hardst nodig hebben;
overwegende dat deze wet al in 2024 ingevoerd zou worden en de situatie
al te lang zorgwekkend is en er geen tijd te verliezen is;
verzoekt de regering vaart te maken met de reikwijdtewet en uiterlijk voor
het aftreden van het huidige kabinet in consultatie te laten gaan.] ››
[De kamer,
overwegende dat Nederland laag gelegen is, de bodem daalt, de
zeespiegel stijgt en het weer extremer wordt;
overwegende dat natuurgeweld, oorlogsgeweld en ongelukken nooit
volledig kunnen worden uitgesloten;
overwegende dat websites als Atlas Leefomgeving of overstroomik.nl
informatie geven aan bewoners van risicogebieden, maar dat dit amper
bekend is bij burgers;
verzoekt de regering om burgers individueel, per adres of postcode
praktisch en duidelijk te instrueren over wat hun risico’s zijn en wat ze
moeten doen bij een ramp, zoals een overstroming.] ››
[De kamer,
overwegende dat het kabinet-Schoof het principe «water en bodem
sturend» heeft gedegradeerd tot een vrijblijvend streven;
overwegende dat het PBL in zijn reflectie op de ontwerpNota Ruimte
adviseert «water en bodem sturend» weer het leidende principe voor de
ruimtelijke ordening te maken;
verzoekt de regering om «water en bodem sturend» weer het leidende
principe voor de ruimtelijke ordening te maken.] ››
[De kamer,
overwegende dat pfas een giftige forever chemical zijn en dat ze, eenmaal
in het milieu, nooit meer verdwijnen, accumuleren en voor altijd
schadelijk zijn;
overwegende dat pfas-houdende bestrijdingsmiddelen een grote maar
diffuse bron van pfas zijn die in grote hoeveelheden over Nederland
worden gespoten;
overwegende dat de Europese regels een nationaal verbod op
pfas-houdende bestrijdingsmiddelen toestaan en alternatieven
beschikbaar zijn;
verzoekt de regering om op zo kort mogelijke termijn het gebruik van
pfas-houdende middelen in de landbouw te verbieden of via toepassingsregels onmogelijk te maken.] ››
[De kamer,
constaterende dat uit onderzoek blijkt dat alle Nederlanders te veel pfas in
hun bloed hebben;
constaterende dat pfas in bestrijdingsmiddelen steeds meer worden
gebruikt in Nederland, makkelijker uitspoelen naar ons grondwater en
daarmee onze drinkwaterbronnen bedreigen;
overwegende dat het kabinet terecht inzet op een pfas-verbod in Europa,
maar dat als er geen stop komt op pfas in bestrijdingsmiddelen, pfas
alsnog door het hele land zullen blijven worden verspreid, in onze bodem,
ons water en ons voedsel;
constaterende dat het huidige toetsingssysteem voor bestrijdingsmiddelen onvoldoende de (cumulatieve) effecten van pfas op gezondheid en
water meeneemt;
constaterende dat in Denemarken sommige bestrijdingsmiddelen met
pfas vanaf dit jaar nationaal zijn verboden en dat Denemarken pleit voor
een verbod op pfas in Europa;
verzoekt de regering om in Europa te pleiten voor een verbod op
pfas-bestrijdingsmiddelen en om daarin op te trekken met Denemarken.] ››
[De kamer,
constaterende dat Nederland na meer dan 25 jaar nog steeds de afspraken
over waterkwaliteit uit de Kaderrichtlijn Water niet heeft gehaald en de
laatste deadline in 2027 is;
constaterende dat onze waterkwaliteit en natuur worden bedreigd door
onder andere het gebruik van bestrijdingsmiddelen en experts recent
opnieuw de politiek hebben opgeroepen om meer dwingende maatregelen op dit gebied te nemen;
constaterende dat volgens de Europese richtlijn over duurzaam gebruik
pesticiden kwetsbare gebieden zoals Natura 2000-gebieden en grondwaterbeschermingsgebieden moeten worden beschermd tegen vervuiling
door het gebruik van bestrijdingsmiddelen;
verzoekt de regering om zo snel mogelijk dit jaar extra maatregelen te
nemen om Natura 2000-gebieden, waterwingebieden en grondwaterbeschermingsgebieden te beschermen tegen de vervuiling door het gebruik
van bestrijdingsmiddelen, waarbij bijvoorbeeld wordt gekeken naar
beperkingen van de (niet-biologische) sierteelt.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Kamer onder andere de motie-Bromet/Van Esch
(2023) en de motie-Van Ginneken/Tjeerd de Groot (2023) heeft aangenomen om onder andere alle relevante onttrekkingen van water en alle
relevante vervuilingsbronnen in kaart te brengen en een meldplicht in te
stellen;
constaterende dat de Minister nu door middel van meld-, meet- en
registratieplichten wil regelen dat er meer inzicht komt in kleinere
onttrekkingen van grond- en oppervlaktewater;
constaterende dat nog niet duidelijk is hoe de ondergrens voor meldingen
van grond- en oppervlaktewateronttrekkingen precies bepaald wordt en of
cumulatieve effecten daarbij worden meegenomen;
verzoekt de regering om wetenschappers advies te laten geven over een
passende ondergrens voor meldingen van onttrekkingen van grond- en
oppervlaktewater en daarbij de cumulatieve effecten mee te laten nemen.] ››
[De kamer,
constaterende dat in het nieuwe coalitieakkoord is vastgelegd dat
onnodige nationale koppen op Europese regels moeten worden geschrapt
en dat Europese richtlijnen en verordeningen zoveel mogelijk een-op-een
en tijdig worden geïmplementeerd;
overwegende dat nationale koppen en striktere interpretaties van
Europese regelgeving leiden tot extra regeldruk, hogere administratieve
lasten en een ongelijk speelveld voor Nederlandse ondernemers en
sectoren ten opzichte van andere lidstaten;
verzoekt de regering om onverminderd uitvoering te blijven geven aan het
actief schrappen van nationale koppen op Europese regelgeving, en bij de
implementatie en toepassing van Europese regels structureel uit te gaan
van een zo strikt mogelijke een-op-eenimplementatie, en hierover de
Kamer periodiek te informeren.] ››