Nieuwe prijsberekening bouwgrond vanaf 2027
15 januari, ChristenUnie, D66, VVD
De regering moet de regels voor de prijs van bouwgrond aanpassen. Vanaf 2027 moet de prijs worden berekend op basis van wat de grond uiteindelijk oplevert na de bouw (de residuele waarde). Op dit moment is bouwgrond vaak te duur door speculatie. Met deze nieuwe rekenmethode blijven woningbouwprojecten betaalbaar en kunnen ze sneller worden uitgevoerd.
De kamer, constaterende dat de prijs van verworven grond van grote invloed is op de financiële haalbaarheid en het tempo van woningbouw en er brede politieke en maatschappelijke consensus bestaat over het tegengaan van speculatieve grondhandel en daarmee samenhangend te hoge grondverwervingsprijzen; overwegende dat de invoering van een planbatenheffing complex is, tot onzekerheid bij project- en gebiedsontwikkelaars en woningcorporaties leidt en het risico op vertraging van woningbouwprojecten vergroot, met name doordat de kans toeneemt dat agrarische eigenaren hun grond niet meer vrijwillig willen verkopen; overwegende dat bepaling van de waarde van de verworven gronden op basis van de residuele methode, waarbij de waarde wordt afgeleid van de opbrengst van de ontwikkeling minus de kosten daarvan, speculatief hoge verwervingsprijzen uitbant, maar de verwerving van gronden niet zal doen stagneren, waarmee verruiming van het kostenverhaal door invoering van de residuele waarde de snelst en best uitvoerbare methode is met de minste nadelen; constaterende dat de residuele methode ook in het rapport van de adviesgroep STOER wordt aanbevolen; verzoekt de regering om het waardebepalingsvoorschrift, artikel 8.17 van het Omgevingsbesluit, aan te passen en de inbrengwaarde van grond vanaf 1 januari 2027 te bepalen op basis van de residuelewaardemethodiek.
Activiteiten
DatumOnderwerp
15 januariBegroting Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (36800-XXII) voortzetting
20 januariStemmingen
Moties bij activiteit