4 december, D66, ChristenUnie, GroenLinks-PvdA, Volt
[De kamer,
constaterende dat recente verstoringen in de halfgeleiderketen aantonen
dat de Europese productiecapaciteit voor kritieke halfgeleiders kwetsbaar
en sterk afhankelijk is van productie en assemblage in China;
overwegende dat versterking van de Europese capaciteit voor zowel
geavanceerde als legacychips noodzakelijk is voor economische
veiligheid, leveringszekerheid en het verminderen van druk op nationale
noodinstrumenten zoals de Wbg;
overwegende dat de Europese Chips Act wel een kader biedt, maar dat
aanvullende, tijdige en effectievere Europese instrumenten nodig zijn om
strategische investeringen, in het bijzonder in legacychips, op te schalen,
zoals ook breed wordt bepleit door de Europese halfgeleidersector;
verzoekt de regering om zich binnen de EU in te zetten voor een versneld
concreet uitvoeringspakket voor uitbreiding van de Europese halfgeleidercapaciteit, met bijzondere aandacht voor legacychips, waaronder in elk
geval:
– voorstellen voor versnelde investeringen in productie- en testcapaciteit;
– versterkte Europese samenwerking in R&D en ontwerp;
– structurele maatregelen om leveringszekerheid voor de Europese
maakindustrie beter te borgen;
en verzoekt de regering de Kamer hierover te informeren.] ››
4 december, ChristenUnie, CDA, SGP, GroenLinks-PvdA, D66, BBB, Volt
[De kamer,
overwegende dat de kwestie-Nexperia wederom laat zien dat Nederland
voor vitale infrastructuur, processen en sensitieve technologieën
afhankelijk is van bedrijven die niet altijd opereren in lijn met nationale
dan wel Europese publieke en economische belangen, en dat het
ontbreken van eigenaarschap en zeggenschap grote repercussies kan
hebben;
overwegende dat de Wet vifo al onderdeel is van het wettelijk instrumentarium, maar dat mogelijk meer beleidsinstrumenten moeten worden
ontwikkeld voor het goed borgen van deze publieke en economische
belangen;
overwegende dat de WRR na de aangenomen motie-Bikker c.s. op stuk nr.
471 (29 023) reeds werkt aan een advies over strategische autonomie en in
welke mate geopolitieke ontwikkelingen vragen om een nieuwe balans
tussen markt en overheid;
verzoekt de regering te bezien en uit te werken welke aanvullende
beleidsinstrumenten nodig zijn om nationale dan wel Europese publieke
en economische belangen beter te beschermen, onder meer met het oog
op risico’s in waardeketens en bij bedrijfsovernames, en de Kamer medio
2026 over de voortgang te informeren.] ››
[De kamer,
overwegende dat de huidige reikwijdte van de Wet veiligheidstoets
investeringen, fusies en overnames ontoereikend is om bij geopolitieke
noodzaak in te grijpen bij bedrijfsovernames en -investeringen die voor de
totstandkoming van deze wet in 2023 hebben plaatsgevonden;
verzoekt de regering om te onderzoeken of en hoe een aanvullend
instrumentarium ontwikkeld kan worden om in te kunnen grijpen bij alle
bedrijven, ondanks het jaar van investering of overname, wanneer er
sprake is van ernstige geopolitieke risico’s.] ››
[De kamer,
constaterende dat China middels exportrestricties en gecoördineerd
industriebeleid veel druk heeft gezet op de Europese economieën;
overwegende dat gecoördineerde Europese industriepolitiek ontbreekt,
waardoor lidstaten alleen voor de gevolgen komen te staan wanneer zij
opkomen voor het Europees economische belang;
verzoekt de regering om in Europees verband stappen te zetten richting
een gecoördineerd Europees industriebeleid, waarbij gezocht wordt naar
een gezamenlijk instrumentarium om in te kunnen grijpen wanneer
strategische kennis en capaciteiten dreigen weg te lekken.] ››
Aangenomen op 9 december: 108 - 42
PvdD
DENK
VVD
CU
SGP
GL-PVDA
D66
SP
50PLUS
Volt
CDA
BBB
FVD
PVV
JA21
4 december, Debat over de rapporten ‘Kwetsbare kinderen, kwetsbaar stelsel’ van de Inspectie G&J en ‘Als zelfs overheidsingrijpen kinderen geen bescherming biedt’ van de Inspectie J&V
[De kamer,
constaterende dat de inspecties en GI-monitor laten zien dat wachtlijsten
oplopen en dat er verschillende vormen van verborgen wachtlijsten
bestaan, zoals monitorlijsten;
overwegende dat dit het zicht op de daadwerkelijke problematiek
vertroebelt;
verzoekt de regering om gemeenten en GI’s te verplichten om alle
wachtlijsten, inclusief interne en monitorlijsten, uniform, transparant en
publiek toegankelijk te registreren.] ››
[De kamer,
constaterende dat de inspecties vaststellen dat vog- en vgb-controles,
huisbezoeken en veiligheidschecks niet altijd tijdig of volledig worden
uitgevoerd;
overwegende dat dit in strijd is met de minimale veiligheidseisen;
verzoekt de regering vast te leggen dat geen enkel kind geplaatst mag
worden in een pleeggezin of gezinshuis zolang alle basale veiligheidschecks niet volledig en aantoonbaar zijn afgerond.] ››
[De kamer,
constaterende dat het belangrijk is dat bij kinderen voldoende rekening
wordt gehouden met hun culturele, religieuze en etnische achtergrond;
overwegende dat een mismatch op deze vlakken kan leiden tot
vervreemding, identiteitsproblemen en extra trauma’s;
verzoekt de regering bij de plaatsing van pleegkinderen expliciet rekening
te houden met de cultuur, religie en afkomst van het kind en te onderzoeken in hoeverre een gebrek hieraan een rol heeft gespeeld bij
misstanden in de pleegzorg.] ››
[De kamer,
overwegende dat het terugdringen van het aantal maatregelen van
kinderbescherming temeer urgent is nu de overheid in veel gevallen niet
in staat blijkt de toereikende uitvoering van de maatregelen van kinderbescherming te waarborgen;
constaterende dat jeugdbescherming in de praktijk ten onrechte soms
ingezet wordt als middel om complexe scheidingssituaties te beëindigen,
terwijl gemeenten juist te weinig steun ervaren om aanbod voor
problemen met relaties en scheidingen te ontwikkelen, onder andere
doordat de Jeugdwet weinig richting biedt over de taak van gemeenten;
verzoekt de regering het inzetten van jeugdbescherming als oplossing
voor complexe scheidingen terug te dringen en gemeenten te ondersteunen in het uitbreiden van aanbod voor de problematiek van relaties
en scheidingen, onder andere door het verbeteren van het wettelijk kader.] ››
[De kamer,
constaterende dat tijdens de lockdowns gedurende de covidperiode
2020–2022 kinderen voor langere periodes niet naar school konden, niet
konden sporten en weinig sociale contacten hadden;
constaterende dat vooral kinderen in een moeilijke thuissituatie nadelen
hebben ondervonden van deze maatregelen;
constaterende dat school en verenigingen een signaalfunctie hebben en
problemen bij kinderen, fysiek en mentaal, vroeg kunnen signaleren en
mogelijk hulp kunnen inschakelen;
overwegende dat voorkomen moet worden dat kinderen, vooral kinderen
in moeilijke thuissituaties, geen of weinig contacten meer hebben;
verzoekt de regering bij nieuwe noodsituaties zoals een pandemie de
fysieke en mentale gezondheid van kinderen en jongeren goed in
ogenschouw te nemen wanneer er weer lockdowns of andere maatregelen worden overwogen.] ››
[De kamer,
constaterende dat kinderen in de jeugdbescherming vaak onvoldoende
gehoord worden en dat een informeel steunfiguur zoals een zogenoemde
Jouw Ingebrachte Mentor (JIM) bewezen bijdraagt aan veiligheid en
herstel;
overwegende dat de inspectie benadrukt dat de deelname van kinderen in
hun hulpverlening cruciaal is;
verzoekt de regering om blijvend in te zetten op het versterken van de
uitvoeringspraktijk in het samenwerken met informele steunfiguren als de
JIM, ook als er sprake is van een jeugdbeschermingsmaatregel.] ››
[De kamer,
constaterende dat gemeenten soms noodzakelijke hulp blokkeren om
financiële redenen;
overwegende dat kinderrechters een sterkere rol moeten krijgen bij het
waarborgen van passende hulp voor kinderen;
verzoekt de regering om in de gesprekken over verbetering van het stelsel
kinderrechters goed te blijven betrekken.] ››
[De kamer,
constaterende dat volgens recent onderzoek en berichtgeving van RTL
Nieuws en Investico verdachten van huiselijk geweld regelmatig niet
worden vervolgd ondanks voldoende bewijs, waarbij in meerdere
gevallen wordt verwezen naar «het belang van het kind» als reden voor
sepot;
overwegende dat deze praktijk ertoe leidt dat jaarlijks talloze kansrijke
zaken geen vervolging krijgen, ondanks het officiële standpunt van het
Openbaar Ministerie dat huiselijk geweld in principe altijd wordt vervolgd;
overwegende dat deskundigen aangeven dat juist het ontbreken van
vervolging ernstige schade veroorzaakt bij kinderen en feitelijke straffeloosheid in de hand werkt;
verzoekt de regering een wettelijke verplichting tot vervolging in te
voeren, als uitzondering op het opportuniteitsbeginsel, voor huiselijkgeweldzaken waarbij voldoende bewijs aanwezig is.] ››
[De kamer,
constaterende dat opnieuw ernstige mishandeling heeft plaatsgevonden
bij uit huis geplaatste kinderen onder verantwoordelijkheid van de William
Schrikker Stichting;
constaterende dat Stichting Enver betrokken is geweest bij andere
ernstige casussen;
van oordeel dat herhaald falen bij de bescherming van kwetsbare
kinderen niet zonder gevolgen mag blijven;
verzoekt de regering erop aan te sturen om te onderzoeken of strafrechtelijke vervolging van zowel de William Schrikker Stichting als Enver als
rechtspersonen mogelijk en aangewezen is;
verzoekt de regering erop aan te sturen om te onderzoeken of strafrechtelijke vervolging van betrokken medewerkers en leidinggevenden mogelijk
is.] ››
[De kamer,
constaterende dat acht van de tien kinderen die opgroeien met geweld,
geen adequate hulp ontvangen en zich vaak niet gehoord of gesteund
voelen door hun omgeving;
constaterende dat een alert en betrokken netwerk rondom het kind van
cruciaal belang is om steun, veiligheid en perspectief te bieden;
constaterende dat het project Handle with Care leraren in staat stelt om
kinderen die recent geweld hebben meegemaakt op laagdrempelige wijze
extra ondersteuning te bieden;
verzoekt de regering te inventariseren wat nodig is om Handle with Care
verder uit te rollen en te bezien of deze werkwijze landelijk ingevoerd kan
worden.] ››
[De kamer,
overwegende dat GI’s worden getoetst op zowel wettelijke normen uit de
Jeugdwet als normen opgesteld door het Keurmerkinstituut (KMI) voor
het behalen van hun keurmerk;
overwegende dat in deze normen niets is opgenomen over het hebben
van betekenisvol contact met het kind;
constaterende dat de inspectierapporten aangeven dat er te weinig
betekenisvol contact is met kinderen in de jeugdbescherming en er
daardoor geen zicht is op de ontwikkeling en hun veiligheid;
verzoekt de regering te verkennen of binnen de certificeringseisen van
GI’s een eis kan worden geïntroduceerd over de frequentie van betekenisvol contact met kinderen, en de Kamer hierover te informeren.] ››
[De kamer,
overwegende dat de netwerksamenwerking tussen instanties rondom de
pleegzorg rekening moet houden met een verscheidenheid aan
privacyregels;
overwegende dat vanuit het werkveld veelvuldig signalen naar voren
komen dat deze privacyregels een veelgenoemde belemmering vormen
om door te pakken bij zaken in de pleegzorg;
verzoekt de regering om onnodige privacybelemmeringen weg te nemen
tussen relevante partijen die betrokken zijn bij de pleegzorg.] ››
[De kamer,
constaterende dat moeder-kindhuizen en gezinshuizen geen vergunningsplicht hebben, waardoor iedereen zonder eisen en controle dergelijke
initiatieven kan beginnen;
overwegende dat met een vergunningsplicht aan de voorkant voldaan kan
worden aan uniforme kwaliteitseisen en het tegengaan van versnippering;
verzoekt de regering een vergunningsplicht in te stellen voor moederkindhuizen en gezinshuizen.] ››
[De kamer,
constaterende dat het inspectierapport «Als zelfs overheidsingrijpen
kinderen geen bescherming biedt» gecertificeerde instellingen,
gemeenten en het Rijk oproept om tot duurzame oplossingen te komen
voor de tekorten op de arbeidsmarkt in de pleegzorg;
overwegende dat de Kamerbrief van 2 december jongstleden goede
beginstappen noemt rondom de aanpak van deze arbeidsmarktproblematiek;
overwegende dat prestatie- en resultaatafspraken, een plan om mensen te
behouden en te boeien en verzuimverlagende maatregelen vooralsnog
ontbreken in de aanpak van de arbeidsmarktproblematiek;
verzoekt de regering het voortouw te nemen en te komen met een breed
plan van aanpak rondom de arbeidsmarktproblematiek in de pleegzorg,
en daarbij relevante actoren mee te nemen.] ››
[De kamer,
overwegende dat in twaalf jaar tijd de William Schrikker Stichting te
weinig verbeteringen heeft doorgevoerd;
overwegende dat er gerede twijfels bestaan over het functioneren van de
William Schrikker Stichting rondom cruciale beslismomenten bij het
toewijzen van kinderen aan pleegouders;
overwegende dat er bij andere pleegzorgorganisaties ook diverse
verontrustende signalen zijn in de pleegzorg;
verzoekt de regering bij de William Schrikker Stichting en andere
gecertificeerde instellingen alle gezinnen door te lichten en hiervoor een
scherp tijdpad op te stellen.] ››
[De kamer,
constaterende dat bij een ondertoezichtstelling met uithuisplaatsing het
uitgangspunt is dat het kind terugkeert naar huis;
constaterende dat uit de inspectierapporten blijkt dat gecertificeerde
instellingen onvoldoende oog hebben voor het herstel van de relatie
tussen het kind en de ouder(s), maar dat omgang van kinderen met
ouder(s) juist cruciaal is om de duur van een uithuisplaatsing zo kort
mogelijk te houden;
constaterende dat de Staatssecretaris een omgangsregeling tussen het
kind en de ouder(s) in de Jeugdwet wil vastleggen, die door de gecertificeerde instelling binnen zes weken na de uithuisplaatsing opgesteld moet
worden;
constaterende dat uit de inspectierapporten blijkt dat gecertificeerde
instellingen er in de praktijk structureel niet in slagen wettelijke plichten
en termijnen uit de Jeugdwet na te komen;
overwegende dat het recht van het kind op omgang met de ouder(s) een
fundamenteel recht is, neergelegd in artikel 9, lid 1 van het IVRK;
verzoekt de regering het herstel van familiaire banden tussen het kind en
de ouders meer prioriteit te geven en bij de invoering van de wettelijke
omgangsregeling toe te zien op de naleving van de wettelijke termijnen.] ››