Eerlijkere verdeling woningbouwgeld over regio's
26 januari, ChristenUnie, SGP, VVD, CDA, D66, JA21, GroenLinks-PvdA
De regering moet bij nieuw woningbouwgeld voorrang geven aan projecten in Drenthe, Friesland, Groningen en Zeeland. Deze provincies krijgen nu minder dan één procent van het geld, terwijl ze veel woningen bouwen. Ook moeten kleinere gemeenten hun krachten kunnen bundelen. Zo krijgen niet alleen de grote steden, maar alle regio's een eerlijk deel van de landelijke steun.
De kamer, constaterende dat Drenthe, Fryslân, Groningen en Zeeland nog geen 1% van de recent door het kabinet voor woningbouw en bereikbaarheid toegewezen middelen ontvangen, en dat bijvoorbeeld de Regio Groningen-Assen slechts 0,06% van de beschikbare 2,5 miljard voor bereikbaarheid van nieuwe woningbouwlocaties tegemoet mag zien, terwijl hij voorziet in 3,2% van de landelijke woningbouwopgave; overwegende dat er een lijst is met afgevallen projecten waar geen WoKT-middelen (Woningbouw op Korte Termijn) meer voor beschikbaar waren; van mening dat elke regio telt en dat ook kleinere gemeenten met kleinere woningbouwopgaven in aanmerking moeten kunnen komen voor landelijke ondersteuning; verzoekt de regering binnen de lijst met afgevallen projecten voor WoKT-middelen, zodra er weer middelen vrijvallen dan wel beschikbaar komen, voorrang te geven aan woningbouwprojecten in Drenthe, Fryslân, Groningen en Zeeland; verzoekt de regering bij eventuele volgende investeringsrondes in woningbouw en de daartoe noodzakelijke infrastructuur regionale, dus gebundelde lokale, aanvragen mogelijk te maken, zoals dat bij de Woningbouwimpuls ook het geval is, zodat de kans groter wordt dat financiële ondersteuning van het Rijk evenwichtiger over ons land wordt gespreid.
Activiteiten
DatumOnderwerp
26 januariMeerjarenprogramma Infrastructuur, Ruimte en Transport (MIRT)
4 februariStemmingen
Moties bij activiteit