12 februari, Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (36800-VIII) (antwoord 1e termijn + rest)
[Motie van de leden Armut en Ceder]
12 februari, CDA, ChristenUnie
[De kamer, constaterende dat de door OCW gehanteerde financiële subsidie-eisen voor de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) 2025 in de praktijk hebben geleid tot uitsluiting van met name ANBI-organisaties en andere maatschappelijke organisaties met beperkt eigen vermogen; constaterende dat in 2025 van de 281 ingediende aanvragen voor MDT-subsidie slechts 85 aanvragen zijn gehonoreerd en 196 zijn afgewezen, waaronder organisaties die sinds 2018 onderdeel uitmaken van het MDT-netwerk; overwegende dat MDT zich heeft bewezen als investering in sociale samenhang, burgerschap en talentontwikkeling van jongeren, en dat de rijksoverheid de afgelopen jaren heeft geïnvesteerd in de opbouw van een landelijk dekkend, duurzaam en weerbaar MDT-netwerk; overwegende dat de continuïteit van ervaren en kwalitatieve MDT-aanbieders en samenwerkingsverbanden van groot belang is voor het behoud van dit netwerk en voor het aanbod van MDT-trajecten aan jongeren; verzoekt de regering om bij de vormgeving van het subsidiekader voor de subsidieregeling MDT 2026 en volgende jaren het bestaande MDT-netwerk op basis van kwaliteit expliciet te borgen, en daarbij: maatregelen op te nemen die de continuïteit van bewezen kwalitatieve MDT-projecten en samenwerkingsverbanden waarborgen met aandacht voor landelijke spreiding; en een substantieel deel van het beschikbare budget te reserveren voor bestaande MDT-uitvoerders, met daarnaast ruimte voor nieuwe initiatieven.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de door OCW gehanteerde financiële subsidie-eisen voor de Maatschappelijke Diensttijd (MDT) 2025 in de praktijk hebben geleid tot uitsluiting van met name ANBI-organisaties en andere maatschappelijke organisaties met beperkt eigen vermogen; constaterende dat in 2025 van de 281 ingediende aanvragen voor MDT-subsidie slechts 85 aanvragen zijn gehonoreerd en 196 zijn afgewezen, waaronder organisaties die sinds 2018 onderdeel uitmaken van het MDT-netwerk; overwegende dat MDT zich heeft bewezen als investering in sociale samenhang, burgerschap en talentontwikkeling van jongeren, en dat de rijksoverheid de afgelopen jaren heeft geïnvesteerd in de opbouw van een landelijk dekkend, duurzaam en weerbaar MDT-netwerk; overwegende dat de continuïteit van ervaren en kwalitatieve MDT-aanbieders en samenwerkingsverbanden van groot belang is voor het behoud van dit netwerk en voor het aanbod van MDT-trajecten aan jongeren; verzoekt de regering om bij de vormgeving van het subsidiekader voor de subsidieregeling MDT 2026 en volgende jaren het bestaande MDT-netwerk op basis van kwaliteit expliciet te borgen, en daarbij: maatregelen op te nemen die de continuïteit van bewezen kwalitatieve MDT-projecten en samenwerkingsverbanden waarborgen met aandacht voor landelijke spreiding; en een substantieel deel van het beschikbare budget te reserveren voor bestaande MDT-uitvoerders, met daarnaast ruimte voor nieuwe initiatieven.
[Motie van het lid Armut c.s.]
12 februari, CDA, Groep Markuszower, SP, JA21, GroenLinks-PvdA, D66, ChristenUnie
[De kamer, Constaterende dat de Inspectie werkt met het onderwijsresultatenmodel, Constaterende dat eén van de vier indicatoren in het onderwijsresultatenmodel de positie is van de leerling in leerjaar 3 in het Voortgezet Onderwijs ten opzichte van het þbasisschooladvies, Constaterende dat als de positie van de leerling anders is dan het basisschooladvies dit tot een negatieve(re}) score voor de middelbare school kan leiden, Overwegende dat er gegronde redenen kunnen zijn waarom er gekozen wordt voor praktische opleiding of anders passende onderwijsroute, Overwegende dat in 2027 een grondige herziening van de onderzoekkaders en hierdoor ook van het onderwijsresuttatenmodel gepland staat, Verzoekt de regering bij de herziening van de onderzoekkaders en het onderwijsresultatenmodel het feit dat de keuze voor een andere onderwijsroute kan teiden tot een negatieve(re) score mee te nemen onderzoeken of dit kan worden bijgesteld in de nieuwe onderzoekkaders.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, Constaterende dat de Inspectie werkt met het onderwijsresultatenmodel, Constaterende dat eén van de vier indicatoren in het onderwijsresultatenmodel de positie is van de leerling in leerjaar 3 in het Voortgezet Onderwijs ten opzichte van het þbasisschooladvies, Constaterende dat als de positie van de leerling anders is dan het basisschooladvies dit tot een negatieve(re}) score voor de middelbare school kan leiden, Overwegende dat er gegronde redenen kunnen zijn waarom er gekozen wordt voor praktische opleiding of anders passende onderwijsroute, Overwegende dat in 2027 een grondige herziening van de onderzoekkaders en hierdoor ook van het onderwijsresuttatenmodel gepland staat, Verzoekt de regering bij de herziening van de onderzoekkaders en het onderwijsresultatenmodel het feit dat de keuze voor een andere onderwijsroute kan teiden tot een negatieve(re) score mee te nemen onderzoeken of dit kan worden bijgesteld in de nieuwe onderzoekkaders.
[Motie van de leden Raijer en Wilders]
12 februari, PVV, PVV
[De kamer, constaterende dat recente uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens de druk vergroten om islamitische gebedsruimtes in openbare scholen te normaliseren, overwegende dat het openbaar onderwijs niet dient te worden ingezet als instrument om islamisering via het onderwijs te bevorderen, verzoekt de regering islamitische gebedsruimtes binnen scholen, in het bijzonder in het openbaar onderwijs, wettelijk te verbieden en de Inspectie van het Onderwijs te belasten met de handhaving hiervan.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat recente uitspraken van het College voor de Rechten van de Mens de druk vergroten om islamitische gebedsruimtes in openbare scholen te normaliseren, overwegende dat het openbaar onderwijs niet dient te worden ingezet als instrument om islamisering via het onderwijs te bevorderen, verzoekt de regering islamitische gebedsruimtes binnen scholen, in het bijzonder in het openbaar onderwijs, wettelijk te verbieden en de Inspectie van het Onderwijs te belasten met de handhaving hiervan.
[Motie van het lid Raijer]
12 februari, PVV
[De kamer, constaterende dat joodse studenten op scholen en universiteiten structureel worden geconfronteerd met intimidatie, bedreiging en onveiligheid, overwegende dat falend bestuur in het onderwijs directe gevolgen heeft voor de veiligheid van joodse studenten, verzoekt de regering onderwijsinstellingen te verplichten bij antisemitische incidenten onmiddellijk disciplinaire maatregelen te nemen, waaronder schorsing of verwijdering, en instellingen die hierin nalatig zijn financieel en bestuurlijk te sanctioneren.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat joodse studenten op scholen en universiteiten structureel worden geconfronteerd met intimidatie, bedreiging en onveiligheid, overwegende dat falend bestuur in het onderwijs directe gevolgen heeft voor de veiligheid van joodse studenten, verzoekt de regering onderwijsinstellingen te verplichten bij antisemitische incidenten onmiddellijk disciplinaire maatregelen te nemen, waaronder schorsing of verwijdering, en instellingen die hierin nalatig zijn financieel en bestuurlijk te sanctioneren.
[Motie van het lid Abdi]
12 februari, GroenLinks-PvdA
[De kamer, constaterende dat wordt ingezet op een structurele investering in onderzoek en wetenschap richting de Lissabon doelstelling van 3 procent bbp aan publieke en private R&D investeringen; van mening dat helderheid noodzakelijk is over de overheidsbijdrage aan investeringen in wetenschap en innovatie; verzoekt de regering om binnen de 3%-R&D-doelstelling expliciet in kaart te brengen welk aandeel noodzakelijk is voor publieke wetenschappelijke investeringen, daarbij inzichtelijk te maken welke gevolgen recente bezuinigingen hebben voor het behalen van dit wetenschappelijke aandeel en de Kamer hierover te informeren.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat wordt ingezet op een structurele investering in onderzoek en wetenschap richting de Lissabon doelstelling van 3 procent bbp aan publieke en private R&D investeringen; van mening dat helderheid noodzakelijk is over de overheidsbijdrage aan investeringen in wetenschap en innovatie; verzoekt de regering om binnen de 3%-R&D-doelstelling expliciet in kaart te brengen welk aandeel noodzakelijk is voor publieke wetenschappelijke investeringen, daarbij inzichtelijk te maken welke gevolgen recente bezuinigingen hebben voor het behalen van dit wetenschappelijke aandeel en de Kamer hierover te informeren.
[Motie van het lid Abdi]
12 februari, GroenLinks-PvdA
[De kamer, constaterende dat leden van de raad van toezicht van universiteiten door de minister van OCW worden benoemd, geschorst en ontslagen en dat de minister de raad van toezicht van hogescholen een aanwijzing kan geven; van mening dat de ministeriële stelselverantwoordelijkheid voor hogescholen en universiteiten niet mag betekenen dat de minister politiek gemotiveerde invloed kan uitoefenen op hoger onderwijsinstellingen; verzoekt de regering om de institutionele onafhankelijkheid van hoger onderwijsinstellingen te waarborgen en daarvoor wetsvoorstellen aan de Kamer voor te leggen.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat leden van de raad van toezicht van universiteiten door de minister van OCW worden benoemd, geschorst en ontslagen en dat de minister de raad van toezicht van hogescholen een aanwijzing kan geven; van mening dat de ministeriële stelselverantwoordelijkheid voor hogescholen en universiteiten niet mag betekenen dat de minister politiek gemotiveerde invloed kan uitoefenen op hoger onderwijsinstellingen; verzoekt de regering om de institutionele onafhankelijkheid van hoger onderwijsinstellingen te waarborgen en daarvoor wetsvoorstellen aan de Kamer voor te leggen.
[Motie van het lid Tseggai]
12 februari, GroenLinks-PvdA
[De kamer, constaterende dat mbo-studenten alleen bij hoge uitzondering restitutie van hun cursus- of lesgeld krijgen als zij vroegtijdig stoppen met hun studie, terwijl hbo- en wo- studenten automatisch en zonder voorwaarden hun collegegeld terugkrijgen, constaterende dat mbo-studenten een gelijkwaardige behandeling zouden moesten krijgen als het aankomt op de restitutie van het cursus- of lesgeld, verzoekt de regering het mogelijk te maken dat per schooljaar 2027-2028 mbostudenten op dezelfde wijze restitutie van hun cursus- of lesgeld ontvangen als bij het collegegeld van hbo- en wo-studenten.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat mbo-studenten alleen bij hoge uitzondering restitutie van hun cursus- of lesgeld krijgen als zij vroegtijdig stoppen met hun studie, terwijl hbo- en wo- studenten automatisch en zonder voorwaarden hun collegegeld terugkrijgen, constaterende dat mbo-studenten een gelijkwaardige behandeling zouden moesten krijgen als het aankomt op de restitutie van het cursus- of lesgeld, verzoekt de regering het mogelijk te maken dat per schooljaar 2027-2028 mbostudenten op dezelfde wijze restitutie van hun cursus- of lesgeld ontvangen als bij het collegegeld van hbo- en wo-studenten.
[Motie van het lid Tseggai]
12 februari, GroenLinks-PvdA
[De kamer, constaterende dat nog steeds een groot deel van de studenten geen stagevergoeding ontvangt, overwegende datin het coalitieakkoord Aan de slag! 2026-2030 is opgenomen dat een wettelijk verplichte stagevergoeding wordt ingevoerd, overwegende dat er een nu Kamermeerderheid is diẹ voorstander is van de invoering van een wettelijke stagevergoeding, overwegende dat het voorbereidende werk voor deze wet reeds door de demissionaire regering is verricht en er een verkenning ligt met een aantal te maken afwegingen, spreekt uit dat de Kamer de geschetste afwegingen zo snel mogelijk moet bespreken, verzoekt de regering daarna voortvarend te starten met het opstellen en indienen van de wet die voorziet in een wettelijk verplichte stagevergoeding.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat nog steeds een groot deel van de studenten geen stagevergoeding ontvangt, overwegende datin het coalitieakkoord Aan de slag! 2026-2030 is opgenomen dat een wettelijk verplichte stagevergoeding wordt ingevoerd, overwegende dat er een nu Kamermeerderheid is diẹ voorstander is van de invoering van een wettelijke stagevergoeding, overwegende dat het voorbereidende werk voor deze wet reeds door de demissionaire regering is verricht en er een verkenning ligt met een aantal te maken afwegingen, spreekt uit dat de Kamer de geschetste afwegingen zo snel mogelijk moet bespreken, verzoekt de regering daarna voortvarend te starten met het opstellen en indienen van de wet die voorziet in een wettelijk verplichte stagevergoeding.
[Motie van het lid Tseggai]
12 februari, GroenLinks-PvdA
[12 februari 2026 36800-VIII-97 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 MOTIE VAN HET LID TSEGGAI Plenair debat (wetgeving) - Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (36800-VIII) (antwoord 1e termijn + rest) — 3 — MOTIE VAN HET LID TSEGGAI Voorgesteld op 12 februari De Kamer, sehoord de beraadslaging, overwegende dat het in een krappe arbeidsmarkt inefficiënt is wanneer mbo-studenten en zij-instromers opnieuw examens moeten doen terwijl zij al aantoonbaar beschikken over basisvaardigheden in Nederlands, Engels en/of wiskunde, constaterende dat zij-instromers hierdoor onnodige drempels ervaren bij het afronden van hun opleiding, wat leidt tot demotivatie, vermijdbare uitval en vertragingen, juist in sectoren met grote arbeidstekorten, overwegende dat onder meer de MBO Raad, JOBmbo, NRTO, VNO-NCW en MKBNederland hebben verzocht om aanpassing van het vrijstellingenbeleid van de generieke vakken, overwegende dat de examencommissie een belangrijke rol speelt bij de beoordeling van vrijstellingsaanvragen en daarmee de diplomawaarde geborgd blijft, verzoekt de regering het vrijstellingenbeleid voor generieke examens in het mbo te verruimen, conform eerdere voorstellen van betrokken onderwijspartijen.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
12 februari 2026 36800-VIII-97 Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026 MOTIE VAN HET LID TSEGGAI Plenair debat (wetgeving) - Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (36800-VIII) (antwoord 1e termijn + rest) — 3 — MOTIE VAN HET LID TSEGGAI Voorgesteld op 12 februari De Kamer, sehoord de beraadslaging, overwegende dat het in een krappe arbeidsmarkt inefficiënt is wanneer mbo-studenten en zij-instromers opnieuw examens moeten doen terwijl zij al aantoonbaar beschikken over basisvaardigheden in Nederlands, Engels en/of wiskunde, constaterende dat zij-instromers hierdoor onnodige drempels ervaren bij het afronden van hun opleiding, wat leidt tot demotivatie, vermijdbare uitval en vertragingen, juist in sectoren met grote arbeidstekorten, overwegende dat onder meer de MBO Raad, JOBmbo, NRTO, VNO-NCW en MKBNederland hebben verzocht om aanpassing van het vrijstellingenbeleid van de generieke vakken, overwegende dat de examencommissie een belangrijke rol speelt bij de beoordeling van vrijstellingsaanvragen en daarmee de diplomawaarde geborgd blijft, verzoekt de regering het vrijstellingenbeleid voor generieke examens in het mbo te verruimen, conform eerdere voorstellen van betrokken onderwijspartijen.
[Motie van het lid Moorman c.s.]
12 februari, GroenLinks-PvdA, SGP, Groep Markuszower
[De kamer, constaterende dat er door het aankomende kabinet voor is gekozen om een Minister en een Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan te stellen, overwegende dat het nog niet duidelijke is hoe de portefeuilles verdeeld worden over de Minister en Staatssecretaris, overwegende dat funderend onderwijs in de portefeuilleverdeling van bewindspersonen altijd ondergeschikt wordt gemaakt aan hoger onderwijs, hetgeen de indruk wekt dat hoger onderwijs belangrijker wordt gevonden, overwegende dat juist in het funderend onderwijs veel problemen spelen die met prioriteit moeten worden opgelost, verzoekt de regering om funderend onderwijs in de verdeling van portefeuilles niet ondergeschikt te maken aan het hoger onderwijs.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat er door het aankomende kabinet voor is gekozen om een Minister en een Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan te stellen, overwegende dat het nog niet duidelijke is hoe de portefeuilles verdeeld worden over de Minister en Staatssecretaris, overwegende dat funderend onderwijs in de portefeuilleverdeling van bewindspersonen altijd ondergeschikt wordt gemaakt aan hoger onderwijs, hetgeen de indruk wekt dat hoger onderwijs belangrijker wordt gevonden, overwegende dat juist in het funderend onderwijs veel problemen spelen die met prioriteit moeten worden opgelost, verzoekt de regering om funderend onderwijs in de verdeling van portefeuilles niet ondergeschikt te maken aan het hoger onderwijs.
[Motie van de leden Moorman en Ergin]
12 februari, GroenLinks-PvdA, DENK
[De kamer, constaterende dat het aankomende kabinet voornemens is om een staatscommissie in te stellen die de crisis in de leerprestaties van onze leerlingen op taal, lezen, schrijven en rekenen gaat onderzoeken, overwegende dat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat leerprestaties van kinderen mede worden beïnvloed door hun thuissituatie, sociaaleconomische achtergrond, deelname aan voorschoolse educatie en het moment van selectie in het onderwijs, verzoekt de opdracht aan de staatscommissie te verrijken met een analyse van de oorzaken van verschillen tussen scholen en leerlingen en daarbij in ieder geval het effect van voor- en vroegschoolse educatie, kinderopvang en vroegselectie mee te nemen.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat het aankomende kabinet voornemens is om een staatscommissie in te stellen die de crisis in de leerprestaties van onze leerlingen op taal, lezen, schrijven en rekenen gaat onderzoeken, overwegende dat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat leerprestaties van kinderen mede worden beïnvloed door hun thuissituatie, sociaaleconomische achtergrond, deelname aan voorschoolse educatie en het moment van selectie in het onderwijs, verzoekt de opdracht aan de staatscommissie te verrijken met een analyse van de oorzaken van verschillen tussen scholen en leerlingen en daarbij in ieder geval het effect van voor- en vroegschoolse educatie, kinderopvang en vroegselectie mee te nemen.
[Motie van de leden Moorman en Beckerman]
12 februari, GroenLinks-PvdA, SP
[De kamer, constaterende dat Kamerbreed is uitgesproken dat de afhankelijkheid van commerciële detacherings- en uitzendbureaus in het onderwijs onwenselijk is en dat onderwijsregio's zelf publieke invalpoules kunnen organiseren; constaterende dat hiervan in meerdere regio’s al succesvolle voorbeelden bestaan; overwegende dat in 2023 in het primair onderwijs circa €245 miljoen en in het voortgezet onderwijs circa €205 miljoen werd uitgegeven aan commerciële inhuur van leraren; overwegende dat publiek onderwijsgeld zoveel mogelijk ten goede moet komen aan het onderwijs en de positie van leraren; verzoekt de regering om bindende afspraken te maken met het onderwijsveld om commerciële inhuur stapsgewijs af te bouwen, publieke invalpoules in alle onderwijsregio’s te versterken en te borgen dat scholen per schooljaar 2028/2029 uitsluitend gebruikmaken van publieke invalpoules.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat Kamerbreed is uitgesproken dat de afhankelijkheid van commerciële detacherings- en uitzendbureaus in het onderwijs onwenselijk is en dat onderwijsregio's zelf publieke invalpoules kunnen organiseren; constaterende dat hiervan in meerdere regio’s al succesvolle voorbeelden bestaan; overwegende dat in 2023 in het primair onderwijs circa €245 miljoen en in het voortgezet onderwijs circa €205 miljoen werd uitgegeven aan commerciële inhuur van leraren; overwegende dat publiek onderwijsgeld zoveel mogelijk ten goede moet komen aan het onderwijs en de positie van leraren; verzoekt de regering om bindende afspraken te maken met het onderwijsveld om commerciële inhuur stapsgewijs af te bouwen, publieke invalpoules in alle onderwijsregio’s te versterken en te borgen dat scholen per schooljaar 2028/2029 uitsluitend gebruikmaken van publieke invalpoules.
[Motie van het lid Moorman c.s.]
12 februari, GroenLinks-PvdA, SGP, CDA, D66, ChristenUnie, GroenLinks-PvdA
[De kamer, constaterende dat de Inspectie van het Onderwijs scholen in het voortgezet onderwijs beoordeelt op basis van het onderwijsresultatenmodel met de indicatoren doorstroom in de onderbouw & bovenbouw, eindexamencijfers en positie ten opzichte van het basisschooladvies, overwegende dat scholen die inclusief onderwijs bieden relatief meer leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften hebben en hierdoor onbedoeld lager kunnen scoren binnen dit model, overwegende dat inclusief onderwijs niet ontmoedigd mag worden door perverse prikkels in de beoordeling van scholen, verzoekt de regering de Inspectie van het Onderwijs bij de herziening van de onderzoekskaders de opdracht mee te geven om de kaders zo aan te passen dat het bieden van inclusief onderwijs niet nadelig uitwerkt voor de beoordeling van scholen en de Kamer hier voor de behandeling van de begroting van 2027 over te informeren.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de Inspectie van het Onderwijs scholen in het voortgezet onderwijs beoordeelt op basis van het onderwijsresultatenmodel met de indicatoren doorstroom in de onderbouw & bovenbouw, eindexamencijfers en positie ten opzichte van het basisschooladvies, overwegende dat scholen die inclusief onderwijs bieden relatief meer leerlingen met extra ondersteuningsbehoeften hebben en hierdoor onbedoeld lager kunnen scoren binnen dit model, overwegende dat inclusief onderwijs niet ontmoedigd mag worden door perverse prikkels in de beoordeling van scholen, verzoekt de regering de Inspectie van het Onderwijs bij de herziening van de onderzoekskaders de opdracht mee te geven om de kaders zo aan te passen dat het bieden van inclusief onderwijs niet nadelig uitwerkt voor de beoordeling van scholen en de Kamer hier voor de behandeling van de begroting van 2027 over te informeren.
[Motie van de leden Rajkowski en Boomsma]
12 februari, VVD, JA21
[De kamer, constaterende dat het mbo-onderwijs kampt met dalende studentenaantallen en een verouderd financieringsmodel, overwegende dat de Nederlandse arbeidsmarkt het mbo-talent nodig heeft voor onder andere de zorg, de bouw, de energietransitie en digitaliseringsopgave, verzoekt de Minister een analysete maken van de verwachtte inschatting van de instroom van studenten op het mbo voor de korte en middellange termijn, hierbij specifiek het rapport van de Staatscommissie voor Demografie mee te nemen en de verwachtte ontwikkelingen in tekortsectoren, verzoekt de Ministerte onderzoeken welke maatregelen effectief zijn om instroom richting deze sectoren te bevorderen taboes.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat het mbo-onderwijs kampt met dalende studentenaantallen en een verouderd financieringsmodel, overwegende dat de Nederlandse arbeidsmarkt het mbo-talent nodig heeft voor onder andere de zorg, de bouw, de energietransitie en digitaliseringsopgave, verzoekt de Minister een analysete maken van de verwachtte inschatting van de instroom van studenten op het mbo voor de korte en middellange termijn, hierbij specifiek het rapport van de Staatscommissie voor Demografie mee te nemen en de verwachtte ontwikkelingen in tekortsectoren, verzoekt de Ministerte onderzoeken welke maatregelen effectief zijn om instroom richting deze sectoren te bevorderen taboes.
[Motie van de leden Rajkowski en Boomsma]
12 februari, VVD, JA21
[De kamer, constaterende dat de Kamer al diverse moties heeft aangenomen op het gebied van veiligheid in het hoger onderwijs en op hoger onderwijsinstellingen, (zoals motie nummer 31288-1216 en motie nummer 31288-1217), overwegende dat de fysieke, digitale en sociale veiligheid onder druk blijven staan in het hoger onderwijs, bijvoorbeeld de toegenomen onveiligheid van Joodse studenten en medewerkers, verzoekt de regering om een nulmeting van het veiligheidsbeleid in het hoger onderwijs uitte voeren.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat de Kamer al diverse moties heeft aangenomen op het gebied van veiligheid in het hoger onderwijs en op hoger onderwijsinstellingen, (zoals motie nummer 31288-1216 en motie nummer 31288-1217), overwegende dat de fysieke, digitale en sociale veiligheid onder druk blijven staan in het hoger onderwijs, bijvoorbeeld de toegenomen onveiligheid van Joodse studenten en medewerkers, verzoekt de regering om een nulmeting van het veiligheidsbeleid in het hoger onderwijs uitte voeren.
[Motie van het lid Kisteman]
12 februari, VVD
[De kamer, Overwegende dat er jaarlijks 4 miljoen euro gaat naar leerlingen- en ouderorganisaties die de belangen van die groepen in het onderwijs vertegenwoordigen, Overwegende dat leerlingen en ouders cruciaal zijn in het stelsel van onderwijs, dus ondersteuning aan die organisaties rechtvaardig en belangrijk is, Constaterende dat sommige organisaties wel en andere organisaties geen aanspraak maken op het bestaande budget, Verzoekt de regering te onderzoeken waarom deze organisaties deze instandhoudingssubsidies ontvangen en hoe andere organisaties ook aanspraak kunnen maken op het bestaande budget en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van 2027 te informeren.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, Overwegende dat er jaarlijks 4 miljoen euro gaat naar leerlingen- en ouderorganisaties die de belangen van die groepen in het onderwijs vertegenwoordigen, Overwegende dat leerlingen en ouders cruciaal zijn in het stelsel van onderwijs, dus ondersteuning aan die organisaties rechtvaardig en belangrijk is, Constaterende dat sommige organisaties wel en andere organisaties geen aanspraak maken op het bestaande budget, Verzoekt de regering te onderzoeken waarom deze organisaties deze instandhoudingssubsidies ontvangen en hoe andere organisaties ook aanspraak kunnen maken op het bestaande budget en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van 2027 te informeren.
[Motie van het lid Rooderkerk c.s.]
12 februari, D66, CDA, GroenLinks-PvdA, JA21
[De kamer, constaterende in het coalitieakkoord ‘aan de slag’ wordt voorgesteld leraren aantoonbaar meer tijd te geven voor professionele ontwikkeling; overwegende dat de belangrijkste factor voor het vergroten van onderwijskwaliteit de vakinhoudelijke kennis en pedagogisch-didactische vaardigheden van leraren onder professioneel onderwijskundig leiderschap van een schoolleider; overwegende dat het van grote waarde is om deze professionele ontwikkeling in teamverband vorm te geven, zodat specialisatie mogelijk wordt en kennisuitwisseling binnen het lerarenteam wordt gestimuleerd; overwegende dat draagvlak bij de beroepsgroep onmisbaar is bij het realiseren en benutten van meer tijd voor professionele ontwikkeling; verzoekt de regering zo snel mogelijk met de beroepsgroep in gesprek te gaan over de vormgeving van de tijd voor professionele ontwikkeling in teamverband en daarbij heldere doelen te stellen.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende in het coalitieakkoord ‘aan de slag’ wordt voorgesteld leraren aantoonbaar meer tijd te geven voor professionele ontwikkeling; overwegende dat de belangrijkste factor voor het vergroten van onderwijskwaliteit de vakinhoudelijke kennis en pedagogisch-didactische vaardigheden van leraren onder professioneel onderwijskundig leiderschap van een schoolleider; overwegende dat het van grote waarde is om deze professionele ontwikkeling in teamverband vorm te geven, zodat specialisatie mogelijk wordt en kennisuitwisseling binnen het lerarenteam wordt gestimuleerd; overwegende dat draagvlak bij de beroepsgroep onmisbaar is bij het realiseren en benutten van meer tijd voor professionele ontwikkeling; verzoekt de regering zo snel mogelijk met de beroepsgroep in gesprek te gaan over de vormgeving van de tijd voor professionele ontwikkeling in teamverband en daarbij heldere doelen te stellen.
12 februari, Begroting Klimaat en Groene Groei (36800-XXIII) (antwoord 1e termijn + rest)
[Motie van de leden Dassen en Jumelet]
12 februari, Volt, CDA
[De kamer, constaterende dat CO,-verwijdering, met name via Direct Air Capture (DAC) en Direct Ocean Capture (DOC), een noodzakelijke aanvulling is op emissiereductie om klimaatdoelen te halen; constaterende dat opschaling van DAC en DOC in Nederland achterblijft door gebrek aan marktvraag en investeringszekerheid, terwijl andere landen publieke inkoopprogramma’s ontwikkelen; overwegende dat stabiele vraag en duidelijke kwaliteitseisen nodig zijn voor innovatie en opschaling; verzoekt de regering de mogelijkheden te onderzoeken voor een meerjarig publiek inkoopprogramma voor DAC en DOC, en de Kamer hieroverte informeren.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat CO,-verwijdering, met name via Direct Air Capture (DAC) en Direct Ocean Capture (DOC), een noodzakelijke aanvulling is op emissiereductie om klimaatdoelen te halen; constaterende dat opschaling van DAC en DOC in Nederland achterblijft door gebrek aan marktvraag en investeringszekerheid, terwijl andere landen publieke inkoopprogramma’s ontwikkelen; overwegende dat stabiele vraag en duidelijke kwaliteitseisen nodig zijn voor innovatie en opschaling; verzoekt de regering de mogelijkheden te onderzoeken voor een meerjarig publiek inkoopprogramma voor DAC en DOC, en de Kamer hieroverte informeren.
[Motie van het lid Dassen c.s.]
12 februari, Volt, PvdD, D66
[De kamer, constaterende dat Britse veiligheidsdiensten klimaatverandering en biodiversiteitsverlies hebben onderzocht en waarschuwen voor grensoverschrijdende veiligheidsrisico’s zoals natuurrampen, voedsel- en wateronzekerheid, ziekten, migratie en geopolitieke spanningen; overwegende dat een gecoördineerde Europese aanpak nodig is om deze risico’s in kaart te brengen en aan te pakken; verzoekt de regering de Nederlandse veiligheidsdiensten een vergelijkbare risicoanalyse te laten uitvoeren, dit onderwerp bij Europese collega’s te agenderen met als doel een gecoördineerd Europees onderzoek, en de Kamer hierover binnen zes maanden te informeren.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat Britse veiligheidsdiensten klimaatverandering en biodiversiteitsverlies hebben onderzocht en waarschuwen voor grensoverschrijdende veiligheidsrisico’s zoals natuurrampen, voedsel- en wateronzekerheid, ziekten, migratie en geopolitieke spanningen; overwegende dat een gecoördineerde Europese aanpak nodig is om deze risico’s in kaart te brengen en aan te pakken; verzoekt de regering de Nederlandse veiligheidsdiensten een vergelijkbare risicoanalyse te laten uitvoeren, dit onderwerp bij Europese collega’s te agenderen met als doel een gecoördineerd Europees onderzoek, en de Kamer hierover binnen zes maanden te informeren.
[Motie van de leden Dassen en Grinwis]
12 februari, Volt, ChristenUnie
[De kamer, constaterende dat Nederland achterloopt op het Europese doel van 15% interconnectiecapaciteit in 2030 en dat een geintegreerd Europees stroomnet, zoals ook benadrukt in het Draghi-rapport, cruciaal is voor de energietransitie, terwijl investeringen in grensoverschrijdende verbindingen achterblijven; overwegende dat een sterker Europees stroomnet nodig is voor hernieuwbare energie, minder netcongestie en grotere leveringszekerheid; verzoekt de regering versneld te investeren in grensoverschrijdende hoogspanningsverbindingen en actief gebruik te maken van het instrument Connecting Europe Facility for Energy.] ›› 
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Klimaat en Groene Groei (XXIII) voor het jaar 2026
De kamer, constaterende dat Nederland achterloopt op het Europese doel van 15% interconnectiecapaciteit in 2030 en dat een geintegreerd Europees stroomnet, zoals ook benadrukt in het Draghi-rapport, cruciaal is voor de energietransitie, terwijl investeringen in grensoverschrijdende verbindingen achterblijven; overwegende dat een sterker Europees stroomnet nodig is voor hernieuwbare energie, minder netcongestie en grotere leveringszekerheid; verzoekt de regering versneld te investeren in grensoverschrijdende hoogspanningsverbindingen en actief gebruik te maken van het instrument Connecting Europe Facility for Energy.