[De kamer,
constaterende dat de door OCW
gehanteerde financiële subsidie-eisen voor de
Maatschappelijke Diensttijd (MDT) 2025 in de praktijk hebben geleid tot uitsluiting van met name
ANBI-organisaties en andere maatschappelijke organisaties met beperkt eigen vermogen;
constaterende dat in 2025 van de 281 ingediende aanvragen voor MDT-subsidie slechts 85
aanvragen zijn gehonoreerd en 196 zijn afgewezen, waaronder organisaties die sinds 2018
onderdeel uitmaken van het MDT-netwerk;
overwegende dat MDT zich heeft bewezen als investering in sociale samenhang,
burgerschap en
talentontwikkeling van jongeren, en dat de rijksoverheid de afgelopen jaren heeft geïnvesteerd in
de opbouw van een landelijk dekkend, duurzaam en weerbaar MDT-netwerk;
overwegende dat de continuïteit van ervaren en kwalitatieve MDT-aanbieders en
samenwerkingsverbanden van groot belang is voor het behoud van dit netwerk en voor het
aanbod van MDT-trajecten aan jongeren;
verzoekt de regering om bij de vormgeving van het subsidiekader voor de subsidieregeling MDT
2026 en volgende jaren het bestaande MDT-netwerk op basis van kwaliteit expliciet te borgen, en
daarbij: maatregelen op te nemen
die de continuïteit van bewezen
kwalitatieve MDT-projecten
en samenwerkingsverbanden waarborgen met aandacht voor landelijke spreiding;
en een
substantieel deel van het beschikbare budget te reserveren voor bestaande MDT-uitvoerders,
met daarnaast ruimte voor nieuwe initiatieven.] ››
12 februari, CDA, Groep Markuszower, SP, JA21, GroenLinks-PvdA, D66, ChristenUnie
[De kamer,
Constaterende dat de Inspectie werkt met het onderwijsresultatenmodel,
Constaterende dat eén van de vier indicatoren in het
onderwijsresultatenmodel de positie is van de leerling in leerjaar 3 in het
Voortgezet Onderwijs ten opzichte van het þbasisschooladvies,
Constaterende dat als de positie van de leerling anders is dan het
basisschooladvies dit tot een negatieve(re}) score voor de middelbare
school kan leiden,
Overwegende dat er gegronde redenen kunnen zijn waarom
er gekozen
wordt voor praktische opleiding of anders passende onderwijsroute,
Overwegende
dat in 2027 een grondige herziening van de onderzoekkaders
en hierdoor ook van het onderwijsresuttatenmodel gepland staat,
Verzoekt de regering bij de herziening van de onderzoekkaders en het
onderwijsresultatenmodel het feit dat de keuze voor een andere
onderwijsroute kan teiden tot een negatieve(re) score mee te nemen
onderzoeken of dit kan worden
bijgesteld in de nieuwe onderzoekkaders.] ››
[De kamer,
constaterende dat recente uitspraken van het College voor de Rechten
van de Mens de druk vergroten om islamitische gebedsruimtes in
openbare scholen te normaliseren,
overwegende dat het openbaar onderwijs niet dient te worden ingezet
als instrument om islamisering via het onderwijs te bevorderen,
verzoekt de regering islamitische gebedsruimtes binnen scholen, in het
bijzonder in het openbaar onderwijs, wettelijk te verbieden en de
Inspectie van het Onderwijs te belasten met de handhaving hiervan.] ››
[De kamer,
constaterende dat joodse studenten op scholen en universiteiten
structureel worden geconfronteerd met intimidatie, bedreiging en
onveiligheid,
overwegende dat falend bestuur in het onderwijs directe gevolgen heeft
voor de veiligheid van joodse studenten,
verzoekt de regering onderwijsinstellingen te verplichten bij
antisemitische incidenten onmiddellijk disciplinaire maatregelen te
nemen, waaronder schorsing of verwijdering, en instellingen die hierin
nalatig zijn financieel en bestuurlijk te sanctioneren.] ››
[De kamer,
constaterende dat wordt ingezet op een structurele investering in onderzoek en
wetenschap richting de Lissabon doelstelling van 3 procent bbp aan publieke en private
R&D investeringen;
van mening dat helderheid noodzakelijk is over de overheidsbijdrage aan investeringen
in wetenschap en innovatie;
verzoekt de regering om binnen de 3%-R&D-doelstelling expliciet in kaart te brengen
welk aandeel noodzakelijk is voor publieke wetenschappelijke investeringen, daarbij
inzichtelijk te maken welke gevolgen recente bezuinigingen hebben voor het behalen van
dit wetenschappelijke aandeel en de Kamer hierover te informeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat leden van de raad van toezicht van universiteiten door de minister
van OCW worden benoemd, geschorst en ontslagen en dat de minister de raad van
toezicht van hogescholen een aanwijzing kan geven;
van mening dat de ministeriële stelselverantwoordelijkheid voor hogescholen en
universiteiten niet mag betekenen dat de minister politiek gemotiveerde invloed kan
uitoefenen op hoger onderwijsinstellingen;
verzoekt de regering om de institutionele onafhankelijkheid van hoger
onderwijsinstellingen te waarborgen en daarvoor wetsvoorstellen aan de Kamer voor te
leggen.] ››
[De kamer,
constaterende dat mbo-studenten alleen bij hoge uitzondering restitutie van hun
cursus- of lesgeld krijgen als zij vroegtijdig stoppen met hun studie, terwijl hbo- en wo-
studenten automatisch en zonder voorwaarden hun collegegeld terugkrijgen,
constaterende dat mbo-studenten een gelijkwaardige behandeling zouden moesten
krijgen als het aankomt op de restitutie van het cursus- of lesgeld,
verzoekt de regering het mogelijk te maken dat per schooljaar 2027-2028 mbostudenten op dezelfde wijze restitutie van hun cursus- of lesgeld ontvangen als bij het
collegegeld van hbo- en wo-studenten.] ››
[De kamer,
constaterende dat nog steeds een groot deel van de studenten geen stagevergoeding
ontvangt,
overwegende datin het coalitieakkoord Aan de slag! 2026-2030 is opgenomen
dat een
wettelijk verplichte stagevergoeding wordt ingevoerd,
overwegende dat er een nu Kamermeerderheid is diẹ voorstander is van de invoering van
een wettelijke stagevergoeding,
overwegende dat het voorbereidende werk voor deze wet reeds door de demissionaire
regering is verricht en er een verkenning ligt met een aantal te maken afwegingen,
spreekt uit dat de Kamer de geschetste afwegingen zo snel mogelijk moet bespreken,
verzoekt de regering daarna voortvarend te starten met het opstellen en indienen van de
wet die voorziet in een wettelijk verplichte stagevergoeding.] ››
[12 februari 2026
36800-VIII-97
Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
MOTIE VAN HET LID TSEGGAI
Plenair debat (wetgeving) - Begroting Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (36800-VIII) (antwoord 1e termijn + rest)
—
3
—
MOTIE VAN HET LID TSEGGAI
Voorgesteld op 12 februari
De Kamer,
sehoord de beraadslaging,
overwegende dat het in een krappe arbeidsmarkt inefficiënt is wanneer mbo-studenten
en zij-instromers opnieuw examens moeten doen terwijl zij al aantoonbaar beschikken
over basisvaardigheden in Nederlands, Engels en/of wiskunde,
constaterende dat zij-instromers hierdoor onnodige drempels ervaren bij het afronden
van hun opleiding, wat leidt tot demotivatie, vermijdbare uitval en vertragingen, juist in
sectoren met grote arbeidstekorten,
overwegende dat onder meer de MBO Raad, JOBmbo, NRTO, VNO-NCW en MKBNederland hebben verzocht om aanpassing van het vrijstellingenbeleid van de generieke
vakken,
overwegende dat de examencommissie een belangrijke rol speelt bij de beoordeling van
vrijstellingsaanvragen en daarmee de diplomawaarde geborgd blijft,
verzoekt de regering het vrijstellingenbeleid voor generieke examens in het mbo te
verruimen, conform eerdere voorstellen van betrokken onderwijspartijen.] ››
12 februari, GroenLinks-PvdA, SGP, Groep Markuszower
[De kamer,
constaterende dat er door het aankomende kabinet voor is gekozen om een Minister en
een Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap aan te stellen,
overwegende dat het nog niet duidelijke is hoe de portefeuilles verdeeld worden over de
Minister en Staatssecretaris,
overwegende dat funderend onderwijs in de portefeuilleverdeling van bewindspersonen
altijd ondergeschikt wordt gemaakt aan hoger onderwijs, hetgeen de indruk wekt dat
hoger onderwijs belangrijker wordt gevonden,
overwegende dat juist in het funderend onderwijs veel problemen spelen die met
prioriteit moeten worden opgelost,
verzoekt de regering om funderend onderwijs in de verdeling van portefeuilles niet
ondergeschikt te maken aan het hoger onderwijs.] ››
[De kamer,
constaterende dat het aankomende
kabinet voornemens is om een staatscommissie in
te stellen die de crisis in de leerprestaties van onze leerlingen op taal, lezen, schrijven en
rekenen gaat onderzoeken,
overwegende dat wetenschappelijk onderzoek aantoont dat leerprestaties van kinderen
mede worden beïnvloed door hun thuissituatie, sociaaleconomische achtergrond,
deelname aan voorschoolse educatie en het moment van selectie in het onderwijs,
verzoekt de opdracht aan de staatscommissie te verrijken met een analyse van de
oorzaken van verschillen tussen scholen en leerlingen en daarbij in ieder geval het effect
van voor- en vroegschoolse educatie, kinderopvang en vroegselectie mee te nemen.] ››
[De kamer,
constaterende dat Kamerbreed is uitgesproken dat de afhankelijkheid van
commerciële detacherings- en uitzendbureaus in het onderwijs onwenselijk is en dat
onderwijsregio's zelf publieke invalpoules kunnen organiseren;
constaterende dat hiervan in meerdere regio’s al succesvolle voorbeelden bestaan;
overwegende dat in 2023 in het primair onderwijs circa €245 miljoen en in het
voortgezet onderwijs circa €205 miljoen werd uitgegeven aan commerciële inhuur
van leraren;
overwegende dat publiek onderwijsgeld zoveel mogelijk ten goede moet komen aan
het onderwijs en de positie van leraren;
verzoekt de regering om bindende afspraken te maken met het onderwijsveld om
commerciële inhuur stapsgewijs af te bouwen, publieke invalpoules in alle
onderwijsregio’s te versterken en te borgen dat scholen per schooljaar 2028/2029
uitsluitend gebruikmaken van publieke invalpoules.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Inspectie van het Onderwijs scholen in het voortgezet
onderwijs beoordeelt op basis van het onderwijsresultatenmodel met de indicatoren
doorstroom in de onderbouw & bovenbouw, eindexamencijfers en positie ten
opzichte van het basisschooladvies,
overwegende dat scholen die inclusief onderwijs bieden relatief meer leerlingen met
extra ondersteuningsbehoeften hebben en hierdoor onbedoeld lager kunnen scoren
binnen dit model,
overwegende dat inclusief onderwijs niet ontmoedigd mag worden door perverse
prikkels in de beoordeling van scholen,
verzoekt de regering de Inspectie van het Onderwijs bij de herziening van de
onderzoekskaders de opdracht mee te geven om de kaders zo aan te passen dat het
bieden van inclusief onderwijs niet nadelig uitwerkt voor de beoordeling van scholen
en de Kamer hier voor de behandeling van de begroting van 2027 over te
informeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat het mbo-onderwijs
kampt met dalende studentenaantallen
en een
verouderd financieringsmodel,
overwegende dat de Nederlandse arbeidsmarkt het mbo-talent nodig heeft voor onder
andere de zorg, de bouw, de energietransitie en digitaliseringsopgave,
verzoekt
de Minister een analysete maken van de verwachtte inschatting van de
instroom van studenten op het mbo voor de korte en middellange termijn, hierbij
specifiek het rapport van de Staatscommissie voor Demografie mee te nemen en de
verwachtte ontwikkelingen in tekortsectoren,
verzoekt de Ministerte onderzoeken welke maatregelen effectief zijn om instroom
richting deze sectoren
te bevorderen
taboes.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Kamer al diverse moties heeft aangenomen op het gebied van
veiligheid in het hoger onderwijs en op hoger onderwijsinstellingen, (zoals motie
nummer
31288-1216
en motie
nummer
31288-1217),
overwegende dat de fysieke, digitale en sociale veiligheid onder druk blijven staan in het
hoger onderwijs, bijvoorbeeld de toegenomen
onveiligheid van Joodse studenten en
medewerkers,
verzoekt de regering om een nulmeting van het veiligheidsbeleid in het hoger onderwijs
uitte voeren.] ››
[De kamer,
Overwegende dat er jaarlijks 4 miljoen euro gaat naar leerlingen- en ouderorganisaties die
de belangen van die groepen in het onderwijs vertegenwoordigen,
Overwegende dat leerlingen en ouders cruciaal zijn in het stelsel van onderwijs, dus
ondersteuning aan die organisaties rechtvaardig en belangrijk is,
Constaterende dat sommige organisaties wel en andere organisaties geen aanspraak
maken op het bestaande budget,
Verzoekt de regering te onderzoeken waarom deze organisaties deze
instandhoudingssubsidies ontvangen en hoe andere organisaties ook aanspraak kunnen
maken op het bestaande budget en de Kamer hierover voor de begrotingsbehandeling van
2027 te informeren.] ››
[De kamer,
constaterende in het coalitieakkoord ‘aan de slag’ wordt voorgesteld leraren
aantoonbaar
meer tijd te geven voor professionele ontwikkeling;
overwegende dat de belangrijkste factor voor het vergroten van onderwijskwaliteit de
vakinhoudelijke kennis en pedagogisch-didactische vaardigheden van leraren onder
professioneel onderwijskundig leiderschap van een schoolleider;
overwegende dat het van grote waarde is om deze professionele ontwikkeling in
teamverband vorm te geven, zodat specialisatie mogelijk wordt en kennisuitwisseling
binnen het lerarenteam wordt gestimuleerd;
overwegende dat draagvlak bij de beroepsgroep onmisbaar is bij het realiseren en
benutten van
meer tijd voor professionele ontwikkeling;
verzoekt de regering zo snel mogelijk met de beroepsgroep in gesprek te gaan over de
vormgeving van de tijd voor professionele ontwikkeling in teamverband en daarbij
heldere doelen te stellen.] ››
12 februari, Begroting Klimaat en Groene Groei (36800-XXIII) (antwoord 1e termijn + rest)
[De kamer,
constaterende dat CO,-verwijdering, met name via Direct
Air Capture (DAC) en Direct Ocean Capture (DOC), een
noodzakelijke aanvulling is op emissiereductie om
klimaatdoelen te halen;
constaterende dat opschaling van DAC en DOC in
Nederland achterblijft door gebrek aan marktvraag en
investeringszekerheid, terwijl andere landen publieke
inkoopprogramma’s ontwikkelen;
overwegende dat stabiele vraag en duidelijke
kwaliteitseisen nodig zijn voor innovatie en opschaling;
verzoekt de regering de mogelijkheden te onderzoeken
voor een meerjarig publiek inkoopprogramma voor DAC
en DOC, en de Kamer hieroverte informeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat Britse veiligheidsdiensten
klimaatverandering en biodiversiteitsverlies hebben
onderzocht en waarschuwen voor grensoverschrijdende
veiligheidsrisico’s zoals natuurrampen, voedsel- en
wateronzekerheid, ziekten, migratie en geopolitieke
spanningen;
overwegende dat een gecoördineerde Europese aanpak
nodig is om deze risico’s in kaart te brengen en aan te
pakken;
verzoekt de regering de Nederlandse veiligheidsdiensten
een vergelijkbare risicoanalyse te laten uitvoeren, dit
onderwerp bij Europese collega’s te agenderen met als
doel een gecoördineerd Europees onderzoek, en de
Kamer hierover binnen zes maanden te informeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat Nederland achterloopt op het
Europese doel van 15% interconnectiecapaciteit in 2030
en dat een geintegreerd Europees stroomnet, zoals ook
benadrukt in het Draghi-rapport, cruciaal is voor de
energietransitie, terwijl investeringen in
grensoverschrijdende verbindingen achterblijven;
overwegende dat een sterker Europees stroomnet nodig is
voor hernieuwbare energie, minder netcongestie en
grotere leveringszekerheid;
verzoekt de regering versneld te investeren in
grensoverschrijdende hoogspanningsverbindingen en
actief gebruik te maken van het instrument Connecting
Europe Facility for Energy.] ››