14 januari, Wijziging van de Wet op het financieel toezicht, de Bankwet 1998 en enige andere wetten in verband met de goede werking van het chartale betalingsverkeer (Wet chartaal betalingsverkeer) (36711)
[De kamer,
constaterende dat de bereikbaarheidsnorm voor geldautomaten is
gebaseerd op een hemelsbrede afstand van 5 kilometer tot het centrum
van 6-positiepostcodegebieden;
overwegende dat deze methode voor landelijke gebieden onvoldoende
waarborgen biedt en ertoe kan leiden dat de feitelijke bereikbaarheid in
dorpen en op het platteland van pinautomaten onvoldoende is;
verzoekt de regering om in de AMvB inzake bereikbaarheidsnormen
aanvullend op, of in aangepaste vorm, met de 5 kilometernorm specifiek
zorg te dragen voor de bereikbaarheid van pinautomaten in het landelijke
gebied.] ››
[De kamer,
overwegende dat Brink’s circa 90%-95% van de Nederlandse markt voor
geldtransport en alle geldautomaten van Geldmaat bedient;
overwegende dat een dergelijk quasimonopolie kwetsbaar is bij uitval en
het onwenselijk is dat een cruciale dienstverlener in handen kan komen
van een actor uit een niet-bevriende staat;
overwegende dat eerdere (bijna-)faillissementen en overnames in deze
sector hebben laten zien dat uitval kan leiden tot het wegvallen van
toegang tot contant geld, geldophopingen en veiligheidsrisico’s bij
consumenten en retailers, alsmede tekorten aan wisselgeld;
overwegende dat andere cruciale sectoren, zoals de chip-, energie-,
banken- en telecomsector, via de Wet veiligheidstoets investeringen,
fusies en overnames (Wet vifo) en de Wet weerbaarheid kritieke entiteiten
(Wwke) worden beschermd tegen ongewenste buitenlandse overnames;
constaterende dat een dergelijke bescherming nog niet geldt voor de
chartale infrastructuur en dienstverlening, terwijl Nederland hierin
afhankelijk is van één commerciële dienstverlener;
verzoekt de regering een publiek nood- en continuïteitsplan op te stellen
voor (dreigende) uitval van Brink’s en bij de evaluatie van de Wet vifo te
bezien hoe essentiële diensten binnen de chartale infrastructuur,
waaronder die zoals uitgevoerd door Brink’s onder vergelijkbare beschermingsvoorwaarden kunnen worden gebracht.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Wet chartaal betalingsverkeer een grondslag biedt
om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur (AMvB) nadere
regels te stellen over de voorzieningen waaruit de chartale basisinfrastructuur bestaat en de daaraan te stellen eisen;
overwegende dat de uitwerking daarvan van groot belang is voor
bijvoorbeeld de toegankelijkheid en het gebruiksgemak van contant geld
voor particulieren, ondernemers en andere gebruikers;
overwegende dat naleving van de nadere regels essentieel is en dat deze
zo veel als mogelijk bindend moeten zijn;
verzoekt de regering de eisen uit het Convenant Contant Geld als
ondergrens te hanteren bij de uitwerking van de AMvB en de bereikbaarheid en beschikbaarheid van de chartale infrastructuur zo optimaal
mogelijk te maken;
verzoekt de regering te bezien hoe de naleving van de nadere regels
geborgd kan worden.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Wet chartaal betalingsverkeer een grondslag biedt
om bij of krachtens algemene maatregel van bestuur (AMvB) maximumtarieven voor het gebruik van de chartale basisinfrastructuur vast te stellen,
zoals voor het storten van contant geld door ondernemers, en dat bezien
zal worden of deze tarieven periodiek geïndexeerd zullen worden;
overwegende dat periodieke verhogingen kunnen leiden tot structureel
oplopende kosten voor ondernemers, wat zeer onwenselijk is;
verzoekt de regering indexering van tarieven zo veel als mogelijk te
beperken – lees: op nul te houden – en indien er toch gekozen wordt voor
indexatie deze te beperken tot de inflatie.] ››
De regering moet bij elk onderzoek naar overheidsuitgaven duidelijk laten zien hoe er 20% minder geld uitgegeven kan worden. Door stijgende kosten voor defensie zijn scherpe keuzes nodig. Nu blijven deze verplichte besparingsopties vaak onbenut. Deze informatie moet voortaan standaard worden gebruikt bij het maken van de begroting om de overheidsfinanciën gezond te houden. ››
De regering moet een plan maken om de financiële audit van de overheid samen te voegen met de Algemene Rekenkamer. Dit is nodig voor een onafhankelijke controle van de staatsuitgaven die voldoet aan internationale regels. Een goede controle beschermt het recht van de Kamer om te beslissen over het geld van de belastingbetaler. ››
[De kamer,
constaterende dat er nog altijd sprake is van een ernstige humanitaire
noodsituatie in Haïti, waar gewapende bendes een groot deel van
Port-au-Prince controleren en meer dan de helft van de bevolking kampt
met acute voedselonzekerheid;
overwegende dat de internationale missie Gang Suppression Force (GSF)
onder VN-mandaat fors wordt uitgebreid;
verzoekt de regering om via het Internationaal Comité van het Rode Kruis,
het Wereldvoedselprogramma, UNICEF en de Europese Commissie te
blijven bijdragen aan het verlichten van de humanitaire situatie in Haïti en
daarbij, waar mogelijk, actief aan te dringen op aanvullende humanitaire
maatregelen en acties, en de Kamer hierover te informeren.] ››
[De kamer,
overwegende dat Europese regeringen sancties oplegden aan Russische
functionarissen die maatschappelijke organisaties vervolgden;
verzoekt de regering zich in Europees verband in te zetten voor sancties
tegen Israëlische Ministers en hoge functionarissen die het werk van hulpen mensenrechtenorganisaties in de bezette Palestijnse gebieden
belemmeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat Nederlandse humanitaire organisaties in toenemende
mate het doelwit zijn van delegitimerende en criminaliserende
lastercampagnes;
overwegende dat dergelijke campagnes de reputatie, het mandaat, de
onafhankelijkheid en neutraliteit van professionele Nederlandse organisaties schaden, met ook gevolgen voor hulporganisaties wereldwijd;
verzoekt de regering om zich stevig publiekelijk of, waar effectiever, via
humanitaire diplomatie uit te spreken tegen het delegitimeren en
criminaliseren van humanitaire organisaties door statelijke en andere
actoren.] ››
[De kamer,
constaterende dat het kabinet stelt dat lokale organisaties bij humanitaire
responses vaak snel en efficiënt reageren, omdat zij deel uitmaken van
getroffen gemeenschappen en noden en prioriteiten ter plekke goed
kennen;
constaterende dat de IOB in de periodieke rapportage BHO artikel 4
concludeert dat de ambities met betrekking tot lokalisering onvoldoende
zijn waargemaakt;
overwegende dat Nederlandse maatschappelijke organisaties nauw
samenwerken met lokale partners op plekken waar andere humanitaire
actoren niet altijd aanwezig zijn en het Nederlandse Rode Kruis de
mogelijkheid heeft om met 190 andere nationale verenigingen te werken;
verzoekt de regering om specifiek bij de extra bestedingen voor humanitaire crises, vanwege hun inbedding in de lokale context, ten doel te
stellen deze maximaal te besteden via bovenstaande actoren, met ruimte
om daar beargumenteerd van af te wijken.] ››
[De kamer,
constaterende dat door het besluit van de Israëlische regering om de
registratie van 37 internationale niet-gouvernementele organisaties in te
trekken het werk van Nederlandse hulporganisaties, inclusief partners van
de Dutch Relief Alliance, in de bezette Palestijnse gebieden dreigt te
worden beëindigd;
overwegende dat deze Nederlandse hulporganisaties een cruciaal deel
van de noodhulp aan de bevolking in Gaza en de Westelijke Jordaanoever
leveren;
overwegende dat de Nederlandse regering een verantwoordelijkheid heeft
om haar partners bij te staan en de naleving van het internationaal
humanitair oorlogsrecht te bevorderen;
verzoekt de regering om daadkrachtige diplomatieke actie richting Israël
te ondernemen om humanitaire toegang voor Nederlandse hulporganisaties te herstellen, en periodiek aan de Kamer te rapporteren over de
voortgang hiervan.] ››
[De kamer,
constaterende dat er na recent journalistiek onderzoek sterke aanwijzingen zijn dat de Indonesische marine mensenrechtenschendingen
begaat in West-Papoea;
constaterende dat het kabinet ondanks deze nieuwe informatie niet
voornemens is om wapenexport naar de Indonesische marine opnieuw te
beoordelen;
overwegende dat Europese exportregels oproepen om exportvergunningen bij nieuwe informatie opnieuw te wegen;
verzoekt de regering om lopende en toekomstige exportvergunningen
met als eindgebruiker de Indonesische regering opnieuw te toetsen aan
de criteria van het EU Gemeenschappelijk Standpunt, en de Kamer te
informeren over de uitkomst.] ››
[De kamer,
constaterende dat Nederland in de afgelopen jaren voor 2 miljard aan
militair materieel heeft aangekocht bij de Israëlische wapenindustrie;
overwegende dat het onwenselijk is dat Nederland afhankelijk is van
militaire industrieën die betrokken zijn bij oorlogsmisdaden;
van mening dat Europa strategisch onafhankelijk moet worden van landen
die zich schuldig maken aan militaire dreiging en agressie;
verzoekt de regering om de Nederlandse afhankelijkheid van de Israëlische wapenindustrie te beëindigen;
verzoekt de regering tevens om de afhankelijkheid van Israëlische
spionage-, surveillance- en inlichtingentechnologieën af te bouwen.] ››
[De kamer,
constaterende dat de EU haar defensie-industrie mede via export wil
ondersteunen;
overwegende dat EU-landen nog steeds wapens exporteren naar landen
die het internationaal recht schenden, zoals Saudi-Arabië en de Verenigde
Arabische Emiraten;
verzoekt de regering zich in de EU in te zetten voor het uitsluiten van
wapenexport naar landen waar een risico bestaat op inzet bij mensenrechtenschendingen en oorlogsmisdaden.] ››
[De kamer,
verzoekt de regering zich in te zetten voor maatregelen om wapenstromen
richting strijdende partijen in Sudan te stoppen en daarbij ook expliciet te
kijken naar het eigen wapenexportbeleid om te voorkomen dat wapens
via Nederland in handen komen van strijdende partijen in Sudan, en
hierover de Kamer te informeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat Nederland een toetredingsverzoek heeft gedaan voor
het zogenaamde Verdrag van Aken met Duitsland, Frankrijk en Spanje;
constaterende dat de verantwoordelijkheid van de exportcontrole in dit
verdrag bij het land is gelegd waar de eindproducent van het wapensysteem is gevestigd en Nederland daarmee veel controle over wapenexport uit handen geeft;
overwegende dat we moeten voorkomen dat Nederlandse wapens of
wapenonderdelen gebruikt worden voor mensenrechtenschendingen;
verzoekt de regering niet toe te treden tot het Verdrag van Aken totdat kan
worden gegarandeerd dat dit niet zal leiden tot minder strenge exportcriteria dan Nederland nu toepast.] ››
[De kamer,
constaterende dat dual-usegoederen kunnen bijdragen aan militaire
operaties en repressie van burgers;
verzoekt de regering nationale aanvullende exportrestricties in te stellen
voor dual-usegoederen richting Israël vanwege het risico op inzet tegen
burgers.] ››
[De kamer,
constaterende dat het Internationaal Gerechtshof heeft vastgesteld dat er
een reëel risico op genocide bestaat in Gaza;
constaterende dat Nederland op grond van het Genocideverdrag verplicht
is alles te doen om genocide te voorkomen;
verzoekt de regering om een volledig en permanent wapenembargo tegen
Israël in te stellen, inclusief import, export, doorvoer en militaire bijstand.] ››
[De kamer,
constaterende dat in Sudan sprake is van grootschalige mensenrechtenschendingen en een geldend wapenembargo voor Darfur;
constaterende dat tijdens het debat door de Minister is erkend dat het
huidige systeem van exportvergunningen en eindgebruikersverklaringen
niet 100% waterdicht is en doorlevering van wapens niet volledig kan
worden uitgesloten;
verzoekt de regering binnen de bestaande mogelijkheden zich ervoor in te
spannen om het risico op doorlevering van vanuit Nederland geëxporteerde militaire goederen en dual-usegoederen naar Sudan verder te
beperken.] ››
Aangenomen op 20 januari: 117 - 33
D66
Volt
VVD
BBB
SP
SGP
DENK
50PLUS
GL-PVDA
CU
PvdD
CDA
JA21
FVD
PVV
G-Markus
13 januari, Tweeminutendebat Voortgang Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (30995-106)
[De kamer,
overwegende dat het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid
van groot belang is voor de lotsverbetering van mensen in wijken waar de
leefbaarheid en veiligheid onder druk staat;
overwegende dat er brede consensus is dat de problemen in de gebieden
vragen om langjarige inzet en stabiele investeringen om zo de negatieve
spiraal te doorbreken en het toekomstperspectief van de bewoners in de
twintig NPLV-gebieden blijvend te verbeteren, maar dat structurele
financiering ontbreekt;
verzoekt de regering bij de begroting van 2027 inzicht te geven in hoe de
meerjarige financiering van het Nationaal Programma Leefbaarheid en
Veiligheid vormgegeven kan worden.] ››