[De kamer,
constaterende dat in recente jaren de manosphere alleen maar is
gegroeid;
constaterende dat hiermee vrouwenhaat en schadelijke ideeën over
vrouwen en maatschappelijke gelijkheid breed verspreid worden, ook bij
jongeren;
overwegende dat het van groot belang is dat de omgeving van een
jongere ruimte biedt voor verkenning en gesprek;
overwegende dat het onderwijs, gelet op de kerndoelen, bij uitstek ook
een rol heeft bij de vorming van jongeren;
overwegende dat het van groot belang is dat scholen voldoende
ondersteund worden bij dit nieuwe leergebied;
overwegende dat het digitale lesmateriaal «Adolescence en mediawijsheid» gratis beschikbaar is voor het voortgezet onderwijs;
verzoekt de regering om zich in te zetten voor een bredere bekendheid
van dit lespakket onder scholen.] ››
[De kamer,
constaterende dat in 2021 door het kabinet een wetsvoorstel is ingediend
voor het wijzigen van de voorwaarden voor de wijziging van de
vermelding van het geslacht in de geboorteakte;
constaterende dat in 2024 per motie de oproep is gedaan door diverse
partijen tot het intrekken van het wetsvoorstel;
constaterende dat het kabinet de intentie tot het intrekken van de wet
heeft aangekondigd wegens een gebrek aan medewerking en instemming
van de Tweede Kamer, zoals werd aangegeven in een brief gericht aan het
Transgender Netwerk;
overwegende dat een zorgvuldig wetgevingsproces van groot belang is,
welke is geschaad door de wijze waarop per motie de behandeling van de
wet is stilgelegd;
overwegende dat de Kamer bij uitstek de plaats is voor het voeren van
een debat over de wetgeving;
verzoekt de regering om het wetsvoorstel voor het wijzigen van de
voorwaarden voor de wijziging van de vermelding van het geslacht in de
geboorteakte alsnog voor bespreking aan de Kamer voor te leggen en
hiermee de Kamer in positie te brengen om haar taak als medewetgever
en controleur van het kabinet te vervullen.] ››
11 december, Debat over het onderzoek naar doorstroomtoetsen
[De kamer,
constaterende dat de invoering van een landelijke doorstroomtoets
volgens de verkenning pas in 2029–2030 wordt voorzien;
overwegende dat huidige toetsaanbieders een erkenning voor vier jaar
hebben, maar dat deze erkenning niet onlosmakelijk verbonden is met
hun subsidiëring en geen doorslaggevende factor mag zijn bij
stelselkeuzes;
spreekt uit dat erkenningstermijnen van aanbieders geen reden mogen
zijn om de invoering van één doorstroomtoets uit te stellen;
verzoekt de regering te verduidelijken dat de voorgestelde invoeringsdatum volledig onafhankelijk is van lopende erkenningen van
toetsaanbieders.] ››
[De kamer,
constaterende dat uit de monitor blijkt dat er nog steeds nulbijstellers zijn
als het gaat om de doorstroomtoets;
overwegende dat deze groep niet uitsluitend kan worden verklaard door
kleine leerlingaantallen en mogelijk samenhangt met structurele factoren
zoals schoolcultuur, adviesnormen of professionele terughoudendheid;
verzoekt de regering de monitor doorstroomtoets uit te breiden met een
verdiepende analyse over deze nulbijstellers, waarin de mogelijke
oorzaken, de ontwikkeling over meerdere jaren en eventuele regionale
verschillen inzichtelijk worden gemaakt, en de Kamer hierover te
informeren voor het volgende monitorjaar.] ››
[De kamer,
constaterende dat brede brugklassen en een later selectiemoment
aantoonbaar bijdragen aan het vergroten van kansengelijkheid;
constaterende dat door al op 11-jarige leeftijd te selecteren niet alle
leerlingen het onderwijs volgen dat bij hun capaciteiten past, wat slecht is
voor de leerling en uiteindelijk ook voor de Nederlandse economie;
overwegende dat per 2026 de subsidie voor brede brugklassen wordt
geschrapt, die was bedoeld om scholen bij te staan in de kosten voor het
opzetten van een brede brugklas;
verzoekt de regering om middelen te zoeken op de OCW-begroting om de
bezuiniging op de bredebrugklassubsidie terug te draaien zonder
negatieve gevolgen voor andere beleidsdoelen en anders een alternatieve
dekking te vinden, bijvoorbeeld door de invoering van een digitaledienstenbelasting voor grote techbedrijven.] ››
[De kamer,
constaterende dat steeds minder leerlingen een gesprek kunnen voeren
en hun gedachten en gevoelens onder woorden kunnen brengen;
constaterende dat uit onderzoek van de inspectie blijkt dat de
voornaamste reden daarvoor een gebrek aan prioriteit is voor taalvaardigheid, omdat gesprekken voeren nauwelijks wordt getoetst en geen rol
speelt in inspectiebeoordelingen;
overwegende dat de doorstroomtoets de nadruk legt op begrijpend lezen
en verhaalsommen en daardoor schrijfvaardigheid en spreekvaardigheid
verdrukt;
overwegende dat spreekvaardigheid de basis is voor sociale ontwikkeling,
schoolsucces en verdere taalontwikkeling;
verzoekt de regering te bezien hoe spreekvaardigheid meer aandacht kan
krijgen in het onderwijs, bijvoorbeeld door het te borgen in eindtoetsing
en/of inspectiebeoordelingen.] ››
[De kamer,
constaterende dat de huidige doorstroomtoets met verschillende
toetsaanbieders ervoor zorgt dat de kans op een hoger schooladvies
afhangt van de gekozen toetsaanbieder;
constaterende dat de regering een tijdlijn heeft gedeeld waarbij de nieuwe
doorstroomtoets met één toetsaanbieder pas in schooljaar 2029–2030
ingevoerd wordt;
overwegende dat de PO-Raad, AOb, CNV, AVS en FvOv al in 2027 naar één
aanbieder willen, omdat zij het onwenselijk vinden om nog vier jaar te
experimenteren met de onderwijskansen van kinderen;
verzoekt de regering alles op alles te zetten om in 2027 naar één
doorstroomtoetsaanbieder te gaan.] ››
Aangenomen op 16 december: 103 - 47
CU
FVD
JA21
Volt
GL-PVDA
SP
DENK
D66
PVV
50PLUS
PvdD
CDA
BBB
SGP
VVD
11 december, Tweeminutendebat Resultaten stichtingsaanvragen en bekostigingsbesluiten nieuwe scholen (2024-2025) (35050-60)
[De kamer,
constaterende dat de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen de procedure
om een school op te richten korter en toegankelijker maakt en het
daarmee relatief eenvoudig is om een nieuwe school te stichten;
constaterende dat deze wetgeving is bedacht met het idee van meer
ruimte voor onderwijskundige vernieuwingen, zonder aandacht voor de
externe effecten ervan;
overwegende dat de wet (mede) bijdraagt aan toename van de forse druk
op het lerarentekort, de huidige onderwijshuisvestingsproblemen en de
schaarse middelen;
overwegende dat de wet heeft geleid tot een toename van scholen die
vooral leerlingen aantrekken uit één specifieke religieuze of culturele
groep, waardoor de kans op segregatie in het onderwijs toeneemt;
overwegende dat gemeenten aangeven dat de wet hun mogelijkheden om
het lokale onderwijsaanbod doelmatig te plannen beperkt en dat
gemeenteraden op dit moment weinig instrumenten hebben om hier iets
aan te doen;
verzoekt de regering te verkennen of en hoe gemeenten beter betrokken
kunnen worden bij het stichtingsproces binnen de Wet meer ruimte voor
nieuwe scholen, en de Kamer hierover te informeren voor de zomer van
2026.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen ertoe leidt dat
bij gemeenten extra druk ontstaat op het gebied van financiën, onderwijspersoneel en onderwijshuisvesting;
overwegende dat er door de wet onwenselijke segregatie en concurrentie
tussen scholen ontstaat, publieke middelen niet doelmatig worden
besteed en de onderwijskwaliteit niet altijd gegarandeerd is, terwijl in
tijden van dalende onderwijskwaliteit en een lerarentekort juist doelmatigheid en samenwerking noodzakelijk zijn;
overwegende dat gemeenten op dit moment in de wet geen recht hebben
om hun advies in te brengen, terwijl zij veel kennis hebben van het lokale
onderwijsveld en het verloop van de samenwerking met andere aan
onderwijs gerelateerde maatschappelijke organisaties, zoals kinderopvang
en buurtteams;
overwegende dat eind 2025 een evaluatie van de wet verschijnt, maar dat
een beleidsreactie pas voor de zomer van 2026 is voorzien;
verzoekt de regering de beleidsreactie voor de Voorjaarsnota naar de
Kamer te sturen en per heden te starten met het opstellen van een nieuwe
wet voor de vestiging van nieuwe scholen, waarin:
– de onwenselijke effecten van de Wet meer ruimte voor nieuwe scholen
worden tegengegaan, zijnde ondoelmatig gebruik van publieke
middelen, druk op de onderwijskwaliteit, het creëren of vergroten van
personeelsschaarste, en onwenselijke segregatie en concurrentie;
– expliciet een adviesrecht voor gemeenten wordt opgenomen.] ››
[De kamer,
overwegende dat de reputatie en functie van Euroclear Bank cruciaal is
voor het opereren van de Europese kapitaalmarkten;
constaterende dat België als gastheer van Euroclear Bank een speciale
positie en verantwoordelijkheid inneemt;
verzoekt de regering om zich in Europees verband actief in te zetten voor
het tot stand brengen van juridische solidariteit omtrent de Russische
tegoeden bij Euroclear Bank.] ››
[De kamer,
constaterende dat Elbit Systems, Israëls grootste defensiebedrijf, door de
NAVO-organisatie NSPA is geschorst wegens verdenkingen van corruptie
en omkoping in aanbestedingsprocedures;
constaterende dat meerdere aan Elbit gelieerde bedrijven onderwerp zijn
van strafrechtelijke onderzoeken, terwijl Elbit tegelijkertijd wapensystemen levert die in Gaza en op de Westelijke Jordaanoever worden
ingezet bij ernstige schendingen van internationaal recht;
overwegende dat Nederland zelf nog militaire systemen van Israëlische
bedrijven afneemt, waaronder van Elbit;
verzoekt de regering te onderzoeken op welke wijze Nederland, naar
voorbeeld van de NAVO-schorsing, de banden met Elbit Systems kan
opschorten of beëindigen, en hierover uiterlijk in het eerste kwartaal van
2026 te rapporteren.] ››
[De kamer,
overwegende dat we als Nederland een derde van ons geld in het
buitenland verdienen en dat internationale handel de drijvende kracht
achter een goed draaiende wereldeconomie is;
constaterende dat de stabiliteit en de voorspelbaarheid in de wereld
afnemen en dat Nederland hierdoor gebaat is bij het sluiten van handelsakkoorden die onze economische positie op de internationale markt
kunnen versterken;
constaterende dat het vergroten van deze strategische autonomie en de
toegang tot kritieke grondstoffen essentieel zijn voor de defensie- en
energiesector en dat de Mercosur-landen grote reserves aan kritieke
grondstoffen hebben;
verzoekt de regering om in te stemmen met het EU-Mercosurhandelsakkoord en zich in te zetten voor een spoedige totstandkoming en
inwerkingtreding van het verdrag.] ››
[De kamer,
constaterende dat de Europese Unie weliswaar de import van Russisch
aardgas heeft afgebouwd, maar nog steeds aanzienlijke hoeveelheden
stikstofkunstmest uit Rusland importeert;
constaterende dat deze import de Russische schatkist financiert en
daarmee indirect bijdraagt aan de financiering van de oorlog tegen
Oekraïne;
overwegende dat de afhankelijkheid van Russische kunstmest de
voedselzekerheid in Europa kwetsbaar maakt en in strijd is met het
streven naar strategische autonomie;
verzoekt de regering om op Europees niveau te pleiten voor de invoering
van effectieve sancties tegen de Russische kunstmestindustrie, met het
oog op het beëindigen van de financiële steun aan de Russische
oorlogsmachine.] ››
[De kamer,
constaterende dat volgens Artsen zonder Grenzen 18.500 patiënten op de
wachtlijst staan voor medische evacuatie uit Gaza, onder wie duizenden
kinderen;
overwegende dat sinds 2024 1.092 mensen zijn overleden die op de
wachtlijst stonden;
verzoekt de regering opnieuw te bezien in hoeverre enkele kinderen die
complexe hoogspecialistische zorg nodig hebben, die in direct levensgevaar verkeren, waarvoor nu in de regio geen onmiddellijke hulp
beschikbaar is, tijdelijk in Nederland kunnen worden geholpen.] ››
[De kamer,
constaterende dat er gepoogd zal worden een EU-pact for the Mediterranean af te sluiten, onder andere tussen de EU en Israël;
constaterende dat Israël de mensenrechten van de Palestijnen schendt;
constaterende dat respect voor mensenrechten een van de criteria is;
verzoekt de regering als standpunt in te nemen dat zolang Israël de
mensenrechten van de Palestijnen schendt, Israël niet voldoet aan het
criterium «respect voor mensenrechten».] ››
[De kamer,
constaterende dat de Kamer in juni 2024 een motie heeft aangenomen die
verzocht om extra maatregelen om ook het werk voor vrouwenrechten en
van vrouwelijke mensenrechtenactivisten te beschermen en te
ondersteunen;
constaterende dat Palestijnse vrouwenrechten- en mensenrechtenorganisaties ernstig in hun werk belemmerd worden door bezuinigingen in de
VS en Europa;
overwegende dat vanuit het principe «vrouwen, vrede en veiligheid»
vrouwenrechtenorganisaties een cruciale rol spelen in vredesprocessen;
verzoekt de regering een extra inspanning te leveren om Palestijnse
vrouwenrechten- en mensenrechtenorganisaties te ondersteunen bij hun
werk.] ››
11 december, SP, DENK, D66, PvdD, Volt, GroenLinks-PvdA
[De kamer,
constaterende dat er nog 18.500 mensen, onder wie vele kinderen, ernstig
ziek of gewond zijn en op een wachtlijst staan;
constaterende dat het kabinet heeft aangegeven bij te zullen dragen aan
de medische evacuaties van ernstig zieke en zwaargewonde kinderen uit
Gaza voor wie in de regio geen plek is;
constaterende dat er vijf kinderen inmiddels medisch zijn geëvacueerd
naar Nederlandse ziekenhuizen;
verzoekt het kabinet om het genomen kabinetsbesluit welwillend te
blijven uitvoeren, en de Kamer hierover te informeren.] ››
[De kamer,
constaterende dat 2024 het dodelijkste jaar ooit was voor zorgverleners en
dat dit record half 2025 al werd verbroken;
overwegende dat Nederland volgens artikel 90 van de Grondwet en de
Geneefse Conventies de verplichting heeft naleving van het internationaal
humanitair recht te verzekeren, inclusief de bescherming van zorg- en
hulpverleners;
verzoekt de regering beleid te ontwikkelen om geweld tegen zorg- en
hulpverleners tegen te gaan, met hierin in ieder geval opgenomen:
– het altijd en consistent veroordelen van geweld tegen zorg- en
hulpverleners, ongeacht de dader;
– capaciteit beschikbaar stellen voor het doen van onderzoek, het
verzamelen van bewijs en vervolging van daders van geweld tegen
zorg- en hulpverleners;
– het aanscherpen van de Wet internationale misdrijven, zodat daders
van geweld tegen zorg- en hulpverleners ook kunnen worden vervolgd
als er een indirecte band met Nederland bestaat.] ››
[De kamer,
constaterende dat Georgiërs al maandenlang massale demonstraties
organiseren tegen de toenemende repressie door de regering;
constaterende dat er mogelijk op korte termijn in de EU wordt gesproken
over het opschorten van de visumliberalisatie voor de Georgische
bevolking;
overwegende dat niet de Georgische bevolking maar de regering
verantwoordelijk is voor de repressie, het politiegeweld tegen vreedzame
demonstranten en het massaal opsluiten van politieke gevangenen;
verzoekt de regering om niet in te stemmen met opschorten van visumliberalisatie indien er geen sancties worden getroffen tegen de Georgische
regering.] ››
[De kamer,
verzoekt de regering om op innovatieve manieren te zoeken naar
mogelijkheden om het Georgisch maatschappelijk middenveld en
onafhankelijke media te (blijven) ondersteunen.] ››